Kennistoets 1.1 Verpleegkundige zorg (VZ)
- 60 meerkeuze vragen
- KR: het boek van wilkinson.
Verpleegkundige zorgverlening
VZ 1.1 Wat is jouw visie op verplegen?
1. Benoemen wat visie op verplegen is
2. Formuleren wat binnen verpleegkunde wordt verstaan onder gezondheid en ziekte
Benoemen wat visie op verplegen is
- Visie (zicht) op verplegen (wat vind een organisatie belangrijk, nadruk op eigen regie en zelfmanagement).
o Vraaggerichte zorg
▪ Dialoog (overleg met de zorgvrager) centraal, normen en waarden
o Vraag gestuurde zorg
▪ Verder, zelf sturen -> cliënt, vraaggerichte zorg + zelf sturen
o Belevingsgerichte zorg
▪ Zorgvragen er verlener zijn deskundig, op het gebied van ervaring
o Bv. visie: leven naar uw wens
▪ A Vraaggerichte zorg
▪ B Vraag gestuurde zorg
▪ C Belevingsgerichte zorg
Formuleren wat binnen verpleegkunde wordt verstaan onder gezondheid en ziekte
- Ziekte
o sociale (maatschappelijk) aspecten
o psychische (geestelijke) aspecten
o somatische (lichamelijke) aspecten
- Gezondheid in zes dimensies;
o Lichaamsfuncties
o mentaal welbevinden
o zingeving
o kwaliteit van leven
o sociaal maatschappelijke participatie
o dagelijks functioneren
,VZ 1.2 Zelfregie bij oudere zorgvrager
1. Herkennen wat het belang is van zelfzorg en zelfmanagement ten aanzien van de oudere zorgvrager
2. Benoemen welke hulpmiddelen de zorgvrager kan gebruiken om de mobiliteit te verbeteren en zelfregie te
behouden
3. Opsommen welke verpleegkundige interventies worden toegepast om het valrisico bij ouderen te
verminderen en zelfregie te stimuleren
Herkennen wat het belang is van zelfzorg en zelfmanagement ten aanzien van de oudere zorgvrager
o Zelfregie bepalen over eigen leven
o Mobiliteit mobiel, veel te maken met evenwicht
o auto multilatief gedrag jezelf slaan, jezelf verminken
o anti psychotisch
o NSAID non-steroidal anti-inflammatory drugs, ibripr., naproxen etc.
o Anti flogistisch onderdrukt koorts
o Delier bewustzijnsproblemen en geheugen verlies
o secundair gedrag zittend leven lijden
o zelfmanagement (zoveel mogelijk zelf doen met evt. hulp) en zelfredzaamheid (eigen keuze)
Benoemen welke hulpmiddelen de zorgvrager kan gebruiken om de mobiliteit te verbeteren en zelfregie te
behouden
- E-health gaat over digitale toepassingen in de zorg (alarmknop)
- Empowerment eigen mogelijkheden en zelfredzaamheid versterken
- Intrinsieke valrisicofactor bv. paniekaanvallen, iets wat van jezelf komt
Opsommen welke verpleegkundige interventies worden toegepast om het valrisico bij ouderen te verminderen en
zelfregie te stimuleren
- interventies om valrisico te verminderen (bv. door polyfarmacie, +2 medicijnen)
- interactie van medicatie als medicijnen op elkaar reageren, het versterkt of verstoort elkaar
- psychotrope medicatie medicatie die werkt op de psyche, zoals anti-depresie
,VZ 1.3 Pijn begrijpen
1. Benoemen hoe pijnbeleving werkt
2. Formuleren welke meetinstrumenten pijn registreren
3. Benoemen hoe je als verpleegkundige pijn herkent
Benoemen hoe pijnbeleving werkt
- Wat is pijn
o “Pijn is een onplezierige, sensorische en emotionele ervaring die verband houdt met feitelijke of
dreigende weefselbeschadiging of die beschreven wordt in termen van weefselbeschadiging.” (IASP,
1979)
o “Pijn is datgene wat een persoon die het ervaart zegt dat het is en is aanwezig wanneer hij zegt dat
het aanwezig is.” (McCaffery, 1979)
- De Poorttheorie -> onderarm verloren maar geen pijn hadden -> niet of pas (veel) later
o Als de poort open is brein in staat waar te worden
o Als de poort dicht is niet in brein
o Fysieke factoren -> poort open -> naarmate groter letsel
o Sluiten -> geven van medicatie of alternatieve behandeling (homeopathie)
Formuleren welke meetinstrumenten pijn registreren
- Hoe verdragen we pijn?
- Soorten pijn
o Acuut
▪ Iets breken / snijverwondingen / brandwonden / hartinfarct / kiespijn
o Chronisch (+3 maand)
▪ Nierbekkenontsteking -> bewegingsdrang -> bv. pijnen van een hol orgaan -> colique
pijn
▪ Tumoren (maligne -> kwaadaardig)
▪ Metastasen -> uitzaaiingen
- Onder chronisch valt pijnsyndroom, maar onder pijnsyndroom valt het chronisch niet
- Sociale en psychische pijn
o Sociale pijn
▪ zwervers
o Psychische pijn
▪ Zichzelf verwonden
▪ Anorexia
, - Pijnervaring
o Stekende pijn (snee) / zurende pijn (hoofdpijn) / brandend
Benoemen hoe je als verpleegkundige pijn herkent
- Hoe weet je of iemand pijn heeft?
o Pijnschalen
o Pijnanamnese
o Zweet
o Grote pupillen
o Hartfreq. + ademhaling omhoog
- Wat kun je tegen pijn doen -> niet farmaceutisch
o Afleiding
o Slapen
- NSAID KUNNEN MAAGPROBLEMEN OPLEVEREN EN EET ERVOOR!!
- Morfine hoort tot de groep opiaten
o Het onderdrukt je ademhalingsprikkel->hypo ventileren
- 12-20 slagen per minuut ademhalingen normaal
- Bloeddruk volwassene 110/60 en 120/80 mm Hg
- 60 meerkeuze vragen
- KR: het boek van wilkinson.
Verpleegkundige zorgverlening
VZ 1.1 Wat is jouw visie op verplegen?
1. Benoemen wat visie op verplegen is
2. Formuleren wat binnen verpleegkunde wordt verstaan onder gezondheid en ziekte
Benoemen wat visie op verplegen is
- Visie (zicht) op verplegen (wat vind een organisatie belangrijk, nadruk op eigen regie en zelfmanagement).
o Vraaggerichte zorg
▪ Dialoog (overleg met de zorgvrager) centraal, normen en waarden
o Vraag gestuurde zorg
▪ Verder, zelf sturen -> cliënt, vraaggerichte zorg + zelf sturen
o Belevingsgerichte zorg
▪ Zorgvragen er verlener zijn deskundig, op het gebied van ervaring
o Bv. visie: leven naar uw wens
▪ A Vraaggerichte zorg
▪ B Vraag gestuurde zorg
▪ C Belevingsgerichte zorg
Formuleren wat binnen verpleegkunde wordt verstaan onder gezondheid en ziekte
- Ziekte
o sociale (maatschappelijk) aspecten
o psychische (geestelijke) aspecten
o somatische (lichamelijke) aspecten
- Gezondheid in zes dimensies;
o Lichaamsfuncties
o mentaal welbevinden
o zingeving
o kwaliteit van leven
o sociaal maatschappelijke participatie
o dagelijks functioneren
,VZ 1.2 Zelfregie bij oudere zorgvrager
1. Herkennen wat het belang is van zelfzorg en zelfmanagement ten aanzien van de oudere zorgvrager
2. Benoemen welke hulpmiddelen de zorgvrager kan gebruiken om de mobiliteit te verbeteren en zelfregie te
behouden
3. Opsommen welke verpleegkundige interventies worden toegepast om het valrisico bij ouderen te
verminderen en zelfregie te stimuleren
Herkennen wat het belang is van zelfzorg en zelfmanagement ten aanzien van de oudere zorgvrager
o Zelfregie bepalen over eigen leven
o Mobiliteit mobiel, veel te maken met evenwicht
o auto multilatief gedrag jezelf slaan, jezelf verminken
o anti psychotisch
o NSAID non-steroidal anti-inflammatory drugs, ibripr., naproxen etc.
o Anti flogistisch onderdrukt koorts
o Delier bewustzijnsproblemen en geheugen verlies
o secundair gedrag zittend leven lijden
o zelfmanagement (zoveel mogelijk zelf doen met evt. hulp) en zelfredzaamheid (eigen keuze)
Benoemen welke hulpmiddelen de zorgvrager kan gebruiken om de mobiliteit te verbeteren en zelfregie te
behouden
- E-health gaat over digitale toepassingen in de zorg (alarmknop)
- Empowerment eigen mogelijkheden en zelfredzaamheid versterken
- Intrinsieke valrisicofactor bv. paniekaanvallen, iets wat van jezelf komt
Opsommen welke verpleegkundige interventies worden toegepast om het valrisico bij ouderen te verminderen en
zelfregie te stimuleren
- interventies om valrisico te verminderen (bv. door polyfarmacie, +2 medicijnen)
- interactie van medicatie als medicijnen op elkaar reageren, het versterkt of verstoort elkaar
- psychotrope medicatie medicatie die werkt op de psyche, zoals anti-depresie
,VZ 1.3 Pijn begrijpen
1. Benoemen hoe pijnbeleving werkt
2. Formuleren welke meetinstrumenten pijn registreren
3. Benoemen hoe je als verpleegkundige pijn herkent
Benoemen hoe pijnbeleving werkt
- Wat is pijn
o “Pijn is een onplezierige, sensorische en emotionele ervaring die verband houdt met feitelijke of
dreigende weefselbeschadiging of die beschreven wordt in termen van weefselbeschadiging.” (IASP,
1979)
o “Pijn is datgene wat een persoon die het ervaart zegt dat het is en is aanwezig wanneer hij zegt dat
het aanwezig is.” (McCaffery, 1979)
- De Poorttheorie -> onderarm verloren maar geen pijn hadden -> niet of pas (veel) later
o Als de poort open is brein in staat waar te worden
o Als de poort dicht is niet in brein
o Fysieke factoren -> poort open -> naarmate groter letsel
o Sluiten -> geven van medicatie of alternatieve behandeling (homeopathie)
Formuleren welke meetinstrumenten pijn registreren
- Hoe verdragen we pijn?
- Soorten pijn
o Acuut
▪ Iets breken / snijverwondingen / brandwonden / hartinfarct / kiespijn
o Chronisch (+3 maand)
▪ Nierbekkenontsteking -> bewegingsdrang -> bv. pijnen van een hol orgaan -> colique
pijn
▪ Tumoren (maligne -> kwaadaardig)
▪ Metastasen -> uitzaaiingen
- Onder chronisch valt pijnsyndroom, maar onder pijnsyndroom valt het chronisch niet
- Sociale en psychische pijn
o Sociale pijn
▪ zwervers
o Psychische pijn
▪ Zichzelf verwonden
▪ Anorexia
, - Pijnervaring
o Stekende pijn (snee) / zurende pijn (hoofdpijn) / brandend
Benoemen hoe je als verpleegkundige pijn herkent
- Hoe weet je of iemand pijn heeft?
o Pijnschalen
o Pijnanamnese
o Zweet
o Grote pupillen
o Hartfreq. + ademhaling omhoog
- Wat kun je tegen pijn doen -> niet farmaceutisch
o Afleiding
o Slapen
- NSAID KUNNEN MAAGPROBLEMEN OPLEVEREN EN EET ERVOOR!!
- Morfine hoort tot de groep opiaten
o Het onderdrukt je ademhalingsprikkel->hypo ventileren
- 12-20 slagen per minuut ademhalingen normaal
- Bloeddruk volwassene 110/60 en 120/80 mm Hg