Paragraaf 1
De vier zuilen
In de eerste helft van de 20e eeuw werd Nederland gekenmerkt
door verzuiling.
De vier zuilen:
1. Een katholieke.
2. Een protestants. (christelijke)
3. Een socialistische.
4. Een liberale.
Verzuiling
Het bestaan van zuilen in de samenleving; zuilen zijn
bevolkingsgroepen met een eigen levensovertuiging en eigen
organisaties.
Verzuilde organisaties
Voorbeelden van verzuilde organisaties:
- Partijen, vakbonden, scholen, omroepen,
gezelligheidsverenigingen.
Vanaf 1918 hadden de confessionelen (katholieken en
protestanten) bij iedere verkiezing de meerderheid.
Het streven naar een doorbraak
In de Tweede Wereldoorlog ontstond kritiek op de verzuiling. Deze
critici wilden een doorbraak. -> Dit streven leidde in 1946 tot de
oprichting van de Partij van de Arbeid (PvdA) als partij voor mensen uit
alle zuilen.
Critici
Beoordelaar
Doorbraak
Streven om een einde te maken aan de verzuiling, vooral in de
politiek.
Het mislukken van de uitbraak.
Gevolgen van het mislukken van de uitbraak.
1. In de politiek keerde de verzuiling terug:
- Katholieken richtten een eigen partij op.
- PvdA werd een partij voor socialisten.
- Volkspartij voor Vrijheid en Democratie (VVD) werd de partij
voor liberalen.
, De invloed van de verzuiling.
De verzuiling had veel invloed op de mentaliteit (manier van
denken) van mensen, omdat:
- De leiders van de zuilen vertelden wat goed en slecht was en
dat mensen gehoorzaam waren.
- Er veel was druk uit de omgeving om te leven volgens de
waarden en normen van de zuil.
Waarden
Wat mensen belangrijk vinden.
Normen
Gedragsregels, wat mensen normaal (goed) vinden.
Paragraaf 2
Groei van de welvaart in 1960
Rond 1960 begon de economie te groeien en gingen de lonen snel
omhoog.
Gevolgen:
- Mensen gingen luxeartikelen kopen zoals televisies.
- Jongeren gingen langer naar school en werden hoger opgeleid.
- De sociale zekerheid werd uitgebreid.
De individualisering
Gevolgen van komst van de televisie, betere scholing en
uitbreiding van sociale zekerheid:
- Mensen raakten beter geïnformeerd -> ze werden kritischer en
minder volgzaam.
- Mensen werden minder afhankelijk van hulp van familie, buren
of kerk -> ze gingen zelfstandiger leven.
Dit proces heet individualisering.
Individualisering
Als mensen steeds meer eigen keuzes maken en zich minder
gedragen als deel van een groep.
De gevolgen voor de samenleving
De individualisering leidde vanaf circa 1960 tot:
- Ontzuiling
- Secularisatie