HOORCOLLEGE 5
Wat wordt er vandaag behandeld (volgens z’n praatje):
- Positivisme
- Structuralisme: richt zich op structuren. Op het handelen van individuen. Waar komt de betekenis van onze teksten
vandaan? Uit onze structuren.
- Reactie op structuralisme: poststructuralisme: structuralisme is te regide en te arrogant. Komen met alternatieven voor
verklaringen die zij zoeken in praktijken. Praktijken moeten praktisch worden verklaard en niet theoretisch.
- Verhouding tussen geestelijke en sociale wetenschappen
- Aantal technische begrippen:
o Habitus
o Structuraci
o Longue en parool
o De dood van de auteur
Vandaag (dia):
- Epistemische relatie met het verleden
- Verklaren in de geschiedwetenschap
- Structuralisme
Recapitulatie
- Politieke relatie?
- Waardevrijheidspostulaat?
- Auschwitzpositie?
- Logisch empirisme?
- Hermeneutiek?
Intentioneel verklaringsmodel
Oud debat in de geschiedfilosofie die enigszins over wordt gedaan over twee manieren van verklaren. Gaan terug naar twee
posities in de aard van de geschiedwetenschap in brede zin.
Hermeneutiek:
- Intenties effecten
- (Blassingame sluit hierop aan). De hermeutische benadering is een subjectieve interpretatie. Een historicus die zich probeert
in te leven in het handelen van individuen in het verleden.
- Rol van het woord subjectief: subjectieve aspecten in het verleden, niet perse subjectief als in eigen mening.
- Verklaringen: intenties effect. Mensen die iets voor ogen hebben voeren dit uit; het levert het effect op. De historicus
probeert deze handelingen te verstehen.
Wetmatig verklaringsmodel
- Monistisch: een soort wetenschapsfilosofie die voor iedereen past.
- Historische verklaringen impliciet op basis van historische wetmatigheden.
- Covering law model:
o Verklaringen in de GW zouden er niet anders uit moeten zien als de verklaringen in de natuurwetenschappen.
o Algemene wet
Basisvoorwaarden
Gevolg
o Algemene wet: constant gevolg van algemene gebeurtenissen.
o Niet zozeer intenties die leiden tot effecten (hermeneutisch) maar oorzaken die leiden tot effecten.
o Voorspellen in de toekomst is mogelijk door het opstellen van deze historische wetten.
o Hempel zegt dat deze wetten gemaakt moeten worden maar dat historici deze wetmatige verklaringsmodellen ook al
lang maken.
o Natuurwetenschappen geïnspireerd.
, o Methoden-monistisch: ze gaan ervanuit dat er een manier is van wetenschap bedrijven voor alle wetenschappen.
Kritiek vanuit de hermeneuten op het wetmatig verklaringsmodel:
- Niet logisch geldig: het is niet mogelijk om een redeneerschema logisch geldig te krijgen.
- Liever uniek dan algemeen: ook bij Popper gezien (inductiesysteem). Geschiedenis is niet het type wetenschap die aan dat
soort algemene wetten doet. Algemene wetten gaan over het steeds terugkerende. Een historicus wil juist het unieke
bestuderen. Historici zijn meester in het contextualiseren van gebeurtenissen. Het contextualiseren van deze
gebeurtenissen maakt het uniek.
- Menselijk handelen draait om intenties: Kantiaans argument: het menselijk handelen is niet iets wat zich in die wetten laat
vangen.
Op deze bezwaren loopt het idee van een covering law model stuk.
Structuralisme: sociaal handelen
- Verklaringen: anti-hermeneutisch
- Gaat in de eerste plaats niet om het verklaren van algemene wetten. Het gaat eerder om het verklaren van menselijk
handelen. De hermeneutische wetenschapper kijkt naar de intenties. Structuralisten stellen dat structuren het handelen van
mensen bepalen.
- Structuren kunnen allerlei vormen aannemen.
- Waarom verklaren middels structuren?
o Structure-agency debat: deelneemrsperspectief geeft een beeld van hoe het leven toen in het echt was *verstehen +
interpreteren), maar beperkt wel in het gebruik van hedendaagse structuren.
o Problemen aan de hermeneutische benadering:
onbedoelde gevolgen
deelnemersperspectief
structure: Agency:
structuren die extern zijn Intentioneel handelende individuen.
aan individuen. Vs.
- voorbeelden van structuralistisch verklaren:
o Marx
o Emile Durkheim 1958-1917):
Le suicide, etude de sociologie
Sociale feiten
Een methodologische en geen ontologische keuze
Verdere uitleg van docent: onderzoek naar zelfmoorden. Zelfmoord wordt bepaald door de
omringende samenleving sociale structuren bepalen dit. Kijken naar de sociale integratie van
individuen, de mate van integratie in de samenleving heeft een redelijk constant zelfmoordgehalte. Hij
maakt een methodologische keuze om zelfmoord zo te bestuderen wat de sociale wetenschap
rechtvaardigt. Door de zelfmoord te verklaren vanuit de twee variabelen, geeft Durkheim niet perse
een verklaring voor hoe de wereld in elkaar zit. De methode levert de best mogelijke verklaring op, hij
stelt niet dat de wereld zo in elkaar zit.
Structuralisme: taal
Ferdinand de Saussure (1857-1913)
- Groot aandeel Saussure; heeft een aantal, vooral Franse, wetenschappers beïnvloed.
- Saussure ontwikkeld een object voor de taal.
- Taalsysteem:
o Langue (taalsysteem) parole (dagdagelijkse gebruik van de taal)
o Tekensysteem
- Langue: bestaat uit een betekende en betekenaar:
o Betekende: een mentaal begrip
o Betekenaar: de klank
- Saussure: Het taalsysteem bepaalt, los van ons individuele bewustzijn, hoe wij de wereld zien en beleven. Taalstructuur is
een structuur die ons van buitenaf beïnvloed.
Wat wordt er vandaag behandeld (volgens z’n praatje):
- Positivisme
- Structuralisme: richt zich op structuren. Op het handelen van individuen. Waar komt de betekenis van onze teksten
vandaan? Uit onze structuren.
- Reactie op structuralisme: poststructuralisme: structuralisme is te regide en te arrogant. Komen met alternatieven voor
verklaringen die zij zoeken in praktijken. Praktijken moeten praktisch worden verklaard en niet theoretisch.
- Verhouding tussen geestelijke en sociale wetenschappen
- Aantal technische begrippen:
o Habitus
o Structuraci
o Longue en parool
o De dood van de auteur
Vandaag (dia):
- Epistemische relatie met het verleden
- Verklaren in de geschiedwetenschap
- Structuralisme
Recapitulatie
- Politieke relatie?
- Waardevrijheidspostulaat?
- Auschwitzpositie?
- Logisch empirisme?
- Hermeneutiek?
Intentioneel verklaringsmodel
Oud debat in de geschiedfilosofie die enigszins over wordt gedaan over twee manieren van verklaren. Gaan terug naar twee
posities in de aard van de geschiedwetenschap in brede zin.
Hermeneutiek:
- Intenties effecten
- (Blassingame sluit hierop aan). De hermeutische benadering is een subjectieve interpretatie. Een historicus die zich probeert
in te leven in het handelen van individuen in het verleden.
- Rol van het woord subjectief: subjectieve aspecten in het verleden, niet perse subjectief als in eigen mening.
- Verklaringen: intenties effect. Mensen die iets voor ogen hebben voeren dit uit; het levert het effect op. De historicus
probeert deze handelingen te verstehen.
Wetmatig verklaringsmodel
- Monistisch: een soort wetenschapsfilosofie die voor iedereen past.
- Historische verklaringen impliciet op basis van historische wetmatigheden.
- Covering law model:
o Verklaringen in de GW zouden er niet anders uit moeten zien als de verklaringen in de natuurwetenschappen.
o Algemene wet
Basisvoorwaarden
Gevolg
o Algemene wet: constant gevolg van algemene gebeurtenissen.
o Niet zozeer intenties die leiden tot effecten (hermeneutisch) maar oorzaken die leiden tot effecten.
o Voorspellen in de toekomst is mogelijk door het opstellen van deze historische wetten.
o Hempel zegt dat deze wetten gemaakt moeten worden maar dat historici deze wetmatige verklaringsmodellen ook al
lang maken.
o Natuurwetenschappen geïnspireerd.
, o Methoden-monistisch: ze gaan ervanuit dat er een manier is van wetenschap bedrijven voor alle wetenschappen.
Kritiek vanuit de hermeneuten op het wetmatig verklaringsmodel:
- Niet logisch geldig: het is niet mogelijk om een redeneerschema logisch geldig te krijgen.
- Liever uniek dan algemeen: ook bij Popper gezien (inductiesysteem). Geschiedenis is niet het type wetenschap die aan dat
soort algemene wetten doet. Algemene wetten gaan over het steeds terugkerende. Een historicus wil juist het unieke
bestuderen. Historici zijn meester in het contextualiseren van gebeurtenissen. Het contextualiseren van deze
gebeurtenissen maakt het uniek.
- Menselijk handelen draait om intenties: Kantiaans argument: het menselijk handelen is niet iets wat zich in die wetten laat
vangen.
Op deze bezwaren loopt het idee van een covering law model stuk.
Structuralisme: sociaal handelen
- Verklaringen: anti-hermeneutisch
- Gaat in de eerste plaats niet om het verklaren van algemene wetten. Het gaat eerder om het verklaren van menselijk
handelen. De hermeneutische wetenschapper kijkt naar de intenties. Structuralisten stellen dat structuren het handelen van
mensen bepalen.
- Structuren kunnen allerlei vormen aannemen.
- Waarom verklaren middels structuren?
o Structure-agency debat: deelneemrsperspectief geeft een beeld van hoe het leven toen in het echt was *verstehen +
interpreteren), maar beperkt wel in het gebruik van hedendaagse structuren.
o Problemen aan de hermeneutische benadering:
onbedoelde gevolgen
deelnemersperspectief
structure: Agency:
structuren die extern zijn Intentioneel handelende individuen.
aan individuen. Vs.
- voorbeelden van structuralistisch verklaren:
o Marx
o Emile Durkheim 1958-1917):
Le suicide, etude de sociologie
Sociale feiten
Een methodologische en geen ontologische keuze
Verdere uitleg van docent: onderzoek naar zelfmoorden. Zelfmoord wordt bepaald door de
omringende samenleving sociale structuren bepalen dit. Kijken naar de sociale integratie van
individuen, de mate van integratie in de samenleving heeft een redelijk constant zelfmoordgehalte. Hij
maakt een methodologische keuze om zelfmoord zo te bestuderen wat de sociale wetenschap
rechtvaardigt. Door de zelfmoord te verklaren vanuit de twee variabelen, geeft Durkheim niet perse
een verklaring voor hoe de wereld in elkaar zit. De methode levert de best mogelijke verklaring op, hij
stelt niet dat de wereld zo in elkaar zit.
Structuralisme: taal
Ferdinand de Saussure (1857-1913)
- Groot aandeel Saussure; heeft een aantal, vooral Franse, wetenschappers beïnvloed.
- Saussure ontwikkeld een object voor de taal.
- Taalsysteem:
o Langue (taalsysteem) parole (dagdagelijkse gebruik van de taal)
o Tekensysteem
- Langue: bestaat uit een betekende en betekenaar:
o Betekende: een mentaal begrip
o Betekenaar: de klank
- Saussure: Het taalsysteem bepaalt, los van ons individuele bewustzijn, hoe wij de wereld zien en beleven. Taalstructuur is
een structuur die ons van buitenaf beïnvloed.