0 – INLEIDING
“België is een grondwettelijke België
meergelaagde, democratische - België als staat
rechtsstaat in Europa” - (Internationale) rechtsverantwoordelijkheid
- Verdragsbevoegdheid
- Buitenlandse betrekkingen
- Gewapende macht
Grondwettelijke
- Materiële vs formele Grondwet
- Wijziging van de grondwet (art. 195 Gw.)
Meergelaagde
- Staatshervorming
- Gemeenschappen en gewesten
- Bevoegdheidsverdeling
- Provincies en gemeenten
Democratische
- “Parlementaire democratie”
- Verkiezingen
- Legaliteitsbeginsel
- Parlementaire controle
Rechtsstaat
- De staat is gebonden door het recht waarvan zij de toepassing verzekert
- Hiërarchie van de normen
1
, - Rechtsbescherming
- Tegen de wetgever (GwH)
- Tegen het bestuur (RvS)
- Onafhankelijke rechters
- Fundamentele rechten en vrijheden
In Europa
- Europese Unie
- Raad van Europa
- Multilevel constitutionalism
- Verhouding Belgisch (grondwettelijk) recht en internationaal/Europees recht
2
, 1 – DE BELGISCHE STAAT
Het ontstaan van staten Vroeger
→ terra nullius
- Staten ontstonden op een grondgebied waar er voordien geen enkele staat bestond.
- Vandaag niet meer mogelijk, want op Zuidpool na behoort al het landopp. ter wereld tot een bestaande staat.
Sinds 20ste eeuw
1. Zelfbeschikking na dekolonisatie
- Bv. Congo
2. Secessie
= een bepaalde bevolking met een bepaald grondgebied scheidt zich af van een bestaande staat en richt er een eigen
onafhankelijke overheid in.
- Bv. Kosovo en België
3. Dismembratio
= 1 staat valt uiteen in verschillende staten
- Bv. Tsjechoslowakije
4. Fusie
= staten richten samen 1 nieuwe staat op of laten de ene opgaan in de andere
- Bv. BRD en DDR
Het ontstaan van België a. Congres van Wenen (1814)
- ZN worden toegevoegd aan NN
- Creëren van een bufferstaat
b. Verenigd Koninkrijk der Nederlanden (1815)
- Onder leiding van Willem I
3
, - Grondwet (1815): weinig democratisch
- Koning: veel macht
- Wetgever: alleen beperkte (toegewezen) bevoegdheden
- Vooral vertegenwoordiging van elite
- Zuidelijke provincies al snel ontevreden
- Economische tegenstellingen
- Politieke ondervertegenwoordiging (centralistisch!)
- Financieel benadeeld
- Inmenging in Kerk (onderwijs)
- Beknotting persvrijheid
- Taalconflict
c. ‘Monsterverbond’
- Van zuidelijke elites (Katholieken en Liberalen)
- 1 doel: verzet tegen Nederlands bewind!
d. Voorlopig Bewind
- Roept op 4 oktober 1830 de Belgische onafhankelijkheid uit
De constitutieve elementen De staat is in het int’l recht een rechtssubject met enkele specifieke kenmerken – worden ih Verdrag van Montevideo erkend.
van een staat 1. Permanente bevolking
= elke staat oefent op een duurzame wijze gezag uit over een groep personen
- Niet exclusief aan 1 staat verbonden!
- Ook gezagsuitoefening over personen die niet zijn nationaliteit hebben, als op grondgebied bevinden
2. Afgebakend grondgebied
- Gezagsuitoefening wel exclusief!
4
“België is een grondwettelijke België
meergelaagde, democratische - België als staat
rechtsstaat in Europa” - (Internationale) rechtsverantwoordelijkheid
- Verdragsbevoegdheid
- Buitenlandse betrekkingen
- Gewapende macht
Grondwettelijke
- Materiële vs formele Grondwet
- Wijziging van de grondwet (art. 195 Gw.)
Meergelaagde
- Staatshervorming
- Gemeenschappen en gewesten
- Bevoegdheidsverdeling
- Provincies en gemeenten
Democratische
- “Parlementaire democratie”
- Verkiezingen
- Legaliteitsbeginsel
- Parlementaire controle
Rechtsstaat
- De staat is gebonden door het recht waarvan zij de toepassing verzekert
- Hiërarchie van de normen
1
, - Rechtsbescherming
- Tegen de wetgever (GwH)
- Tegen het bestuur (RvS)
- Onafhankelijke rechters
- Fundamentele rechten en vrijheden
In Europa
- Europese Unie
- Raad van Europa
- Multilevel constitutionalism
- Verhouding Belgisch (grondwettelijk) recht en internationaal/Europees recht
2
, 1 – DE BELGISCHE STAAT
Het ontstaan van staten Vroeger
→ terra nullius
- Staten ontstonden op een grondgebied waar er voordien geen enkele staat bestond.
- Vandaag niet meer mogelijk, want op Zuidpool na behoort al het landopp. ter wereld tot een bestaande staat.
Sinds 20ste eeuw
1. Zelfbeschikking na dekolonisatie
- Bv. Congo
2. Secessie
= een bepaalde bevolking met een bepaald grondgebied scheidt zich af van een bestaande staat en richt er een eigen
onafhankelijke overheid in.
- Bv. Kosovo en België
3. Dismembratio
= 1 staat valt uiteen in verschillende staten
- Bv. Tsjechoslowakije
4. Fusie
= staten richten samen 1 nieuwe staat op of laten de ene opgaan in de andere
- Bv. BRD en DDR
Het ontstaan van België a. Congres van Wenen (1814)
- ZN worden toegevoegd aan NN
- Creëren van een bufferstaat
b. Verenigd Koninkrijk der Nederlanden (1815)
- Onder leiding van Willem I
3
, - Grondwet (1815): weinig democratisch
- Koning: veel macht
- Wetgever: alleen beperkte (toegewezen) bevoegdheden
- Vooral vertegenwoordiging van elite
- Zuidelijke provincies al snel ontevreden
- Economische tegenstellingen
- Politieke ondervertegenwoordiging (centralistisch!)
- Financieel benadeeld
- Inmenging in Kerk (onderwijs)
- Beknotting persvrijheid
- Taalconflict
c. ‘Monsterverbond’
- Van zuidelijke elites (Katholieken en Liberalen)
- 1 doel: verzet tegen Nederlands bewind!
d. Voorlopig Bewind
- Roept op 4 oktober 1830 de Belgische onafhankelijkheid uit
De constitutieve elementen De staat is in het int’l recht een rechtssubject met enkele specifieke kenmerken – worden ih Verdrag van Montevideo erkend.
van een staat 1. Permanente bevolking
= elke staat oefent op een duurzame wijze gezag uit over een groep personen
- Niet exclusief aan 1 staat verbonden!
- Ook gezagsuitoefening over personen die niet zijn nationaliteit hebben, als op grondgebied bevinden
2. Afgebakend grondgebied
- Gezagsuitoefening wel exclusief!
4