Plantkunde – Yorick Minnebo
Hoofdstuk 1- De plantaardige cel
1.Plastiden
- Plastiden zijn ovale, door een dubbele membraan omgeven, organellen die diverse functies
kunnen vervullen.
- semi-autonome organellen met eigen DNA(ctDNA) en ribosomen (70s).
- in staat zichzelf te repliceren
- # Plastiden per cel : 20 tot 50, plastide bezit 10-200 kopijen van ctDNA
- Ontstaan uit proplastiden, proplastiden bevatten geen vaste voor en afmetingen, maar
hebben wel een dubbel membraan. Binnenste membraan is slechts zwak ontwikkeld.
Plastiden bezitten een opmerkelijke flexibiliteit waardoor ze makkelijk differentiëren,
dedifferentiëren en redifferentiëren, zo kunnen de verschillende plastidentypes omgezet
worden in elkaar. Chloroplast (groen) naar chromoplast(rood).
- Functie plastiden:
Energie : fotosynthese
Stockage
Belangrijke synthese plaats
Chlorofylen andere pigmenten
Eiwitten
Vetzuren
- 2 groepen :
Kleurloze leucoplasten en amyloplasten
Pigment bevattende chromoplasten en chloroplasten
1.1 Chloroplasten
- Bij de fotosynthese betrokken organellen. Ontstaan uit proplastiden onder invloed van licht.
Dubbele membraan, binnenste membraan vormt thylacoide membraan.
- Etioplasten:
ontstaan wanneer de ontwikkeling van proplastiden tot chloroplasten door lichtgebrek of
een te laag lichtniveau wordt onderbroken.
Zijn niet te beschouwen als een intermediair stadium maar een afwijkende structuur die
we aantreffen in witte of licht groen gekleurde bladeren.
Bevatten geen chlorofyl, maar wel rijk aan chlorofyl precursoren.
Stockeren mebraanlipiden onder vorm van kristalijne membraanachtige tubulaire
structuren: prolamellaire bodies.
1
, Plantkunde – Yorick Minnebo
- Buiten membraan vlak, met pore-eiwitten (laten watermoleculen,ionen en metabolieten
passeren) ; eiwitassociaties met binnenste membraan.
- Thylacoide membraan :
50 % eiwit, 50% lipiden. Vooral galactolipiden.
Eiwit : intrinsiek ; antennes in stroma en lumen in grana ; positie is uniek ; D1/D2-
eiwitten.
Lichtreactie neemt hier plaats.
Antennemoleculen absorberen zonlicht en geven het door aan het reactiecentrum.
Reactiecentrum (chlorofyl a molecule) accumuleert de energie en geeft ze door aan de
electronentransportketen van de fotosystemen.
Grote eiwitcomplexen zijn : PS II(in stapelzones van grana) , cytochroom b6-f(voor
electronenoverdracht tussen beide PS) , PS I en ATPase(beiden op ).
- Lichtabsorptie
Absorptie van licht door pigmenten
Chlorofyl a en b (bestaat uit hydrofiele porfyrine “kop” en een apolaire staart) :
vooral blauw en rood licht.
Carotenoïden (uit isopreen eenhederen die eindigen op 1 of 2 ringstructuren)en
xanthofyllen(zelfde maar met hydroxylgroep op ringstructuren): enkel blauw
licht.
Pigmenten zijn georganiseerd in antenne- complexe
Rood en bruinwieren :
Chlorofyl a, d en c
Fyco-erytrine en fycocyaan : groen en geel licht
- Donkerreactie :
1.2 Chromoplasten
- Bevatten caretonoïden en xanthofyllen waardoor ze een gele tot rode kleur vertonen.
- Verantwoordelijk voor de kleur van de meeste vruchten, bloemen en wortels
- Ontstaan uit proplastiden of chloroplasten(soms kan een chromoplast weer een chloroplast
worden)
- Binnen chromoplasten is een membraansysteem: zonder grana structuur.
- Pigmenten zijn membraangebonden maar kunnen ook als druppels
voorkomen(plastoglubuli)
- Tijdens rijpen van vruchten gaan chloroplasten veel pigmenten maken en veranderen van
structuur in chromoplasten.
- Types : globulair (meest voorkomend) , tubulair, membraneus en crystalline.
2
Hoofdstuk 1- De plantaardige cel
1.Plastiden
- Plastiden zijn ovale, door een dubbele membraan omgeven, organellen die diverse functies
kunnen vervullen.
- semi-autonome organellen met eigen DNA(ctDNA) en ribosomen (70s).
- in staat zichzelf te repliceren
- # Plastiden per cel : 20 tot 50, plastide bezit 10-200 kopijen van ctDNA
- Ontstaan uit proplastiden, proplastiden bevatten geen vaste voor en afmetingen, maar
hebben wel een dubbel membraan. Binnenste membraan is slechts zwak ontwikkeld.
Plastiden bezitten een opmerkelijke flexibiliteit waardoor ze makkelijk differentiëren,
dedifferentiëren en redifferentiëren, zo kunnen de verschillende plastidentypes omgezet
worden in elkaar. Chloroplast (groen) naar chromoplast(rood).
- Functie plastiden:
Energie : fotosynthese
Stockage
Belangrijke synthese plaats
Chlorofylen andere pigmenten
Eiwitten
Vetzuren
- 2 groepen :
Kleurloze leucoplasten en amyloplasten
Pigment bevattende chromoplasten en chloroplasten
1.1 Chloroplasten
- Bij de fotosynthese betrokken organellen. Ontstaan uit proplastiden onder invloed van licht.
Dubbele membraan, binnenste membraan vormt thylacoide membraan.
- Etioplasten:
ontstaan wanneer de ontwikkeling van proplastiden tot chloroplasten door lichtgebrek of
een te laag lichtniveau wordt onderbroken.
Zijn niet te beschouwen als een intermediair stadium maar een afwijkende structuur die
we aantreffen in witte of licht groen gekleurde bladeren.
Bevatten geen chlorofyl, maar wel rijk aan chlorofyl precursoren.
Stockeren mebraanlipiden onder vorm van kristalijne membraanachtige tubulaire
structuren: prolamellaire bodies.
1
, Plantkunde – Yorick Minnebo
- Buiten membraan vlak, met pore-eiwitten (laten watermoleculen,ionen en metabolieten
passeren) ; eiwitassociaties met binnenste membraan.
- Thylacoide membraan :
50 % eiwit, 50% lipiden. Vooral galactolipiden.
Eiwit : intrinsiek ; antennes in stroma en lumen in grana ; positie is uniek ; D1/D2-
eiwitten.
Lichtreactie neemt hier plaats.
Antennemoleculen absorberen zonlicht en geven het door aan het reactiecentrum.
Reactiecentrum (chlorofyl a molecule) accumuleert de energie en geeft ze door aan de
electronentransportketen van de fotosystemen.
Grote eiwitcomplexen zijn : PS II(in stapelzones van grana) , cytochroom b6-f(voor
electronenoverdracht tussen beide PS) , PS I en ATPase(beiden op ).
- Lichtabsorptie
Absorptie van licht door pigmenten
Chlorofyl a en b (bestaat uit hydrofiele porfyrine “kop” en een apolaire staart) :
vooral blauw en rood licht.
Carotenoïden (uit isopreen eenhederen die eindigen op 1 of 2 ringstructuren)en
xanthofyllen(zelfde maar met hydroxylgroep op ringstructuren): enkel blauw
licht.
Pigmenten zijn georganiseerd in antenne- complexe
Rood en bruinwieren :
Chlorofyl a, d en c
Fyco-erytrine en fycocyaan : groen en geel licht
- Donkerreactie :
1.2 Chromoplasten
- Bevatten caretonoïden en xanthofyllen waardoor ze een gele tot rode kleur vertonen.
- Verantwoordelijk voor de kleur van de meeste vruchten, bloemen en wortels
- Ontstaan uit proplastiden of chloroplasten(soms kan een chromoplast weer een chloroplast
worden)
- Binnen chromoplasten is een membraansysteem: zonder grana structuur.
- Pigmenten zijn membraangebonden maar kunnen ook als druppels
voorkomen(plastoglubuli)
- Tijdens rijpen van vruchten gaan chloroplasten veel pigmenten maken en veranderen van
structuur in chromoplasten.
- Types : globulair (meest voorkomend) , tubulair, membraneus en crystalline.
2