Samenvatting week 1
Dwangmiddelen, politie, verdachte, algemeen over
Onderwerpen strafprocesrecht, Fouillering
Strafprocesrecht
Politie
Stappenplan dwangmiddelen
Stappenplan verdachte (art. 27 Sv)
Instrumentaliteit vs. rechtsbescherming m.b.t. het verdachte-begrip
Fouillering
HR Aanslag op Hoog Catherijne
Rob ter Haar → 'Politiegeweld en de herziening van de berechting van agenten na George
Floyd: een analyse' op het wetsvoorstel van artikel 372 Sr.
Strafprocesrecht
Regelt de schakel tussen het strafbare feit en de door de rechter op te
leggen strafrechtelijke sanctie.
Doel → het realiseren van de juiste toepassing van het materiële strafrecht.
Nevenfuncties van het strafrecht:
1. Speciale preventie → het terechtsaan of de toepassing van
dwangmiddelen kan een preventief effect hebben op de verdachte.
2. Generale preventie → derden aanzetten tot normconform gedrag door
het terechstaan en de toepassing van dwangmiddelen op verdachten.
3. Voorkomen eigenrichting → als de samenleving weet dat tegen
criminelen wordt opgetreden, zullen ze minder snel voor eigen rechter
gaan spelen.
4. Orde scheppen → maatschappelijke onrust kan worden gekanaliseerd.
5. Genoegdoening slachtoffer → het slachtoffer kan in het strafproces
schadevergoeding eisen en zijn verhaal vertellen, wat genoegdoening
zal geven.
Samenvatting week 1 1
, Buitengerechtelijke afdoening → de feiten worden niet voorgelegd aan een
strafrechter. Bijvoorbeeld de transactie.
Uitgangspunten van het strafprocesrecht:
1. Strafvorderlijk legaliteitsbeginsel → strafvordering kan alleen
plaatsvinden op wijze bij de wet in formele zin voorzien.
2. Opportuniteitsbeginsel → het OM heeft de vrijheid uit het aanbod van
strafzaken een selectie te maken die zich lenen voor vervolging.
3. Rechterlijke onafhankelijkheid en onpartijdigheid → onafhankelijkheid
van de uitvoerende macht en onpartijdigheid als in geen speciale
bindingen hebben met een van de procespartijen en ook niet
vooringenomen zijn.
4. Onschuldpresumtie.
5. Vervolgingsmonopolie OM → alleen OM mag strafzaken bij de
strafrechter aanbrengen.
6. Waarborgen positie verdediging → verdedigingsrechten van de
verdachte moeten in acht worden genomen.
7. Interne openbaarheid → procespartijen kennen tijdens de terechtzitting
alle processtukken.
8. Externe openbaarheid → heeft betrekking op de toegankelijkheid van
het onderzoek ter terechtzitting en van de uitspraak.
Beginselen van het strafprocesrecht:
1. Vertrouwensbeginsel → de door de overheid opgewekte
verwachtingen dienen in redelijkheid te worden gehonoreerd, tenzij
zwaarwichtige belangen zich daartegen verzetten.
2. Gelijkheidsbeginsel → vergelijkbare zaken moeten op dezelfde wijze
behandeld worden.
3. Het beginsel van zuiverheid van oogmerk (détournement de pouvoir)
→ de overheid mag een bevoegdheid niet voor een ander doel
gebruiken dan waarvoor deze is gegeven.
4. Het beginsel van redelijke belangenafweging → proportionaliteit en
subsidiariteit.
Samenvatting week 1 2
, Politie
Invalshoeken bij politeoptreden:
1. Handhaven van de wet of strafrechtelijke handhaving van de
rechtsorde: bv dwangmiddelen en bijzondere
opsporingsbevoegdheden.
2. Handhaven van de maatschappelijke orde, in de zin van de openbare
orde: het in stand houden van de normale sociale en fysieke patronen in
de publieke ruimte.
Essentie van de politie is sociale controle → het toepassen van positieve of
negatieve sancties met als oogmerk het gedrag van anderen in
overeenstemming brengen met de standaarden die gelden binnen de
groep.
Vormen van sociale controle:
1. Informele controle → dit krijgt vorm en inhoud door activiteiten van
mensen onderling. Mensen letten op elkaar en corrigeren elkaar.
2. Formele controle → controle door mensen die op grond van regels
in de samenleving controle als speciale taak hebben.
→ Waar informele controle tekortschiet, komt formele controle in beeld.
Ze hebben elkaar steeds nodig.
Bij de integrale aanpak heeft de politie twee hulpmiddelen:
1. Informatie met bijbehorende informatietechnologie.
2. Bepaalde mate van gezag en wettelijke middelen om in te grijpen.
4 hoofdprocessen:
1. Intake en service → receptiefunctie, opvang publiek, opnemen
aangiften.
2. Noodhulp → hulpverlening (3 Pw)
3. Handhaving
4. Opsporing
Geweldsmonopolie → De politie heeft de bevoegdheid om, als andere
middelen falen, overheidshandelen met gepast geweld af te dwingen. De
bevoegdheid hiervoor staat in art. 7 lid 1 Politiewet.
Samenvatting week 1 3
Dwangmiddelen, politie, verdachte, algemeen over
Onderwerpen strafprocesrecht, Fouillering
Strafprocesrecht
Politie
Stappenplan dwangmiddelen
Stappenplan verdachte (art. 27 Sv)
Instrumentaliteit vs. rechtsbescherming m.b.t. het verdachte-begrip
Fouillering
HR Aanslag op Hoog Catherijne
Rob ter Haar → 'Politiegeweld en de herziening van de berechting van agenten na George
Floyd: een analyse' op het wetsvoorstel van artikel 372 Sr.
Strafprocesrecht
Regelt de schakel tussen het strafbare feit en de door de rechter op te
leggen strafrechtelijke sanctie.
Doel → het realiseren van de juiste toepassing van het materiële strafrecht.
Nevenfuncties van het strafrecht:
1. Speciale preventie → het terechtsaan of de toepassing van
dwangmiddelen kan een preventief effect hebben op de verdachte.
2. Generale preventie → derden aanzetten tot normconform gedrag door
het terechstaan en de toepassing van dwangmiddelen op verdachten.
3. Voorkomen eigenrichting → als de samenleving weet dat tegen
criminelen wordt opgetreden, zullen ze minder snel voor eigen rechter
gaan spelen.
4. Orde scheppen → maatschappelijke onrust kan worden gekanaliseerd.
5. Genoegdoening slachtoffer → het slachtoffer kan in het strafproces
schadevergoeding eisen en zijn verhaal vertellen, wat genoegdoening
zal geven.
Samenvatting week 1 1
, Buitengerechtelijke afdoening → de feiten worden niet voorgelegd aan een
strafrechter. Bijvoorbeeld de transactie.
Uitgangspunten van het strafprocesrecht:
1. Strafvorderlijk legaliteitsbeginsel → strafvordering kan alleen
plaatsvinden op wijze bij de wet in formele zin voorzien.
2. Opportuniteitsbeginsel → het OM heeft de vrijheid uit het aanbod van
strafzaken een selectie te maken die zich lenen voor vervolging.
3. Rechterlijke onafhankelijkheid en onpartijdigheid → onafhankelijkheid
van de uitvoerende macht en onpartijdigheid als in geen speciale
bindingen hebben met een van de procespartijen en ook niet
vooringenomen zijn.
4. Onschuldpresumtie.
5. Vervolgingsmonopolie OM → alleen OM mag strafzaken bij de
strafrechter aanbrengen.
6. Waarborgen positie verdediging → verdedigingsrechten van de
verdachte moeten in acht worden genomen.
7. Interne openbaarheid → procespartijen kennen tijdens de terechtzitting
alle processtukken.
8. Externe openbaarheid → heeft betrekking op de toegankelijkheid van
het onderzoek ter terechtzitting en van de uitspraak.
Beginselen van het strafprocesrecht:
1. Vertrouwensbeginsel → de door de overheid opgewekte
verwachtingen dienen in redelijkheid te worden gehonoreerd, tenzij
zwaarwichtige belangen zich daartegen verzetten.
2. Gelijkheidsbeginsel → vergelijkbare zaken moeten op dezelfde wijze
behandeld worden.
3. Het beginsel van zuiverheid van oogmerk (détournement de pouvoir)
→ de overheid mag een bevoegdheid niet voor een ander doel
gebruiken dan waarvoor deze is gegeven.
4. Het beginsel van redelijke belangenafweging → proportionaliteit en
subsidiariteit.
Samenvatting week 1 2
, Politie
Invalshoeken bij politeoptreden:
1. Handhaven van de wet of strafrechtelijke handhaving van de
rechtsorde: bv dwangmiddelen en bijzondere
opsporingsbevoegdheden.
2. Handhaven van de maatschappelijke orde, in de zin van de openbare
orde: het in stand houden van de normale sociale en fysieke patronen in
de publieke ruimte.
Essentie van de politie is sociale controle → het toepassen van positieve of
negatieve sancties met als oogmerk het gedrag van anderen in
overeenstemming brengen met de standaarden die gelden binnen de
groep.
Vormen van sociale controle:
1. Informele controle → dit krijgt vorm en inhoud door activiteiten van
mensen onderling. Mensen letten op elkaar en corrigeren elkaar.
2. Formele controle → controle door mensen die op grond van regels
in de samenleving controle als speciale taak hebben.
→ Waar informele controle tekortschiet, komt formele controle in beeld.
Ze hebben elkaar steeds nodig.
Bij de integrale aanpak heeft de politie twee hulpmiddelen:
1. Informatie met bijbehorende informatietechnologie.
2. Bepaalde mate van gezag en wettelijke middelen om in te grijpen.
4 hoofdprocessen:
1. Intake en service → receptiefunctie, opvang publiek, opnemen
aangiften.
2. Noodhulp → hulpverlening (3 Pw)
3. Handhaving
4. Opsporing
Geweldsmonopolie → De politie heeft de bevoegdheid om, als andere
middelen falen, overheidshandelen met gepast geweld af te dwingen. De
bevoegdheid hiervoor staat in art. 7 lid 1 Politiewet.
Samenvatting week 1 3