© RUG / Faculteit Rechtsgeleerdheid / Algemene Rechtswetenschap
Antwoordmodel oefententamen ARW 1
LET OP
De onderstaande antwoorden bevatten slechts de kern van het juiste antwoord. Op een tentamen
wordt van de student verlangd dat hij, waar nodig, uitgebreider antwoordt, onder vermelding van
relevante wetsartikelen en jurisprudentie.
Rechtsvorming
Motiveer steeds het antwoord op de vraag en verwijs – waar mogelijk – naar wetsartikelen
en jurisprudentie.
1. Lees de considerans van de Gratiewet.
a. Is deze wet gemaakt op grond van een geattribueerde bevoegdheid? (3 pnt)
b. Is het toegestaan om in deze wet andere organen aan te wijzen tot het opstellen van nadere regels?
(2 pnt)
a. Ja. De wet is gemaakt door de formele wetgever – bestaande uit de regering én Staten-Generaal – op
grond van artikel 81 jo. artikel 122 lid 1 Gw. Het gaat hierbij om de uitoefening van een in de Grondwet
toegekende bevoegdheid en dus om attributie. (3 pnt)
b. Uit artikel 122 lid 1 Gw blijkt dat delegatie is toegestaan: ‘met inachtneming van bij of krachtens de
wet te stellen voorschriften’. (2 pnt)
NB In artikel 122 lid 1 Gw staat eveneens ‘na advies van een bij de wet aangewezen gerecht …’ Hierop
slaat de vraag niet, nu dit niet ziet op een regelstellende bevoegdheid.
1
, © RUG / Faculteit Rechtsgeleerdheid / Algemene Rechtswetenschap
2. Ten behoeve van een meerderjarige kan wegens zijn geestelijke of lichamelijke toestand een
mentorschap worden ingesteld.
a. Gebeurt dit door een bestuurlijk orgaan dat een bestuurlijke taak verricht? (4 pnt)
b. Wordt de beslissing tot het instellen van een mentorschap vastgelegd in een vonnis? (1 pnt)
a. Nee. Op grond van artikel 1:450 BW is het de kantonrechter die een mentorschap kan instellen (2 pnt).
Hij vervult wel een bestuurlijke taak, omdat het een rechtsvaststelling in een concreet geval betreft en
geen geschilbeslechting (2 pnt).
b. Nee. De beslissing wordt niet vastgelegd in een vonnis, maar in een beschikking (zie evt. art. 1:451 lid
5 BW) (1 pnt)
3. Lees artikel Ya 45 Kieswet.
a. Maakt deze bepaling deel uit van een wet in formele zin? (3 pnt)
b. Bevat deze bepaling materieel recht? (2 pnt)
a. Ja. Bij een wet in formele zin moet worden gekeken naar de herkomst: een wet in formele zin is afkomstig
van de formele wetgever (regering + S-G, art. 81 Gw). (1 pnt) In de considerans van de Kieswet staat
opgenomen: ‘Wij Beatrix’, ‘de Raad van State gehoord’ en ‘met gemeen overleg der Staten-Generaal’ (1
pnt). Hieruit volgt dat de Kieswet afkomstig is van de regering (op te maken uit: Wij Beatrix) en Staten-
Generaal tezamen en dus van de formele wetgever (1 pnt).
b. Nee. De wetsbepaling bevat geen materieel recht inhoudende een recht of plicht, maar ziet op een
beroepsmogelijkheid (instellen van beroep bij de ABRvS). Het gaat dus om handhaving / procedureregels
en dus om formeel recht. (2 pnt)
2
Antwoordmodel oefententamen ARW 1
LET OP
De onderstaande antwoorden bevatten slechts de kern van het juiste antwoord. Op een tentamen
wordt van de student verlangd dat hij, waar nodig, uitgebreider antwoordt, onder vermelding van
relevante wetsartikelen en jurisprudentie.
Rechtsvorming
Motiveer steeds het antwoord op de vraag en verwijs – waar mogelijk – naar wetsartikelen
en jurisprudentie.
1. Lees de considerans van de Gratiewet.
a. Is deze wet gemaakt op grond van een geattribueerde bevoegdheid? (3 pnt)
b. Is het toegestaan om in deze wet andere organen aan te wijzen tot het opstellen van nadere regels?
(2 pnt)
a. Ja. De wet is gemaakt door de formele wetgever – bestaande uit de regering én Staten-Generaal – op
grond van artikel 81 jo. artikel 122 lid 1 Gw. Het gaat hierbij om de uitoefening van een in de Grondwet
toegekende bevoegdheid en dus om attributie. (3 pnt)
b. Uit artikel 122 lid 1 Gw blijkt dat delegatie is toegestaan: ‘met inachtneming van bij of krachtens de
wet te stellen voorschriften’. (2 pnt)
NB In artikel 122 lid 1 Gw staat eveneens ‘na advies van een bij de wet aangewezen gerecht …’ Hierop
slaat de vraag niet, nu dit niet ziet op een regelstellende bevoegdheid.
1
, © RUG / Faculteit Rechtsgeleerdheid / Algemene Rechtswetenschap
2. Ten behoeve van een meerderjarige kan wegens zijn geestelijke of lichamelijke toestand een
mentorschap worden ingesteld.
a. Gebeurt dit door een bestuurlijk orgaan dat een bestuurlijke taak verricht? (4 pnt)
b. Wordt de beslissing tot het instellen van een mentorschap vastgelegd in een vonnis? (1 pnt)
a. Nee. Op grond van artikel 1:450 BW is het de kantonrechter die een mentorschap kan instellen (2 pnt).
Hij vervult wel een bestuurlijke taak, omdat het een rechtsvaststelling in een concreet geval betreft en
geen geschilbeslechting (2 pnt).
b. Nee. De beslissing wordt niet vastgelegd in een vonnis, maar in een beschikking (zie evt. art. 1:451 lid
5 BW) (1 pnt)
3. Lees artikel Ya 45 Kieswet.
a. Maakt deze bepaling deel uit van een wet in formele zin? (3 pnt)
b. Bevat deze bepaling materieel recht? (2 pnt)
a. Ja. Bij een wet in formele zin moet worden gekeken naar de herkomst: een wet in formele zin is afkomstig
van de formele wetgever (regering + S-G, art. 81 Gw). (1 pnt) In de considerans van de Kieswet staat
opgenomen: ‘Wij Beatrix’, ‘de Raad van State gehoord’ en ‘met gemeen overleg der Staten-Generaal’ (1
pnt). Hieruit volgt dat de Kieswet afkomstig is van de regering (op te maken uit: Wij Beatrix) en Staten-
Generaal tezamen en dus van de formele wetgever (1 pnt).
b. Nee. De wetsbepaling bevat geen materieel recht inhoudende een recht of plicht, maar ziet op een
beroepsmogelijkheid (instellen van beroep bij de ABRvS). Het gaat dus om handhaving / procedureregels
en dus om formeel recht. (2 pnt)
2