100% satisfaction guarantee Immediately available after payment Both online and in PDF No strings attached 4.6 TrustPilot
logo-home
Summary

Samenvatting 2.5 Deviantie en criminaliteit in de stad (alle colleges + alle problemen + bronnen)

Rating
4.7
(6)
Sold
30
Pages
78
Uploaded on
15-08-2019
Written in
2018/2019

Met deze complete en duidelijke samenvatting heb ik hoger dan een 8 gehaald. Bij elk probleem staat er precies wat uit welke bron komt. Ook geef ik bij elk leerdoel een conclusie als antwoord op het leerdoel. Alle colleges staan er ook in, inclusief de aantekeningen ervan.

Show more Read less
Institution
Course











Whoops! We can’t load your doc right now. Try again or contact support.

Written for

Institution
Study
Course

Document information

Uploaded on
August 15, 2019
Number of pages
78
Written in
2018/2019
Type
Summary

Subjects

Content preview

2.5 Deviantie en Criminaliteit in de Stad
College 1: Wat is criminologie?
Betekenis criminologie: leer van de criminaliteit.
 De vraag is wanneer het begrip ‘criminaliteit’ het eerst werd gebruikt. ‘ Wanneer werd het een
woord? (1850, 1870, 1872, 1881 1885, 1889, 1890 of 1893), waar werd het uitgevonden?
(Engeland, Italië, Frankrijk of de Verenigde Staten) en wie krijgt de credits voor deze term?
(Lombroso, Topinard, Garofalo, Ellis, MacDonald, iemand anders of helemaal niemand).
 Definitie door Van Dijk, Huisman en Nieuwbeerta (2016): ‘Zij (de criminologie, RAR) kan daarom
worden beschouwd als het onmisbare koele oog van de strafrechtspleging. De criminologie
beoogt tevens een bijdrage te leveren aan een op objectieve kennis gebaseerde publieke
discussie over misdaad en straf.’
 Definitie door Carrabine, Cox, Lee, Plummer en South: ‘Criminologie heeft vele betekenissen,
maar het meest wordt het algemeen beschouwd als de studie van misdaad,
misdadigers en strafrecht.’
 Definitie door Sutherland en Cressy: ‘Criminologie is het lichaam van kennis
over criminaliteit als een sociaal fenomeen. Het betreft binnen zijn bereik het
proces van het maken van wetten, het breken van wetten en het reageren op
het breken van wetten. Het objectief van de criminologie is de ontwikkeling
van een lichaam van algemene en geverifieerde principes en andere soorten
van kennis over het proces van recht, misdaad en behandeling .

Overeenkomsten in de definities.
 Er is aandacht voor (1) daders, (2) ‘criminaliteit’ en (3)
de (maatschappelijke) reactie op ‘criminaliteit’.
 Maar er wordt geen aandacht besteed aan de
slachtoffers.

Criminologie is een multidisciplinaire empirische
objectwetenschap:
 De criminologie als empirische wetenschap:
• De geboorte van de ‘scientific approach’ (het
positivisme): ‘De basis van onze kennis van de wereld (onze epistemologie) zijn gegevens
afgeleid van waarneming. De basis van wetenschappelijke kennis bestaat uit ‘feiten’ die
door de wetenschapper op een onpartijdige manier worden verzameld.’ (Newburn,
2013) → wortels van criminologie als empirische wetenschap.
• Kort door de bocht: ‘meten is weten’.
 Multidisciplinair: combineren van theoretische en methodologische perspectieven uit
verschillende wetenschappelijke disciplines.
Inspiratie voor de criminologie: Recht, Filosofie, Statistiek, Geneeskunde, Biologie, Psychologie,
Sociologie, Economie, Antropologie, Bestuurskunde, Politicologie, Beeldende kunst,
Kunstgeschiedenis, Film-, theater- en literatuurwetenschappen, Pedagogiek, Theologie,
Geschiedenis en Communicatiewetenschappen.
 Objectwetenschap: het object van de wetenschap is ‘criminaliteit’ en alles wat daarmee
samenhangt.

De criminologie heeft verschillende deelgebieden:
1. Criminografie (beschrijvende criminologie): vragen naar de aard, omvang, ontwikkeling, schade,
spreiding, sociale klasse, etniciteit, concentraties (‘hotspots’), etc. van specifieke fenomenen of
problemen.
2. Etiologie (de ‘oorzaaksleer’): het verklaren van criminaliteit):
• Centrale rol van ‘theorie’.
• Enorme diversiteit aan criminologische theorieën op verschillende abstractieniveaus
(micro-, meso-, en macroniveau).
3. Victimologie (de leer van het slachtoffer): relatief nieuw onderzoeksgebied.
4. Penologie (de leer van het ‘straffen’):
• Welke sancties werken en waarom? Wat zijn ‘best practices’?
• Wat zijn de onbedoelde of ongewenste effecten van sancties?

,5. Criminaliteitsbeleid (focus vooral op de manieren waarop er beleidsmatig gekeken en gereageerd
wordt op criminaliteit):
• Welke theoretische noties liggen er ten grondslag aan beleid?
• Ook op andere niveaus: wat zegt het criminaliteitsbeleid bijv. over de samenleving.
• Van een nadruk op ‘criminaliteit’ naar ‘veiligheid’.

,Probleem 1: Kattenkwaad of criminaliteit?
Bronnen
• T. Newburn (2013).
• Becker, H. S. (1963).
• Swaaningen, R. van. (2010).
Leerdoel 1.1: Wat is jeugdcriminaliteit en wat zijn de visies hierop?
Newburn (2013) Criminology
De betekenis van criminologie is niet eenduidig → de studie ernaar is een mix van verschillende
disciplines. Volgens Sutherland is criminologie het maken van wetten, het breken van wetten en de reactie
van de maatschappij op het breken van wetten. Soms gaat het ook om het breken van sociale sancties. Er
zijn drie wegen van criminologie:
1. Het bestuderen van de misdaad.
2. Het bestuderen van degenen die de misdaad plegen.
3. Het bestuderen van het strafrecht en het strafrechtelijke systeem.

Misdaad en de studie ernaar, vinden altijd plaats binnen een bepaalde sociale en politieke context: hoe
erover misdaad en wetten gedacht wordt, reflecteert de tijd waarin mensen leven.

Hillyard en Tombs (2004) behoren tot de kritische criminologie en willen niet dat er naar misdaad
gekeken wordt, maar naar de maatschappelijke schade (social harm). Misdaad is een betwistbaar en
problematische term volgens deze kritiekpunten:
1. Misdaad heeft geen ontologische werkelijkheid: er is geen specifieke categorie die misdaad heet,
het beperkt zich niet tot bepaalde gedragingen, maar hangt af van de context of cultuur (bijv.
een moord tijdens een oorlog wordt anders behandeld dan een andere vorm van moord).
Criminaliteit is een verzamelterm voor gedragingen die alle strafbaar zijn, maar voor de rest niet
veel met elkaar gemeen hebben.
2. Criminologie zet de mythe van misdaad voort: er wordt over misdaad gepraat alsof het niet
problematisch en er wordt continu geprobeerd om een oorzaak uit te leggen bij een misdaad. Dit
zet de ‘mythe’ voort, want het is bijv. wel mogelijk om één bepaald motief van één bepaalde
moord uit te leggen, maar de criminologie kan bijv. niet de Tweede Wereldoorlog verklaren.
3. Misdaad bestaat uit veel kleine gebeurtenissen: veel misdaden laten weinig schade achter (fysiek
of financieel) en er zijn vaak geen slachtoffers bij betrokken.
4. Misdaad sluit serieuze vormen van schade (serious harms) buiten: veel serieuze schade wordt niet
behandeld via het strafrecht of niet behandeld als crimineel (bijv. witteboordencriminaliteit (bijv.
dieselschandaal)). Witteboordencriminaliteit werd onder aandacht gebracht door Sutherland en dit
is misdaad gepleegd door bedrijven of machtige mensen.

Er zijn twee visies op criminaliteit:
 Criminaliteit en strafrecht (focus op de wet): criminaliteit is een handeling die kan leiden tot
vervolging en straf. Hierbij gaat het om formele regels.
 Criminaliteit als sociaal construct (focus op de norm): criminaliteit is een label die wordt toegepast
voor bepaalde handelingen. Het is het product van cultureel gebonden sociale interactie, die
leiden tot een bepaalde norm. Hierbij gaat het om informele regels.
• Het ‘sociaalconstructivisme’: het idee dat criminaliteit als sociaal fenomeen de uitkomst of
het product is van de onderhandeling tussen mensen die leven in complexe sociale
groepen.
− Becker: labellingtheorie, labelen komt vanuit het sociaalconstructivisme.
− Niels Kristi: effectieve criminalisering heeft een tegenstander nodig om moral
panic te creëren en criminaliteit is contextafhankelijk: daders wórden daders
gevonden door de norm.
• Historische en culturele variatie: een manier om naar de sociale constructie te kijken van
criminaliteit, is door te kijken naar hoe de behandeling van gedrag varieert over tijd en
per cultuur of plaats.

De link tussen leeftijd en criminaliteit is zo sterk, dat twee bekende Amerikaanse criminologen (Hirschi en
Gottredson) hebben beargumenteerd dat de leeftijd-criminaliteit verdeling één van de brute feiten van
criminologie representeren. Officiële statistieken suggereren dat minstens een vijfde van alle mensen die
worden gewaarschuwd of opgepakt, tussen de 10 en 17 jaar zijn en zeker een derde (37%) is onder de
21 jaar. De piekleeftijd voor criminaliteit ligt tussen de 15 en 18 jaar en mannen maken zich vaker
schuldig aan criminaliteit dan vrouwen.

, Beleidsmakers richten zich vooral op de kleine minderheid daders die veel erge daden plegen
(recidivisten). Het idee is dat het aanpakken van deze groepen een positief effect zou hebben op de
misdaadcijfers. In theorie is dit een logisch idee, maar in de praktijk is het moeilijk vanwege drie redenen:
1. Identificatie: er worden verschillende definities gebruikt → er is niet één duidelijk te identificeren,
consistente groep jongeren die consequent delicten plegen.
2. Misdaden van de consequente overtreders zijn vaak geconcentreerd op relatief korte perioden:
als mensen zijn geïdentificeerd, zijn ze wellicht al gestopt met misdaden plegen → de aantallen
die worden gegeven voor daders die bekennen of regelmatig gearresteerd worden door de
politie, zijn niet representatief voor de werkelijkheid.
3. Pogingen tot vroege identificatie (in kaart brengen van wie een criminele carrière zal gaan volgen)
zijn vaak heel inaccuraat. Dit leidt vaak tot:
• Valse positieven: jonge mensen geïdentificeerd als crimineel te worden, maar die dit
helemaal niet worden.
• Valse negatieven: jonge mensen niet geïdentificeerd als crimineel te worden, terwijl ze dit
wel worden.

Becker (1963) Outsiders
Sociale groepen maken regels en proberen om deze af te dwingen. Regels kunnen formeel (volgens de
wet) of informeel zijn. Als ze informeel zijn, zijn er sociale sancties, die vaak een gebrek aan afdwinging
hebben.

Sociale regels definiëren situaties en het gedrag wat binnen deze situaties past. In bepaalde situaties
gelden ‘goede’ en ‘slechte’ gedragingen. Als iemand een sociale regel breekt wordt deze als een
bijzonder iemand gezien, als iemand die je niet kan vertrouwen om samen mee in de groep te leven. Zo’n
iemand wordt gezien als een buitenstaander (outsider), als een deviant (afwijkende) van de groepsregels.
Maar deze persoon kan zelf een andere visie en andere regels hebben → de regelovertreder kan ook de
beoordelaars zien als outsiders. Dus er zijn twee definities bij de term outsider:
1. De persoon die de regels van de samenleving breekt die door deze samenleving als deviant
wordt gezien.
2. De samenleving zelf, degenen die de regels opstellen, die door de overtreder van deze regels als
deviant wordt gezien.

Hoe ver iemand gezien wordt als een buitenstaander, kan enorm variëren (bijv. verschil tussen moord en
straatvandalisme).

Er zijn verschillende benaderingen voor de definitie van deviantie:
 Statistische visie: de makkelijkste manier is om te kijken naar de statistieken. Deviant is alles wat
te ver afwijkt van het gemiddelde. Dit is een te simpele gedachte, want roodharig of linkshandig
wijkt ook af van het gemiddelde.
 Pathologische visie: deviantie is iets pathologisch (een ziekte). Een menselijk lichaam is gezond
als het efficiënt werkt en het geen discomfort ervaart. Als het inefficiënt werkt, is er een ziekte
aanwezig. Er is weinig overeenstemming over wat dan precies gezond gedrag zou inhouden →
het is lastig om een definitie te vinden waarmee iedereen tevreden is (bijv. homoseksualiteit kan
gezien worden als een ziekte).
 Functionele visie: kijken naar gezondheid en ziekte met betrekking tot de maatschappij. Als er
een verminderde kans op stabiliteit is, wordt dit gelabeld als een sociale disorganisatie
(deviantie). Het voordeel van deze denkwijze is dat het probleemgebieden binnen de
samenleving kan aanwijzen waarvan mensen zich niet bewust zijn. In de praktijk is het aanwijzen
van (dis)functionele zaken moeilijk. Verschillende politieke groepen hebben eigen ideeën over
wat het doel van de groep is en dus ook over wat functioneel is → de geldende regels en dus
ook wat deviant is, is een politieke kwestie binnen deze visie.
 Relativistische of socialistische visie: deviantie is het falen om aan de regels van de groep te
voldoen. Er zijn veel verschillende groepen en regels en veel mensen behoren tot verschillende
groepen → het is lastig om te bepalen welke regels genomen moeten worden als maatstaf.

Deviantie volgens Becker: Labellingbenadering. Volgens deze benadering is deviantie gecreëerd door de
maatschappij: sociale groepen creëren afwijkend gedrag door het maken van de regels die bepalen
wanneer iemand deviant is. Deze regels worden opgelegd aan bepaalde mensen en ze labelen hen als
buitenstaanders (outsiders). Een voorwaarde voor het labellingproces, is het hebben van heterogene
groepen. Als er veel verschillende groepen zijn, zijn de ‘algemene’ normen en waarden niet duidelijk → er
$7.16
Get access to the full document:
Purchased by 30 students

100% satisfaction guarantee
Immediately available after payment
Both online and in PDF
No strings attached


Also available in package deal

Reviews from verified buyers

Showing all 6 reviews
3 year ago

3 year ago

4 year ago

4 year ago

5 year ago

5 year ago

4.7

6 reviews

5
4
4
2
3
0
2
0
1
0
Trustworthy reviews on Stuvia

All reviews are made by real Stuvia users after verified purchases.

Get to know the seller

Seller avatar
Reputation scores are based on the amount of documents a seller has sold for a fee and the reviews they have received for those documents. There are three levels: Bronze, Silver and Gold. The better the reputation, the more your can rely on the quality of the sellers work.
roxannederonde Erasmus Universiteit Rotterdam
Follow You need to be logged in order to follow users or courses
Sold
803
Member since
7 year
Number of followers
416
Documents
37
Last sold
3 days ago

4.1

99 reviews

5
38
4
48
3
6
2
3
1
4

Recently viewed by you

Why students choose Stuvia

Created by fellow students, verified by reviews

Quality you can trust: written by students who passed their tests and reviewed by others who've used these notes.

Didn't get what you expected? Choose another document

No worries! You can instantly pick a different document that better fits what you're looking for.

Pay as you like, start learning right away

No subscription, no commitments. Pay the way you're used to via credit card and download your PDF document instantly.

Student with book image

“Bought, downloaded, and aced it. It really can be that simple.”

Alisha Student

Frequently asked questions