Colleges: Theater en jeugd:
12 april 2022:
500-800 woorden voor recensie.
Belangrijkste onderdelen:
- Sfeerimpressie.
- Analyse.
- Verbinding inhoud en elementen uit de voorstelling.
- Mening over wat er te zien is geweest (niet hele recensie mening).
- Makers.
- Expositie/plot/inhoud/situatieschets.
- Waardeoordeel over de voorstelling (voorkeur: einde).
Specifiek jeugdtheater:
- Relevant voor ontwikkeling → ouders en docenten. Hierbij benoemen of het relevant is om te
kijken voor de aangegeven doelgroep.
- Situatiebeschrijving → waar zijn we, wat is het probleem? Beeldimpressie.
- Visie op jeugd en theater van de maker/auteur/regisseur.
- Inleving van de beleveniswereld van het kind.
- Thematiek, oordeel leeftijdscategorie.
- Toelichting relevant van de thematiek op leeftijd.
- Trigger-warnings.
- Benoemen wat er voor volwassenen leuk is om deze voorstelling te zien. Ook leuk als
familievoorstelling?
- Specifieke leeftijdsgroep? Rekening houden met doelgroep van de voorstelling, maar niet heel
concreet dat je voor een andere doelgroep staat. Bijv. beeldimpressie voor voorstellingen van 3+.
- Benoemen lesprogramma. Invloed lesprogramma op voorstelling. Mening educatieve waarde.
Educatie onderdeel van de voorstelling.
College 2: 19 april 2022:
Korte geschiedenis van het jeugdtheater in Nederland:
1. Verandering van het kindbeeld.
2. Geschiedenis jeugdtheater in Nederland.
Theater in Nederland na WO2:
- Aktie Tomaat (1969)
* Maatschappelijke betrokkenheid.
* Andere manier van spelen.
* Democratie binnen de gezelschappen.
Gevolgen voor het theater:
* Meer ruimte en geld voor kleinschalig theater.
* Meer ruimte en geld voor andere vormen van theater (beeldend, mime, jeugd, politiek)
* Ontwikkeling kleine zalen circuit.
, Verandering van het kindbeeld:
- Ons huidige kindbeeld is historisch bepaald.
- Scheiding tussen wereld van kinderen en volwassenen niet vanzelfsprekend (Ariès, Dasberg).
- Vanaf de Verlichting steeds meer scheiding tussen volwassene en kind:
* Het kind moet opgevoed worden tot volwassene.
* Het kind is kwetsbaar maar ook puur (Rousseau).
Kinder- en volwassenwereld van elkaar gescheiden (voor ons vanzelfsprekend, maar historisch nog
niet zo lang bestaan (denk aan kinderarbeid)); kinderen moeten beschermd worden (in de zin van al
perfect én in de zin van nog niet volwassen).
Jeugd & theater – tot WO2:
- In de 19e eeuw al tekenen en muziek in het onderwijs, géén theater en dans.
- 1900: algemene leerplicht.
- Eerste helft 20e eeuw bepaald door verzuiling:
* Iedere zuil eigen organisaties op gebied van politiek, onderwijs, media, sport, etc.
* Vrijheid van onderwijs.
- Vanaf 1920 jeugd‘volks’kunst: moderne tijd afwezen. Verheerlijking naar oude,
Middeleeuwsachtige maatschappij; saamhorigheid; meer gebondenheid.
* Nostalgie: verheerlijken van het verleden.
* Afwenden van de moderne, geïndustrialiseerde maatschappij.
* Ook jeugdbewegingen verzuild → lekenspel: toneel/dans-achtige opvoeringen. Uiting aan
verbondenheid en afkeer geïndustrialiseerde samenleving.
* Onderwijs: opkomst van de reformpedagogiek: kind is uniek; kind is uitgangspunt van onderwijs.
O Kind is van nature spontaan, nieuwsgierig en kunstzinnig.
Jeugd & theater – na WO2:
- Opkomst vrije expressiebeweging.
- Opkomst van ‘creatief spel’ en dans als middel tot vrije expressie (creative dramatics) maar vooral
buiten het onderwijs om (weinig echt op scholen uitgevoerd).
- Eerste jeugdtheatergezelschappen: Puck en Arena.
- Jeugddansgezelschap: Scapino.
- Drama en dans krijgen binnen het onderwijs pas in jaren ‘80/’90 voet aan de grond.
- Jaren ’70 (na Aktie Tomaat): opkomst van het (politieke) vormingstoneel met de jeugd als
belangrijke doelgroep. (jeugd vormen
- Jaren ’80: ontwikkeling van artistieke signatuur van het jeugdtheater → niet de boodschap maar de
belevingswereld van het kind staat centraal.
- Jaren ’90: internationale doorbraak van Nederlands jeugdtheater, o.a. Ifigeneia Koningskind van
Pauline Mol en Mirad, een jongen uit Bosnië van Ad de Bont.
- Jeugdtheater ook landelijk gesubsidieerd.
- Sinds de invoering van CKV ook steeds meer aanbod voor jongeren → de grens tussen jeugdtheater
en volwassenentheater vervaagt.
Jeugdtheater NL:
- Nederlands jeugdtheater internationaal koploper:
* Heeft zich in relatieve luwte kunnen ontwikkelen.
* Nieuwe stukken bij ‘gebrek’ aan repertoire (Roel Adam, Ad de bont, Pauline Mol, e.v.a.)
* Bewerkingen van klassiekers: Ifigeneia Koningskind, Vertel Medea Vertel, De Storm, Alice in
Wonderland, Hendrik IV, Lear, De Krijtkring, etc.
* Confronterende thema’s: met welke maatstaven moet jeugdtheater beoordeeld worden?
12 april 2022:
500-800 woorden voor recensie.
Belangrijkste onderdelen:
- Sfeerimpressie.
- Analyse.
- Verbinding inhoud en elementen uit de voorstelling.
- Mening over wat er te zien is geweest (niet hele recensie mening).
- Makers.
- Expositie/plot/inhoud/situatieschets.
- Waardeoordeel over de voorstelling (voorkeur: einde).
Specifiek jeugdtheater:
- Relevant voor ontwikkeling → ouders en docenten. Hierbij benoemen of het relevant is om te
kijken voor de aangegeven doelgroep.
- Situatiebeschrijving → waar zijn we, wat is het probleem? Beeldimpressie.
- Visie op jeugd en theater van de maker/auteur/regisseur.
- Inleving van de beleveniswereld van het kind.
- Thematiek, oordeel leeftijdscategorie.
- Toelichting relevant van de thematiek op leeftijd.
- Trigger-warnings.
- Benoemen wat er voor volwassenen leuk is om deze voorstelling te zien. Ook leuk als
familievoorstelling?
- Specifieke leeftijdsgroep? Rekening houden met doelgroep van de voorstelling, maar niet heel
concreet dat je voor een andere doelgroep staat. Bijv. beeldimpressie voor voorstellingen van 3+.
- Benoemen lesprogramma. Invloed lesprogramma op voorstelling. Mening educatieve waarde.
Educatie onderdeel van de voorstelling.
College 2: 19 april 2022:
Korte geschiedenis van het jeugdtheater in Nederland:
1. Verandering van het kindbeeld.
2. Geschiedenis jeugdtheater in Nederland.
Theater in Nederland na WO2:
- Aktie Tomaat (1969)
* Maatschappelijke betrokkenheid.
* Andere manier van spelen.
* Democratie binnen de gezelschappen.
Gevolgen voor het theater:
* Meer ruimte en geld voor kleinschalig theater.
* Meer ruimte en geld voor andere vormen van theater (beeldend, mime, jeugd, politiek)
* Ontwikkeling kleine zalen circuit.
, Verandering van het kindbeeld:
- Ons huidige kindbeeld is historisch bepaald.
- Scheiding tussen wereld van kinderen en volwassenen niet vanzelfsprekend (Ariès, Dasberg).
- Vanaf de Verlichting steeds meer scheiding tussen volwassene en kind:
* Het kind moet opgevoed worden tot volwassene.
* Het kind is kwetsbaar maar ook puur (Rousseau).
Kinder- en volwassenwereld van elkaar gescheiden (voor ons vanzelfsprekend, maar historisch nog
niet zo lang bestaan (denk aan kinderarbeid)); kinderen moeten beschermd worden (in de zin van al
perfect én in de zin van nog niet volwassen).
Jeugd & theater – tot WO2:
- In de 19e eeuw al tekenen en muziek in het onderwijs, géén theater en dans.
- 1900: algemene leerplicht.
- Eerste helft 20e eeuw bepaald door verzuiling:
* Iedere zuil eigen organisaties op gebied van politiek, onderwijs, media, sport, etc.
* Vrijheid van onderwijs.
- Vanaf 1920 jeugd‘volks’kunst: moderne tijd afwezen. Verheerlijking naar oude,
Middeleeuwsachtige maatschappij; saamhorigheid; meer gebondenheid.
* Nostalgie: verheerlijken van het verleden.
* Afwenden van de moderne, geïndustrialiseerde maatschappij.
* Ook jeugdbewegingen verzuild → lekenspel: toneel/dans-achtige opvoeringen. Uiting aan
verbondenheid en afkeer geïndustrialiseerde samenleving.
* Onderwijs: opkomst van de reformpedagogiek: kind is uniek; kind is uitgangspunt van onderwijs.
O Kind is van nature spontaan, nieuwsgierig en kunstzinnig.
Jeugd & theater – na WO2:
- Opkomst vrije expressiebeweging.
- Opkomst van ‘creatief spel’ en dans als middel tot vrije expressie (creative dramatics) maar vooral
buiten het onderwijs om (weinig echt op scholen uitgevoerd).
- Eerste jeugdtheatergezelschappen: Puck en Arena.
- Jeugddansgezelschap: Scapino.
- Drama en dans krijgen binnen het onderwijs pas in jaren ‘80/’90 voet aan de grond.
- Jaren ’70 (na Aktie Tomaat): opkomst van het (politieke) vormingstoneel met de jeugd als
belangrijke doelgroep. (jeugd vormen
- Jaren ’80: ontwikkeling van artistieke signatuur van het jeugdtheater → niet de boodschap maar de
belevingswereld van het kind staat centraal.
- Jaren ’90: internationale doorbraak van Nederlands jeugdtheater, o.a. Ifigeneia Koningskind van
Pauline Mol en Mirad, een jongen uit Bosnië van Ad de Bont.
- Jeugdtheater ook landelijk gesubsidieerd.
- Sinds de invoering van CKV ook steeds meer aanbod voor jongeren → de grens tussen jeugdtheater
en volwassenentheater vervaagt.
Jeugdtheater NL:
- Nederlands jeugdtheater internationaal koploper:
* Heeft zich in relatieve luwte kunnen ontwikkelen.
* Nieuwe stukken bij ‘gebrek’ aan repertoire (Roel Adam, Ad de bont, Pauline Mol, e.v.a.)
* Bewerkingen van klassiekers: Ifigeneia Koningskind, Vertel Medea Vertel, De Storm, Alice in
Wonderland, Hendrik IV, Lear, De Krijtkring, etc.
* Confronterende thema’s: met welke maatstaven moet jeugdtheater beoordeeld worden?