Samenvatting hoofdstuk 1: Mens en beeld
Het menselijk brein heeft een enorme verwerkingscapaciteit voor visuele informatie: meer dan de
helft van onze capaciteit wordt gebruikt voor visuele beelden. Elke mens en elke cultuur heeft
behoefte aan eigen vormgeving om zich te onderscheiden. Naast de gebruiksfunctie is er altijd de
esthetische en visuele communicatiebehoefte naar anderen. Beelden voorzien in een vorm van
communicatie binnen een gemeenschap en generatie/cultuur stelt nieuwe eisen aan de vormgeving.
De meest karakteristieke beelden van een generatie noemen we iconen. Visuals, zoals alle visuele
representaties genoemd worden, zijn minstens zo bepalend voor de impact als de inhoud van een
bericht. Het uiterlijk, image, wordt in steeds sterkere mate aan identiteit verbonden. Beelden geven
uitdrukking aan voorkeur en overtuiging.
Alle beelden in onze cultuur hebben een communicatieve gebruiksfunctie, maar dat is lang niet de
enige functie die beelden kunnen hebben. De functie van beelden kun je onderbrengen in de
volgende categorieën: functioneel (gebruiksgemak), aanschouwelijk ordenend, narratief, illustratief,
directief, verbeeldend, decoratief, esthetisch, expressief en amusement.
Beeldend onderwijs voorziet daarom in een aantal belangrijke behoeften:
Recht op de ontwikkeling van deze natuurlijke creatieve begaafdheid.
Kinderen doen ervaringen op met materialen die ze elders niet opdoen.
Maken en omgaan met beelden verrijkt de manier waarop ze de werkelijkheid ervaren.
Het geeft ze mogelijkheden een identiteit te ontwikkelen door interactie met hun beelden,
de anderen en beelden van de anderen.
Ze vormen een cultureel (zelf)bewustzijn.
Om zelfbewust en kritisch te kunnen participeren is visuele geletterdheid noodzakelijk.
Hoofdstuk 2: zien en maken
Zien is een 'reconstructie' van een visuele werkelijkheid en afhankelijk van de persoon
die waarneemt (intentionele activiteit). Eenzelfde omgeving kan door andere ogen
verschillend worden waargenomen. Door bewust te wisselen van intentie kun je de
gevoeligheid voor de visuele waarneming vergroten.
Om beelden te kunnen maken moet je kunnen manipuleren met visuele informatie:
vorm en kleur, ruimte en compositie. Vormgevende handelingen geven een beeld
zeggingskracht. De wijze van waarnemen vind je terug in beelden.
Als voorbeeld van beeldend vormgeven wordt het werk rond dans van Milou en de
kunstenaar Degas vergeleken. Ze beschouwen het onderwerp, de verschijningsvorm en
onderzoeken op welke wijze de door hen ervaren betekenis krachtig in materie kan
worden uitgewerkt.
'Beeldend vormgeven is het betekenis verlenen aan materie door de vorm aan te
passen. Dat gebeurt in een creatief proces van beschouwing (kijken/vergelijken),
onderzoek (experimenteren/overwegen) en werkwijze (handelen/verwerken). Reflectie
stuurt die activiteiten aan en zorgt voor persoonlijke afstemming.' De schematische
weergave in het cirkelmodel vormt de basis voor een didactiek voor beeldend onderwijs.
Betekenis, vorm en materiaal zijn de productcomponenten.
Beschouwing, onderzoek en werkwijze zijn de procescomponenten.
Het menselijk brein heeft een enorme verwerkingscapaciteit voor visuele informatie: meer dan de
helft van onze capaciteit wordt gebruikt voor visuele beelden. Elke mens en elke cultuur heeft
behoefte aan eigen vormgeving om zich te onderscheiden. Naast de gebruiksfunctie is er altijd de
esthetische en visuele communicatiebehoefte naar anderen. Beelden voorzien in een vorm van
communicatie binnen een gemeenschap en generatie/cultuur stelt nieuwe eisen aan de vormgeving.
De meest karakteristieke beelden van een generatie noemen we iconen. Visuals, zoals alle visuele
representaties genoemd worden, zijn minstens zo bepalend voor de impact als de inhoud van een
bericht. Het uiterlijk, image, wordt in steeds sterkere mate aan identiteit verbonden. Beelden geven
uitdrukking aan voorkeur en overtuiging.
Alle beelden in onze cultuur hebben een communicatieve gebruiksfunctie, maar dat is lang niet de
enige functie die beelden kunnen hebben. De functie van beelden kun je onderbrengen in de
volgende categorieën: functioneel (gebruiksgemak), aanschouwelijk ordenend, narratief, illustratief,
directief, verbeeldend, decoratief, esthetisch, expressief en amusement.
Beeldend onderwijs voorziet daarom in een aantal belangrijke behoeften:
Recht op de ontwikkeling van deze natuurlijke creatieve begaafdheid.
Kinderen doen ervaringen op met materialen die ze elders niet opdoen.
Maken en omgaan met beelden verrijkt de manier waarop ze de werkelijkheid ervaren.
Het geeft ze mogelijkheden een identiteit te ontwikkelen door interactie met hun beelden,
de anderen en beelden van de anderen.
Ze vormen een cultureel (zelf)bewustzijn.
Om zelfbewust en kritisch te kunnen participeren is visuele geletterdheid noodzakelijk.
Hoofdstuk 2: zien en maken
Zien is een 'reconstructie' van een visuele werkelijkheid en afhankelijk van de persoon
die waarneemt (intentionele activiteit). Eenzelfde omgeving kan door andere ogen
verschillend worden waargenomen. Door bewust te wisselen van intentie kun je de
gevoeligheid voor de visuele waarneming vergroten.
Om beelden te kunnen maken moet je kunnen manipuleren met visuele informatie:
vorm en kleur, ruimte en compositie. Vormgevende handelingen geven een beeld
zeggingskracht. De wijze van waarnemen vind je terug in beelden.
Als voorbeeld van beeldend vormgeven wordt het werk rond dans van Milou en de
kunstenaar Degas vergeleken. Ze beschouwen het onderwerp, de verschijningsvorm en
onderzoeken op welke wijze de door hen ervaren betekenis krachtig in materie kan
worden uitgewerkt.
'Beeldend vormgeven is het betekenis verlenen aan materie door de vorm aan te
passen. Dat gebeurt in een creatief proces van beschouwing (kijken/vergelijken),
onderzoek (experimenteren/overwegen) en werkwijze (handelen/verwerken). Reflectie
stuurt die activiteiten aan en zorgt voor persoonlijke afstemming.' De schematische
weergave in het cirkelmodel vormt de basis voor een didactiek voor beeldend onderwijs.
Betekenis, vorm en materiaal zijn de productcomponenten.
Beschouwing, onderzoek en werkwijze zijn de procescomponenten.