o Maximaal 0,5 promille alcohol (geldt voor schipper en bestuurder)
o Medicatie welke rijvaardigheid beïnvloed is ook verboden
o Vaarbewijs kan worden ingenomen vanaf 1,8 promille alcohol
o BPR is overal in Nederland van kracht
o BPR uitgezonderd: Boven en Neder-Rijn, Waal, Lek en Pannerdensch kanaal (daar RPR)
o Naast BPR en RPR heb je: ‘Westerschelde reglement (SRW) + Scheepvaart Reglement Eems
en Dollard (SRE) - naam zegt het al waar deze gelden
o Duwstel = duwboot met meerdere duwbakken
o Gekoppeld samenstel = twee schepen aan elkaar vastgeknoopt
o Visserschip = een schip dat ook écht vist (vist hij niet = gewoon schip)
o Zeilschip = een schip dat ook écht zeilt (motor aan = motorschip)
o Snelle motorboot = klein schip dat sneller KAN varen dan 20 km/uur
o Snel schip = groot schip dat sneller kan varen dan 40 km/uur en dat dus ook DOET
(vleugelboot)
o Passagierschip = meer dan 12 personen MAG meenemen (ook al ben je kleiner dan 20 meter,
je bent een GROOT schip. Denk aan gele ruit als teken overdag)
o Tot 20 meter lengte = een klein schip
o 20 meter of langer = groot schip
o Vaarbewijs nodig indien: sneller KAN varen dan 20 km/uur OF: groter is DAN 15 meter
o Dus, grote schepen = schepen van langer dan 20 meter, vissend visserschip, pont, sleepboot
indien deze grote schepen sleept (in RPR wijkt dit af)
o Met klein vaarbewijs: schepen varen voor plezier TOT 25 meter lengte + beroepsmatig TOT
20 meter lengte
o Grote schepen gaan altijd voor op kleine schepen (ken de uitzonderingen!)
o Schipper = degene die de navigatie leidt (hoeft niet zelf aan roer te staan maar moet
onmiddellijk kunnen ingrijpen)
o Minimale leeftijd voor besturen van schip = 16 jaar
o Schip langer dan 15 meter en/of sneller kan varen dan 20 km/uur = 18 jaar (vaarbewijs
verplicht)
o Klein motorschip korter dan 7 meter + maximale snelheid van 13 km/uur = 12 jaar (verschilt
met RPR)
o Zeilboot, surfer, roeiboot, kano, waterfiets korter dan 7 meter = geen minimum leeftijd
o Linkerkant boot = bakboordkant (rood licht)
o Rechterkant boot = stuurboordkant (groen licht)
Schijnt beide meer dan 90 graden
o Toplicht = wit licht (225 graden)
o Heklicht = wit licht
o Bij kleine schepen mag het toplicht en heklicht samengevoegd worden in een rondom
schijnend licht
, o Kleine schepen (kleiner dan 20 meter) = alle lampen bij elkaar (boordlichten en top+ heklicht)
o Toplicht mag NOOIT onder de boordlichten worden geplaatst
o Zeilboot heeft alleen boordlichten en een heklicht
o Bij kleine zeilschepen tot 20 meter lengte mogen boord + heklichten bij elkaar
o Zeilboot met motor aan = overdag zwarte kegel met punt naar beneden (dagteken)
o Marifoon = zend- en ontvangst installatie waarmee je contact kunt opnemen met andere
schepen, verkeersposten en het kustwachtcentrum
o Kleine schepen = geen marifoonplicht in Nederland
o Heb je deze wel aan boord met een klein schip? Dan heb je uitluister plicht en moet deze aan
bepaalde eisen voldoen
o Marifoon aan boord = in bezit zijn van een bedieningscertificaat
o Radar = een scanner die radarsignalen uitzendt en weer ontvangt (voor slecht zicht)
o Voor radar GEEN certificaat nodig indien je deze gebruikt als hulp voor navigatie
o Voor radar WEL certificaat nodig indien je deze gebruik voor navigatie bij slecht zicht
o Volgorde: eerst zeilboot, dan door spierkracht aangedreven schepen en als laatste de
motorboot
o Zeilschip grootste zeil over bakboord = zeilen over bakboord
o Zeilschip grootste zeil over stuurboord = zeilen over stuurboord
o 2 zeilschepen naderen elkaar = wie van links of rechts komt ONBELANGRIJK Je kijkt naar
de stand van het grote zeil !
o Zeil je over bakboord = je hebt voorrang bij het kruisen van een andere zeilboot dat over
stuurboord zeilt
o Varen beide schepen over dezelfde boeg = het schip dat ALS EERST met de wind in aanraking
komt wijken !
o Loef zijde = kant waar de wind vandaan komt
o Lij zijde = kant waar de wind naar toe waait
o Extra info: sup = roei + surf = zeil !
o Indien een zeilschip een ander zeilschip oploopt = moet aan de LOEFzijde gebeuren (waar de
wind vandaan komt)
o Stuurboordwal varen = meer voorrangsrechten ! (alles wijkt voor stuurboordwal varend
schip, ook grote schepen vanaf buiten de betonning)
o Groot schip op hoofdwater = voorrang
o In elke andere situatie = nevenwater mag voorrang verlangen
o In elke andere situaties is het geregeld dat een schip uit een nevenvaarwater medewerking
mag verlangen van het schip dat op het hoofdvaarwater vaart (behalve dus groot op
hoofdwater)
o Let op: nevenwater heeft GEEN voorrang ! Ze mogen alleen medewerking verlangen !
o Groot uit nevenwater en groot uit hoofdwater = nevenwater mag weer voorrang verlangen
o Bij bord B.9 MOET nevenwater voorrang VERLENEN aan hoofdwater
o Geluidssein voor openen van brug = __ . __ (lang, kort, lang)
o Brug: volgorde van aankomst binnen vare, groot schip gaat voor, burgwachter KAN volgorde
bepalen, marifoon aan