College 1: hechtingsproblematiek
Gezinssysteem theorie: individuen worden beïnvloed door netwerk van relaties waar
zij deel van uitmaken
Gezinsleden beïnvloeden elkaar
- Cross-over effecten
Subsystemen beïnvloeden elkaar
- Split-over effecten
Invloed op individuele ontwikkeling
Gezinssysteem Maatschappij en gezin
Ouder-kind relatie Begeleiding bij probleem binnen gezin
Relatie tussen kind en broers/zussen Opgroeien in andere context dan gezin
Individuele eigenschappen van Impact van maatschappij op gezin
broers/zussen
Relatie tussen ouders en broers/zussen
Individuele eigenschappen van de ouder
Relatie tussen ouders
Gehechtheid
Genetische predispositie
- Ieder kind heeft biologische aanleg om zich te hechten aan volwassene of
individu dat voor kind kan zorgen
Evolutionair doel: zorg voor veiligheid en bescherming
Ontwikkeling in vroege kindertijd:
- 1e fase (3 mnd): ongerichte gehechtheidsgedrag
kind maakt geen onderscheid tussen bekenden/onbekenden
e
- 2 fase (3-6 mnd): gerichtheid op bekende verzorgers
- 3e fase (6-36 mnd): consolidatie van relatie
Relatie met ouder gaat vorm aannemen
Ontstaan separatieangst en angst voor vreemden
e
- 4 fase (vanaf 3 jaar): intern werkmodel
Mentale representatie dat kind vormt van zichzelf, anderen en
relaties o.b.v. zijn ervaring met hechting
Vormen gehechtheid: afhankelijk van ouderreacties
1. Veilige gehechtheid: 60-70%
2. Onveilige gehechtheid (ambivalent/vermijdend): 30-40%
3. Gedesorganiseerde gehechtheid: 15%
Richtlijnen problematische gehechtheid
Onveilige gehechtheid en sprake van probleemgedrag als gevolg hiervan
Problemen gerelateerd aan een verbroken gehechtheidsrelatie
Gedesorganiseerde of verstoorde gehechtheidsrelatie
Niet vormen van een gehechtheidsrelatie (RHS)