100% satisfaction guarantee Immediately available after payment Both online and in PDF No strings attached 4.2 TrustPilot
logo-home
Class notes

Hoorcollege week 4 BPR

Rating
-
Sold
-
Pages
26
Uploaded on
22-06-2019
Written in
2017/2018

Burgerlijk procesrecht (BPR), Bachelor Rechtsgeleerdheid, variant Privaatrecht, Erasmus Universiteit Rotterdam is het van belang om te bepalen om elk leerstuk het gaat om de leerstuk te kunnen bepalen dien je de stof te beheersen. Deze aantekening bevat de belangrijkste onderdelen die tijdens de colleges aan bod zijn gekomen.

Show more Read less
Institution
Course










Whoops! We can’t load your doc right now. Try again or contact support.

Written for

Institution
Study
Course

Document information

Uploaded on
June 22, 2019
Number of pages
26
Written in
2017/2018
Type
Class notes
Professor(s)
Unknown
Contains
All classes

Subjects

Content preview

Hoorcollege week 4 BPR –
rechtsmiddelen, internationaal
procederen, alternatieve
geschillenbeslechting
Agenda:
• Aantasting uitspraken
• Soorten rechtsmiddelen
• Welk rechtsmiddel te kiezen?
• Soorten uitspraken
• Staat het rechtsmiddel open?
• Procedure nadat rechtsmiddel is ingesteld
• Internationaal procederen
• Alternatieve geschilbeslechting

Als we nu eenmaal een uitspraak hebben, wat kunnen we dan tegen die uitspraak doen? dan hebben we het
over de rechtsmiddelen, zij dat je niet altijd een rechtsmiddel nodig hebt, omdat er ook situaties zijn dat de
fout in het vonnis zo evident is, dat de wet daarvoor andere systemen heeft: regels omtrent aanvulling art. 31
en 32 Rv  verbetering en aanvulling

Soort uitspraak is van belang voor o.a. ten uitoverlegging. Maar type uitspraak, en dan zit het in de vorm van
tenuitvoerlegging wat er precies in het dictum staat. En dat dictum vergelijken met petitum. Dus petitum lezen
en dan dictum lezen dan weet je of het voor tenuitvoerlegging vatbaar is en op welke wijze de
tenuitvoerlegging vatbaar is. Maar vorm van dictum is ook van belang voor de vraag of er een rechtsmiddel
open staat.

Nederland maakt een onderdelen uit van een groter geheel van het recht  hoe procederen tegen iemand die
in Duitsland woont, of hoe procedeert iemand tegen mij in Duitsland, of buiten de EU?  Internationaal
procederen. Rechtsvragen die daar spelen primair beantwoord binnen EU-context in Brussel 1 BIS (herzien
versie van Brussel 1).

Alternatieve geschilbeslechting = geschilbeslechting buiten de overheidsrechter om. Dus als alternatief voor het
procederen ten overstaan van een voor ene leven benoemde rechter: denk aan arbitrage, maar ook aan
mediation en reconciliation.

Een vonnis bestaat net als een dagvaarding uit verschillende stukken. Je hebt een administratief stuk (de
namen van partijen, rechtbank, wanneer vonnis is gewezen), lichaam vonnis (gronden) en uiteindelijk
beslissing (dictum: afzetten tegen het petitum).
@ tentamen kan gevraagd worden wat voor een type vonnis het is. Dan krijg je 2 stukjes uit een vonnis en dan
wordt er gevraagd wat het is. Bij de beoordeling van het geschil staat:

Vonnis:
Beoordeling van het geschil
“Het voorgaande leidt tot het eindoordeel dat de inkomensschade van [eiser] over de perioden waarover [eiser]
aansprakelijk is wordt vastgesteld op € 71.624,37.“

Beslist: (beslissing)
“Veroordeelt Rabobank c.s. om aan [eiser] tegen bewijs van kwijting te betalen € 61.624,37 met de wettelijke
rente daarover vanaf veertien dagen na de betekening van dit vonnis tot de voldoening;”

Wat is dit voor een vonnis? In het kader van tenuitvoerlegging  veroordelend vonnis of condemnatoir
vonnis. Het is een veroordelend vonnis, want in het petitum staat de veroordeling van Rabobank. Het is een
veroordelend vonnis waarbij type veroordeling is: betaling van een geldsom.




1

,Als er niet vrijwillig aan het vonnis wordt voldaan kun je hier verhaalsbeslag op vermogensbestanddelen van
de bank. De beslissing in het dictum die macht met de overwegingen van het lichaam. Dan krijg je de vraag of
de Rabobank in hoger beroep kan tegen het vonnis (rechtsmiddel aanwenden). Voorts de vraag of eiser in
hoger beroep kan, omdat in het lichaam staat dat de rechtbank oordeelt dat er €71.624,3 betaald moet
worden, maar in het dictum staat dat er € 61.624,37 betaald moet worden. Dan heb je dus de casus waarin
een uitspraak voor de een nadelig is en voor de ander voordeling, maar misschien niet voordelig genoeg: de
vraag wat de eiser, respectievelijk gedaagde hiertegen kan doen.

Herstel zonder rechtsmiddel
• Verbetering, art. 31 Rv
• Kennelijke reken- of schrijffout (etc)
• Rechter verbetert die het vonnis zelf heeft gewezen!
• Op verzoek of ambtshalve
• Geen hogere voorziening  gedachte hierachter: niet voor discussie vatbare wijzigingen. Het
is evident dat die fouten zijn gemaakt, dus voor de wijziging is geen mogelijkheid voor hoger
beroep.

Art. 31 Rv  verbetering kennelijke verschrijving  Op verzoek van partij of ambtshalve. Op verzoek lijkt
te suggereren dat het een verzoekschrift is, maar dat is het niet. Verzoek hier in art 31 Rv is niet bedoeld een
titel 3 procedure maar een vrije verlangen procedure: briefje schrijven en de rechter gaat aan de slaag. Hoe
doet de rechter dit? Dit doet hij (2 e volzin) nadat hij partijen de gelegenheid heeft gesteld om zich daarover uit
te laten (hoor en wederhoor). Als de eiser een briefje schrijft waarin hij zegt dat hij 71000eur heeft
gevorderd en dit ook in de overweging staat dit ook, maar u rechter wijst slechts 61000 toe, en ik zou dit graag
verbeterd zien. Voordat de rechter overgaat tot verbetering, zal de rechter Rabobank (gedaagde) vragen op te
reageren op dat punt, en niet op het vonnis, want dan moet Rabobank maar in hoger beroep gaan.

Dit is de rechter die zelf de uitspraak heeft gegeven (en niet als bij een rechtsmiddel naar een hogere rechter)
!!! dit is geen rechtsmiddel, want het is min of meer een informele weg om een evidente fout in het vonnis te
verbeteren. De wet zegt het ook: het moet gaan om kennelijke, reken-taal-schrijf of andere fouten.
In casus i.p.v. een 7 een 6 ingetikt. Eiser kan art. 31 Rv inroepen.

• Aanvulling, art. 32 Rv
• Geen beslissing op deel gevorderde
• Op verzoek
• Rechtsmiddel tegen aanvulling

Stel nu dat die eiser zou hebben gevorderd (in zijn petitum) een verklaring voor recht dat de Rabobank
wanprestatie of onrechtmatig heeft gehandeld en voorts in zijn petitum heft gevorderd betaling van 71000,
wettelijke rente, uitvoerbaar bij voorraad, en dat in het dictum alleen maar voorkomt:
Beslist: (beslissing)
“Veroordeelt Rabobank c.s. om aan [eiser] tegen bewijs van kwijting te betalen € 61.624,37 met de wettelijke
rente daarover vanaf veertien dagen na de betekening van dit vonnis tot de voldoening;”

 Als je petitum met dictum vergelijkt Dan zie je dat de rechter op bepaalde dingen niet heeft beslist. Zo heeft
de rechter niet beslist op de verklaring van recht, en uitvoerbaar bij voorraad. Wat kan je hiertegen doen? de
rechter beslist op 2 vorderingen die gevorderd zijn, maar op 2 dingen beslist de rechter niet. Vroeger voor 2002
moest hiertegen in hoger beroep worden gegaan. Maar tegenwoordig maakt de wet dat wat eenvoudiger: art.
32 Rv.
Partijen eerst in de gelegenheid stellen om erop te reageren (hoor en wederhoor)

Petitum formuleren wordt dus steeds belangrijk, en nagaan of je het gevorderde ook terugvindt in het dictum.
Want als het afwijkt dan kan dat een kennelijke fout zijn, een informele weg van art. 31 Rv. Of dat er op een
vordering niet beslist is, dan kan de rechter via de weg van art. 32 Rv aanvullen.

Let op: aanvulling op grond van art. 32 Rv kan slechts op verzoek (dus niet ambtshalve) van een partij
(anders dan bij art. 31 Rv) en tegen de aanvulling zelf staat wel een rechtsmiddel open, omdat je dan ineens
een nieuw stuk dictum erbij krijgt, en daar moet je tegen kunnen appelleren.




2

, Tot slot: dit zijn geen rechtsmiddelen, maar mogelijkheden van herstel zonder een rechtsmiddel aan te
wenden.




Soorten rechtsmiddel
• Gewone rechtsmiddelen (hebben schorsende werking)
• Verzet (alleen in dagvaardingsprocedures)
• Hoger beroep
• Cassatie
• PM: Buitengewone rechtsmiddelen (geen schorsende werking)
• Derdenverzet (376-380 Rv), herroeping (382-389 Rv) !!! lees een keer na in de wet!!!

Bij de rechtsmiddelen moet je een onderscheid maken tussen gewone rechtsmiddelen (schorsende werking) en
buitengewone (geen schorsende werking)  verder buiten beschouwing

Gewoon rechtsmiddel heeft dus een schorsende werking, maar is niet altijd zo kan je ontkomen door in je
petitum een uitvoerbaarverklaring bij voorraad te vorderen en in het dictum gedaan te krijgen.
Uitvoerbaarverklaring bij voorraad heft de schorsende werking van een appel op.

1. Verzet  speelt in dagvaardingsprocedure rol: situatie waarin conform regeling art. 111 e.v.
dagvaart, termijn in acht zijn genomen, goed is betekent conform art. 45 ev. Maar hij komt niet
opdagen; verstek verleent: verstekvonnis en vonnis wordt toegewezen. De persoon wordt in verstek
veroordeelt. Alleen in dagvaardingsprocedures, want in verzoekschriftprocedures niet altijd een
wederpartij hebt, daar werken we met ruimere begrip belanghebbende.
2. Hoger beroep  dan wentel je het af van de eerste aanleg rechter in de regel op grond van ar. 42 RO
naar het hof
3. Cassatie waar het niet meer gaat over de feiten. De feiten zijn namelijk vastgesteld rechtbank en/of
hof. Maar het gaat hier alleen over de toepassing van het recht.

Gewone rechtsmiddelen
• Na verstrijken termijn voor gewoon rechtsmiddel, gaat uitspraak in kracht van gewijsde
• Na berusting geen rechtsmiddel
• Gesloten stelsel van rechtsmiddelen
• Betekening dagvaarding, bijzondere bepaling art. 63 Rv.

Het eerste wat je moet weten is het vaststellen van de termijn voor het aanwenden van het rechtsmiddel.

Voor verzet hebben we 2 termijnen (art. 143 Rv). Hier geldt een termijn van 4 weken na betekening van het
vonnis aan de veroordeelde in persoon of na daad van bekendheid.
Termijn verzet = 4 weken (primaire termijn)
Alternatieve termijn voor in het buitenland = 8 weken
 Indien je in die 4 weken respectievelijk 8 weken geen actie onderneemt, staat het vonnis vast.

Hoger beroep
Termijn = 3 maanden, titel 7
Bij dagvaardingsprocedures iets anders geregeld dan bij verzoekschriftprocedures:
 Dagvaarding: art. 339 Rv termijn = 3 maanden te rekenen vanaf uitspraak vonnis
 Verzoekschrift: ook drie maanden, maar ingangstijdstip is iets anders. Art. 358 Rv

Cassatie
Is ook 3 maanden

Hoger beroep kort geding vonnis
4 weken

Cassatietermijn van kortgeding vonnis
8 weken

Laat je die termijn over gaat de uitspraak over naar kracht van gewijsde  geen gewoon rechtsmiddel meer
over: zaak, beslissing, dictum staat vast. Als het vonnis, beschikking wordt ten uitvoer gelegd dan kan je als
enige als veroordeelde nog kunt doen: art. 438 Rv executiegeschil, maar dit is geen verkapt hoger beroep is.




3

Get to know the seller

Seller avatar
Reputation scores are based on the amount of documents a seller has sold for a fee and the reviews they have received for those documents. There are three levels: Bronze, Silver and Gold. The better the reputation, the more your can rely on the quality of the sellers work.
rechtenstudent123 Erasmus Universiteit Rotterdam
Follow You need to be logged in order to follow users or courses
Sold
28
Member since
10 year
Number of followers
22
Documents
53
Last sold
4 year ago

1.9

15 reviews

5
0
4
1
3
4
2
2
1
8

Recently viewed by you

Why students choose Stuvia

Created by fellow students, verified by reviews

Quality you can trust: written by students who passed their tests and reviewed by others who've used these notes.

Didn't get what you expected? Choose another document

No worries! You can instantly pick a different document that better fits what you're looking for.

Pay as you like, start learning right away

No subscription, no commitments. Pay the way you're used to via credit card and download your PDF document instantly.

Student with book image

“Bought, downloaded, and aced it. It really can be that simple.”

Alisha Student

Frequently asked questions