Stedelijke geografie week 2. Tuindorpen
Garden City Movement
- Ontstaan rond 1895
- Grondlegger in Engeland: Ebenezer Howard
- Het was een reactie op bevolkingsexplosie van de steden
- Gebaseerd op denkbeelden over functioneren en verbeteren van leefmilieu qua
hygiëne en meer licht/lucht/groen in snel groeiende industriële steden.
In Nederland kwam eind 19e eeuw diverse wetgeving voor betere
leefomstandigheden. Woningwet in 1901
Garden City Movement
- Ruimtelijk
* autonome stedelijke collectiviteit omringd door agrarische platteland
- Ideologisch
* verbeteren van leefomstandigheden voor bewoners van grote steden
- Praktisch
* combinatie van stedenbouwkundige en architectonische toepassingsmogelijkheden
Garden Cities of Tomorrow
Een gemeenschap van 30.000 zielen, 5.000 per wijk. Doorsnede van 2.400 m, 6
hoofdradialen die de plaats in gelijke delen opsplitste.
- Radiaal-concentrisch opgebouwd in het groen
- Gescheiden functies
- Openbare gebouwen rondom het centrale plein
- Hieromheen groengordels, dienstverlenende/ verzorgende functies, woongebieden,
industrie
- Per spoor verbonden met de grote stad
, Tuinstad ontwerp in Nederland
- Tuinstadidee als overloop voor Amsterdam in het Gooi
- Tuinsteden in Nederland werden gerealiseerd als tuindorpen/ tuinwijken
- Bijv. betondorp Amsterdam / Kruidenbuurt Eindhoven
- Tuinsteden (30.000 inwoners) te groot voor Nederland
- Uitvoering werd wel omarmd als tuindorpen/ tuinwijken (jaren 20-30)
- Was een aansluiting bij de ideeen over meer licht, lucht en hygiene
- Woningbouw ontstond rondom fabriekscomplexen in snel groeiende industriesteden
- Bevolking in de tuindorpen was afkomstig van het platteland
Goede woning met ruimte achtertuin. Er kon goed gewoond en gewerkt worden.
De Etos (Philips Eindhoven) begon hiermee: zelfvoorziening en toewijding aan de
fabriek
Eindhoven
- Industriele ontwikkeling: Philips – Daf
- Stadsuitbreiding in de vorm van tuindorpen, nabij de fabrieksterreinen
- Westelijk deel van stad: Phlips dorp, Drents dorp, Woensel West
- Zuidelijk deel van de stad: Kruidenbuurt, Tivoli, Bloemenbuurt, Sintenbuurt
Situatie anno 2018
- Herstructurering/ sloop en nieuwbouw
- Principe blijft populair: jaren ’30 architectuur
- Stedelijk met een groen karakter
- Goedkopere segment markt (huur/ koop)
- Aanpassing aan de huidige eisen ‘binnenmilieu van woning’
- Aanpassen ‘buiten’: stratenpatroon en parkeren moeten anders
- Aandacht ‘openbare ruimte’: veiligheid, variatie, verblijf, verplaatsing (vier V’s)
Stedelijke geografie week 3.Bloemkoolwijken
Garden City Movement
- Ontstaan rond 1895
- Grondlegger in Engeland: Ebenezer Howard
- Het was een reactie op bevolkingsexplosie van de steden
- Gebaseerd op denkbeelden over functioneren en verbeteren van leefmilieu qua
hygiëne en meer licht/lucht/groen in snel groeiende industriële steden.
In Nederland kwam eind 19e eeuw diverse wetgeving voor betere
leefomstandigheden. Woningwet in 1901
Garden City Movement
- Ruimtelijk
* autonome stedelijke collectiviteit omringd door agrarische platteland
- Ideologisch
* verbeteren van leefomstandigheden voor bewoners van grote steden
- Praktisch
* combinatie van stedenbouwkundige en architectonische toepassingsmogelijkheden
Garden Cities of Tomorrow
Een gemeenschap van 30.000 zielen, 5.000 per wijk. Doorsnede van 2.400 m, 6
hoofdradialen die de plaats in gelijke delen opsplitste.
- Radiaal-concentrisch opgebouwd in het groen
- Gescheiden functies
- Openbare gebouwen rondom het centrale plein
- Hieromheen groengordels, dienstverlenende/ verzorgende functies, woongebieden,
industrie
- Per spoor verbonden met de grote stad
, Tuinstad ontwerp in Nederland
- Tuinstadidee als overloop voor Amsterdam in het Gooi
- Tuinsteden in Nederland werden gerealiseerd als tuindorpen/ tuinwijken
- Bijv. betondorp Amsterdam / Kruidenbuurt Eindhoven
- Tuinsteden (30.000 inwoners) te groot voor Nederland
- Uitvoering werd wel omarmd als tuindorpen/ tuinwijken (jaren 20-30)
- Was een aansluiting bij de ideeen over meer licht, lucht en hygiene
- Woningbouw ontstond rondom fabriekscomplexen in snel groeiende industriesteden
- Bevolking in de tuindorpen was afkomstig van het platteland
Goede woning met ruimte achtertuin. Er kon goed gewoond en gewerkt worden.
De Etos (Philips Eindhoven) begon hiermee: zelfvoorziening en toewijding aan de
fabriek
Eindhoven
- Industriele ontwikkeling: Philips – Daf
- Stadsuitbreiding in de vorm van tuindorpen, nabij de fabrieksterreinen
- Westelijk deel van stad: Phlips dorp, Drents dorp, Woensel West
- Zuidelijk deel van de stad: Kruidenbuurt, Tivoli, Bloemenbuurt, Sintenbuurt
Situatie anno 2018
- Herstructurering/ sloop en nieuwbouw
- Principe blijft populair: jaren ’30 architectuur
- Stedelijk met een groen karakter
- Goedkopere segment markt (huur/ koop)
- Aanpassing aan de huidige eisen ‘binnenmilieu van woning’
- Aanpassen ‘buiten’: stratenpatroon en parkeren moeten anders
- Aandacht ‘openbare ruimte’: veiligheid, variatie, verblijf, verplaatsing (vier V’s)
Stedelijke geografie week 3.Bloemkoolwijken