NIP - College 8
Verhouding rechter en partijen in RV
Verhouding in eerste aanleg in het algemeen
Partijen
- Omvang rechtsstrijd partijen bepalen de omvang van de rechtsstrijd
o Art. 23,24, 149
- Art. 21 partijen moeten de feiten naar voren brengen altijd naar waarheid is een plicht
die in 2002 in de wet is gekomen. Dit artikel geeft de essentie aan dat van partijen wordt
verwacht dat zij niet dingen achterhouden. De sanctie erop is dat de rechter
gevolgtrekkingen mag maken die hij geraden acht. Dit wordt in de praktijk niet veel gebruikt.
o Als een partij niet voldoet aan de bewijsaandrachtplicht niet voldoet? wat doet de
rechter dan? Niet in zijn oordeel meenemen. Dit doen rechters eigenlijk niet vaak.
- Procedures mogen niet te lang duren er moet vlot geprocedeerd worden is de plicht
van de partijen art. 6 EVRM; redelijke termijn dit staat in art. 20 Rv. De redelijke termijn
moet in acht worden genomen.
o De vertraging in de procedure zit in het Je moet lang wachten op een vonnis;
doordat er vaak uitstel in proceshandelingen wordt gevraagd (er zit wel een grens
aan als het eerlijk proces wordt aangetast ed).
o Art. 133 Rv rolregelementen/procesreglementen staan hierin. Er zit een grens aan
de redelijke termijn. Rechter mag nooit zeggen procedure is geëindigd, dit is aan
partijen.
Art. 20, 111 lid 3, 128 lid 5 bewijsaandrachtplicht en substantiëringsplicht.
Je moet als eiser op tijd met je gegevens moet komen met de gegevens
die je hebt over het verweer van de gedaagde en het bewijs ter weerlegging.
Art 128 lid 5 verplicht de parijen om dit in de eerste ronde te doen.
Rechter
- Gebonden aan rechtsstrijd zoals partijen die zijn aangegaan.
o Art. 23
o Art. 24
o Art. 149
1
, NIP - College 8
o Hier komt bij dat de rechter ambtshalve de rechtsgronden aanvult (wel binnen de
rechtsstrijd), maar daar komt nog bepaalde dingen bij etc.
- Art. 25
- Art. 22 en 22 a-b zijn twee bepalingen die nav in KEI zijn opgenomen ze geven de route.
o 22 a-b daarin staat beter geregeld wat de rechter moet en kan doen als er een
beroep wordt gedaan door een partij ogv gewichtige redenen.
- Regie van de rechter: (tegenover vlot procederen)
o art. 19 lid 2
o art. 120 lid 4, 128 lid 5
o art. 20 jo. 133 procesregl.
Repliek en dupliek
Huidig: als er een comparitie is geweest dan in beginsel geen repliek en dupliek in beginsel en als er
geen comparitie is geweest wel 132 lid 2
KEI: repliek en dupliek gaat er bij KEI uit, omdat er altijd (meestal) een comparitie zal plaatsvinden
(niet helemaal waar, maar dat is het idee) maar het mag wel
Termijnen Zie sheets
5 grote veranderingen is dat de termijnen in de wet komen. Verschijningstermijn, verweertermijn
etc. de afwijkingen staan in art. 30o.
Oogt streng, maar ook onder KEI uitzonderingen
De basisprocedure kan je van afwijken ook op grond van 30o.
In kei: procesinleiding, verweerschrift, mondelinge behandeling, vonnis. Er zijn ook afwijkingen
mogelijk. Wat wel een groot verschil is art. 30k die mondelinge behandeling regelt. Dit art. regelt de
mondelinge behandeling zeer uitgebreid.
2
Verhouding rechter en partijen in RV
Verhouding in eerste aanleg in het algemeen
Partijen
- Omvang rechtsstrijd partijen bepalen de omvang van de rechtsstrijd
o Art. 23,24, 149
- Art. 21 partijen moeten de feiten naar voren brengen altijd naar waarheid is een plicht
die in 2002 in de wet is gekomen. Dit artikel geeft de essentie aan dat van partijen wordt
verwacht dat zij niet dingen achterhouden. De sanctie erop is dat de rechter
gevolgtrekkingen mag maken die hij geraden acht. Dit wordt in de praktijk niet veel gebruikt.
o Als een partij niet voldoet aan de bewijsaandrachtplicht niet voldoet? wat doet de
rechter dan? Niet in zijn oordeel meenemen. Dit doen rechters eigenlijk niet vaak.
- Procedures mogen niet te lang duren er moet vlot geprocedeerd worden is de plicht
van de partijen art. 6 EVRM; redelijke termijn dit staat in art. 20 Rv. De redelijke termijn
moet in acht worden genomen.
o De vertraging in de procedure zit in het Je moet lang wachten op een vonnis;
doordat er vaak uitstel in proceshandelingen wordt gevraagd (er zit wel een grens
aan als het eerlijk proces wordt aangetast ed).
o Art. 133 Rv rolregelementen/procesreglementen staan hierin. Er zit een grens aan
de redelijke termijn. Rechter mag nooit zeggen procedure is geëindigd, dit is aan
partijen.
Art. 20, 111 lid 3, 128 lid 5 bewijsaandrachtplicht en substantiëringsplicht.
Je moet als eiser op tijd met je gegevens moet komen met de gegevens
die je hebt over het verweer van de gedaagde en het bewijs ter weerlegging.
Art 128 lid 5 verplicht de parijen om dit in de eerste ronde te doen.
Rechter
- Gebonden aan rechtsstrijd zoals partijen die zijn aangegaan.
o Art. 23
o Art. 24
o Art. 149
1
, NIP - College 8
o Hier komt bij dat de rechter ambtshalve de rechtsgronden aanvult (wel binnen de
rechtsstrijd), maar daar komt nog bepaalde dingen bij etc.
- Art. 25
- Art. 22 en 22 a-b zijn twee bepalingen die nav in KEI zijn opgenomen ze geven de route.
o 22 a-b daarin staat beter geregeld wat de rechter moet en kan doen als er een
beroep wordt gedaan door een partij ogv gewichtige redenen.
- Regie van de rechter: (tegenover vlot procederen)
o art. 19 lid 2
o art. 120 lid 4, 128 lid 5
o art. 20 jo. 133 procesregl.
Repliek en dupliek
Huidig: als er een comparitie is geweest dan in beginsel geen repliek en dupliek in beginsel en als er
geen comparitie is geweest wel 132 lid 2
KEI: repliek en dupliek gaat er bij KEI uit, omdat er altijd (meestal) een comparitie zal plaatsvinden
(niet helemaal waar, maar dat is het idee) maar het mag wel
Termijnen Zie sheets
5 grote veranderingen is dat de termijnen in de wet komen. Verschijningstermijn, verweertermijn
etc. de afwijkingen staan in art. 30o.
Oogt streng, maar ook onder KEI uitzonderingen
De basisprocedure kan je van afwijken ook op grond van 30o.
In kei: procesinleiding, verweerschrift, mondelinge behandeling, vonnis. Er zijn ook afwijkingen
mogelijk. Wat wel een groot verschil is art. 30k die mondelinge behandeling regelt. Dit art. regelt de
mondelinge behandeling zeer uitgebreid.
2