100% satisfaction guarantee Immediately available after payment Both online and in PDF No strings attached 4.6 TrustPilot
logo-home
Summary

Samenvatting Organisatie & Omgeving,

Rating
-
Sold
1
Pages
36
Uploaded on
05-06-2024
Written in
2023/2024

In deze samenvatting wordt aan de hand van het boek economics of strategy alle punten besproken. In combinatie met de hoorcolleges is alle kennis die je nodig bent voor het tentamen hierin gevoegd. Het document bevat ook de benodigde tabellen en grafieken.

Show more Read less
Institution
Course











Whoops! We can’t load your doc right now. Try again or contact support.

Written for

Institution
Study
Course

Document information

Uploaded on
June 5, 2024
Number of pages
36
Written in
2023/2024
Type
Summary

Subjects

Content preview

Organisatie en technologie samenvatting
Economische basisprincipes
The law of demand zegt als al het andere hetzelfde is dat de vraag hoger is naar het
product met de laagste prijs. Een totale cost function laat de relatie zien tussen de
totale kosten van een bedrijf en het aantal producten wat een bedrijf produceert in
een gegeven periode. De kosten bestaan uit de variabele kosten die stijgen
naarmate de productie stijgt. De andere kosten zijn de vaste kosten waar je altijd aan
vast zit ongeacht de hoeveelheid producten die je produceert. Het indelen van de
kosten is niet altijd even makkelijk. Sommige kosten hebben zowel aspecten van
variabele als vaste kosten. Bij semifixed zijn de vaste kosten juist over bepaalde
ranges verdeeld. Bij vaste kosten zijn ze onafhankelijk van de output, maar ze
kunnen wel afhankelijk zijn van andere aspecten. Bij een vlucht kan alles van tevoren
geregeld worden en gezien worden als vaste kosten. Er kan ook gepland worden
naar het aantal mensen en dan is er juist weer sprake van variabel.




De average cost function laat de gemiddelde kosten zien over een bepaalde output.
Het is de totale kosten delen die door de output. Wanneer de totale kosten constant
omhoog gaat gaan de average costs ook constant omhoog. Wanneer de gemiddelde
kosten dalen en de output stijgt is er sprake van economies of scale. Als dit
andersom gebeurt spreek je van diseconomies of scale. Marginale kosten zijn de
kosten die erbij komen als je nog een extra product produceert. De ruimtes tussen 2
Q’ zijn de constant returns on scale, dit doordat ze constant zijn. Hierbinnen bevindt
zich ook het minimum efficient scale. Met de laagste kosten voor productie.
Wanneer de gemiddelde kosten dalende functie is dan zijn de marginale kosten
lager. Wanneer de gemiddelde kosten op het laagste punt bevinden moeten ze
snijden met de marginale kosten. Wanneer gemiddelde kosten stijgende functie zijn
dan zijn de marginale kosten hoger.

,Voor kleinere outputs zijn ook kleinere fabrieken nodig dus bij q1 past daarom juist
een kleine fabriek. Om de economies of scales te verkrijgen moet er wel de juiste
output worden gecreëerd in de fabriek. Hierboven wordt de formule 4Q^2 gebruikt.
Kosten die sowieso met de prijs meegenomen moeten worden zijn de sunk costs. De
avoidable costs hoeven dat niet altijd. De avoidable costs zouden vermeden kunnen
worden als er bepaalde keuzes gemaakt werden. Sunk costs zijn kosten die je al
hebt gemaakt en niet meer kan terugdraaien, terwijl dat bij avoidable wel kan. In de
business strategie maak je niet gebruik van historische accounting gegevens. Er
wordt juist meer gepraat over oppurtunity costs. Opportunity cost, ofwel de
kanskosten, verwijst naar het verlies aan mogelijke opbrengsten dat voortkomt uit het
kiezen van het ene alternatief boven het andere. Het is de waarde van de best
mogelijke alternatieve keuze die wordt opgeofferd wanneer een beslissing wordt
genomen. Kort gezegd, opportunity cost is wat je opgeeft wanneer je een keuze
maakt. Als je ervoor kiest om geld uit te geven aan een nieuwe smartphone, is het
opportunity cost bijvoorbeeld het geld dat je zou hebben kunnen besparen of
gebruiken voor iets anders, zoals een vakantie of investering.




VB: in 2014 behaalde het bedrijf een omzet van $1.000.000 en maakte het kosten
voor benodigdheden en ingehuurde arbeid van $850.000. De beste externe
werkgelegenheidsmogelijkheid van de eigenaar zou zijn om een salaris van
$200.000 te verdienen door voor Microsoft te werken. De boekhoudkundige winst
van het softwarebedrijf is $1.000.000 - $850.000 = $150.000. De economische winst
van het softwarebedrijf vermindert de opportunity cost van de arbeidsdiensten van de
eigenaar en is dus $1.000.000 - $850.000 - $200.000 = -$50.000. Dit betekent dat de
eigenaar $50.000 minder inkomen heeft verdiend door dit bedrijf te runnen dan ze
had kunnen verdienen in haar beste externe alternatief. De vraag functie laat zien de
relatie tussen de kwantiteit van een product een bedrijf kan verkopen en alle
variabelen die dat beïnvloeden. In het voorbeeld is het hier aangegeven met de
variabel prijs.
In de afbeelding hieronder wordt aangegeven wat prijselasticiteit is. Een klein
verschil van prijsverandering kan leiden tot een enorme daling van de vraag.
Wanneer n lager is dan 1 spreken we van inelastisch. Wanneer die boven 1 is het
wel elastisch.

,Als je n weet kan je ook bereken met hoeveel procent de kwantiteit daalt. Producten
die snel elastisch zijn wanneer een weinig unieke kenmerken zijn en veel
verschillende alternatieven zijn. Andere dingen die juist zorgen voor inelastische
goederen zijn complementaire goederen, producten met belasting of weinig
alternatieven.




De formules hierboven zijn voor totale revenues en marginale revenues. Een vorm
van revunue destruction is wanneer je producten voor een lagere prijs gaat
verkopen, maar dit lijdt tot minder winst.




Dit houdt in dat een bedrijf zijn prijs zou moeten verhogen wanneer het percentage
prijselasticiteit hoger is dan het aantal verloren kwantiteit. `

, Een bedrijf moet produceren tot de mc=mr.




Hier bevindt de industrie zich in een equilibrium. Dit
zijn voorbeelden uit een markt waar identieke
producten worden aangeboden. Dit geeft aan hoe
de markt op zijn tijd verandert.




Bij het maken van een keuze in een game wordt er altijd vanuit gegaan van een nash
equibrilium. In deze uitkomst doet iedereen het beste wat je kan doen voor hij of zij.
Bij een trees diagram moet je uitgaan wat jouw keuze is en die van de tegenstander
en tot wat dat leidt.
H1
Infrastructuur zijn de middelen voor de productie of distributie van goederen die
bedrijven zelf niet kunnen gebruiken. Denk dan aan het transport.
Overheidsinvesteringen in publieke goederen zijn belangrijk. Individuele bedrijven
zijn niet in staat om een fractie van de voordelen te behalen dus zij zijn niet bereidt
om dit te bekostigen.
Zakendoen in 1840:
Infrastructuur: Slechte communicatiemiddelen en transportmiddelen beperkten
bedrijven tot kleine, lokale markten.
$9.22
Get access to the full document:

100% satisfaction guarantee
Immediately available after payment
Both online and in PDF
No strings attached

Get to know the seller
Seller avatar
gerrojager

Get to know the seller

Seller avatar
gerrojager Rijksuniversiteit Groningen
Follow You need to be logged in order to follow users or courses
Sold
12
Member since
1 year
Number of followers
2
Documents
14
Last sold
3 months ago

0.0

0 reviews

5
0
4
0
3
0
2
0
1
0

Why students choose Stuvia

Created by fellow students, verified by reviews

Quality you can trust: written by students who passed their tests and reviewed by others who've used these notes.

Didn't get what you expected? Choose another document

No worries! You can instantly pick a different document that better fits what you're looking for.

Pay as you like, start learning right away

No subscription, no commitments. Pay the way you're used to via credit card and download your PDF document instantly.

Student with book image

“Bought, downloaded, and aced it. It really can be that simple.”

Alisha Student

Frequently asked questions