Hoofdstuk 4 biologie &
genetica: porifera
Info :
Animalia: meercellige dieren metazoa
Primitiefste: los verband van verschillende cellen nog geen echte weefsels diferentiatie
beperkt & samenwerking tss cellen nog niet ver doorgedreven parazoa (sponzen &
plakdiertjes)
Alle andere: metazoa sterk gediferentieerde weefsels: eumetazoa
Fylum porifera:
Porifera:
Poriedragend; enkele mm tot 2 m; asymmetrisch tot bijna radiaal symmetrisch
(ascontype) Heel aantal symmetrievlakken, minimaal 2 die organisme in 2
spiegelbeeldhelften gaat verdelen
Sponzen:
overwegend sessiele dieren, maar minimale beweging is toch mogelijk
moet zorgen dat op groeiplaats niet overgroeid wordt door ander
organisme WANT veel concurrentie voor plaats (kan ook door micro-
1
, organismen; vormen bioflms soort slijm, gevormd door extracellulaire matrix die zorgt
voor vasthechting) probleem want gaatjes ziien in opp. Spons, nodig om voedselpartikels
te flteren afgedekt door bioflms veel minder voedselpartikels geflterd
Voor mensen:
Huidwonden insmeren met sponzen gaat ontsteking wonden tegen volgens hen
Biomoleculen: bv. antibiotica: spons maakt die zdd ontstaan bioflms wordt tegengegaan
Andere organismen willen ook sponzen overgroeien chemische oorlog tss verschillende
organismen = alelochemie
Halichondrine in de strijd tegen kanker !!
Voorkomen:
Vooral in marien maar ook in zoetwater
Historie:
Fossielen al uit (pre)cambrium
Soorten:
> 5500 soorten (niet altijd makkelijk te determineren op basis van uiterlijk; omgeving waarin
spons groeit kan vorm heel erg veranderen en toch van dezelfde soort zijn; maar omgekeerd
kan ook: lijkt heel erg op elkaar maar is toch verschillend = heel veel cryptische diversiteit)
Groot regeneratievermogen:
(behalve glassponzen)
o Groeipatronen vaak afankelijk van kenmerken van het milieu / substraat, richting en
snelheid van stroming, ruimte...
2
genetica: porifera
Info :
Animalia: meercellige dieren metazoa
Primitiefste: los verband van verschillende cellen nog geen echte weefsels diferentiatie
beperkt & samenwerking tss cellen nog niet ver doorgedreven parazoa (sponzen &
plakdiertjes)
Alle andere: metazoa sterk gediferentieerde weefsels: eumetazoa
Fylum porifera:
Porifera:
Poriedragend; enkele mm tot 2 m; asymmetrisch tot bijna radiaal symmetrisch
(ascontype) Heel aantal symmetrievlakken, minimaal 2 die organisme in 2
spiegelbeeldhelften gaat verdelen
Sponzen:
overwegend sessiele dieren, maar minimale beweging is toch mogelijk
moet zorgen dat op groeiplaats niet overgroeid wordt door ander
organisme WANT veel concurrentie voor plaats (kan ook door micro-
1
, organismen; vormen bioflms soort slijm, gevormd door extracellulaire matrix die zorgt
voor vasthechting) probleem want gaatjes ziien in opp. Spons, nodig om voedselpartikels
te flteren afgedekt door bioflms veel minder voedselpartikels geflterd
Voor mensen:
Huidwonden insmeren met sponzen gaat ontsteking wonden tegen volgens hen
Biomoleculen: bv. antibiotica: spons maakt die zdd ontstaan bioflms wordt tegengegaan
Andere organismen willen ook sponzen overgroeien chemische oorlog tss verschillende
organismen = alelochemie
Halichondrine in de strijd tegen kanker !!
Voorkomen:
Vooral in marien maar ook in zoetwater
Historie:
Fossielen al uit (pre)cambrium
Soorten:
> 5500 soorten (niet altijd makkelijk te determineren op basis van uiterlijk; omgeving waarin
spons groeit kan vorm heel erg veranderen en toch van dezelfde soort zijn; maar omgekeerd
kan ook: lijkt heel erg op elkaar maar is toch verschillend = heel veel cryptische diversiteit)
Groot regeneratievermogen:
(behalve glassponzen)
o Groeipatronen vaak afankelijk van kenmerken van het milieu / substraat, richting en
snelheid van stroming, ruimte...
2