HOORCOLLEGE 1 l Cursus introductie
Het beleidsproces (de groene draad)
Echter, toch loopt het vaak anders dan gewenst/gedacht:
● Rode draad
● Rode draad mechanismen
Gijs Kuypers → Heeft de groene draad bedacht.
→ Draden en visies
Voorwaarden groene draad praktijk:
1) Unitaire besluitvormer
2) Volledige informatie
3) Loyale uitvoerders
4) Vermogen om eigen beleid kritisch te evalueren
De verlichte despoot (1712-1786)
Kartoffelbefehl → Aardappels op het graf van Frederik
de Grote → Einde van de hongersnoden door de
invoering van de aardappel als volksvoedsel → Volgt de
cyclus van de groene draad.
→ Typisch voorbeeld van een groene draad praktijk
We kunnen in de praktijk nooit de groene draad volgen
Uitleg voorwaarden groene draad praktijk:
● Unitaire besluitvormer (Nederland, Amerika,
Noord-Korea, China) → moet in staat zijn om het
hele beleidsproces te besluiten.
● Volledige informatie (hoe unitairder de
besluitvorming, hoe minder volledige informatie?)
→ hoe belangrijker het voor jezelf is om de
informatie voor jezelf te houden.
● Loyale uitvoerders → Coup Turkije, protesten in
het onderwijs.
● Vermogen om eigen beleid kritisch te
evalueren
Onderscheid tussen mechanismen en obstakels:
- Mechanismen zijn er altijd → Er zijn altijd mechanismen die ervoor zorgen dat het
anders gaat dan je zou willen (padafhankelijkheid)
1
,We hebben altijd bepaalde beslissingen genomen, die hebben tot investeringen geleid om
een bepaalde oplossing voor een probleem van de grond te krijgen (voorbeeld college →
inrichting collegezaal, beeld wat iemand heeft bij een ‘college’) → Rode draad mechanismen
zijn er dus altijd.
Mechanismen → de verandering naar nieuwe oplossingen wordt lastiger omdat je
padafhankelijkheid hebt. → Inherent aan het proces van oplossen/besluitvorming.
- Obstakels → tekort / een gebrek (vermijdbaar)
1) Geldgebrek
2) Tijdsdruk
3) Weerstand (is in principe te overwinnen)
Weerstand in:
● De samenleving
○ Middenveld, sociale bewegingen, spontane protesten
● Politieke stelsel
○ Politieke partijen, rivaliserende ambtenarijen
● Partijen
○ Partijen fracties, ‘bloedgroepen’, concurrenten
● Regering
○ Coalitiepartners
weerstand → compromissen →‘vage’ doelen → halfslachtigheid
4) Bureaucratie → Schijnbare machine: Centralisatie, Hiërarchie, Formalisatie,
Standaardisatie, Specialisatie.
Maar: ‘bureaucratic drift’ → Binnen de bureaucratie zijn mensen gehecht aan een positie
of taakuitvoering → de bureaucratie beweegt niet mee met verandering(en) in de omgeving.
→ Heeft te maken met padafhankelijkheid → ‘we doen het omdat we het zo doen’ → nieuwe
inzichten over onderwijs komen wel binnen, maar komen niet tot verandering in de praktijk.
5) Begrensde rationaliteit → Herbert Simon (er is een begrensde rationaliteit bij mensen)
‘The capacity of the human mind for formulating and solving complex problems is very small
compared with the size of the problems whose solution is required for objectively rational
behavior in the real world’ (Herbert Simon)
Grenzen aan de rationaliteit → bounded rationality (Herbert Simon)
- Intentioneel rationeel, maar beperkt
- Dus niet: non-rationeel of irrationeel
Tweeledige begrensdheid:
1) Fysieke (cognitieve) limieten l Informatieverwerking → Kennis → Vooruitzicht
2) Taal limieten l Vocabulaire, taalgevoel → Articuleren kennis en gevoel
2
,Voorbeeld cognitieve limieten: schaakspel (groene draad denkers vs rode draad denkers).
- In dit voorbeeld: Mechanisme → rode draad denkers
- In dit voorbeeld: Obstakel → groene draad denkers
Rode draadmechanismes → geen tekort, maar een teveel (aan mechanismes)
Wicked = feitelijk en normatief lopen altijd door elkaar.
Mechanisme:
● Causale keten
● Getriggered door individuen
● Komt vaak voor
● Gemakkelijk herkenbaar
● Vergelijkbaar met spreekwoorden
→ ‘Be careful what you ask for, because you just might get it’
Groupthink: een manier van denken van mensen in een hechte groep waarbij hun streven
naar unanimiteit sterker is dan hun wil om alternatieven serieus te overwegen.
→ Oorzaak van beleidsfiasco's
Symptomen groupthink:
- Gedeelde illusie van onkwetsbaarheid
- Wegrationaliseren van alarmsignalen
- Klakkeloos geloof in eigen moraliteit
- Negatieve stereotypering van tegenstanders
- Direct terugfluiten van leden met afwijkende ideeën
- Zelfcensuur
- Gedeelde illusie van unanimiteit
- Opduiken van zelfbenoemde ‘mindguards’
Opzet colleges:
Groene draad = zo
pakken we het aan.
Rode draad = hoe het
echt verloopt.
3
, HOORCOLLEGE 2 l Het Rationele Model (Theorie)
door André van Montfort
Drie beleidswetenschappelijke benaderingen (perspectieven, visies):
1) Rationalistische benadering
2) Netwerkbenadering
3) Institutionele benadering
1) Rationalistische benadering → er wordt vanuit
te gaan dat beleid via een aantal stappen tot stand
komt (er zijn een aantal fasen te onderscheiden).
2) Netwerkbenadering → Gemeenschappelijke
acties van partijen rondom bepaalde issues
(overheid zorgt ervoor dat diverse partijen met
elkaar overleggen/samenwerken).
3) Institutionele benadering → Acties handelingen
wat al jaren min of meer op dezelfde manier
gebeurt.
Verplichte literatuur voor B&B bevat onder meer
volgende omschrijving van de term ‘beleid’:
“het streven naar het bereiken van bepaalde doeleinden
met bepaalde middelen en bepaalde tijdskeuzes”
Van welke beleidswetenschappelijke benadering is hier
sprake? → De rationalistische benadering
Bij de Rotterdamse Rekenkamer passen ze ook de
‘rationalistische benadering’ toe.
Fasen beleidsproces:
1. Agendavorming
2. Beleidsvoorbereiding
3. Beleidsbepaling
4. Beleidsinvoering en -uitvoering
5. Beleidsnaleving en -handhaving
6. Beleidsevaluatie
1) Agendavorming (als eerste fase van beleidproces) → Klooftheorie: probleem is het
verschil tussen norm en feitelijke situatie (als je als norm hebt dat de werkloosheid
niet hoger mag zijn dan 5%, maar de werkloosheid is 20%, is er een groot verschil
tussen norm en feitelijke situatie → probleem → beleidsvoorbereiding / beleid
ontwikkeling) → Media-aandacht is van belang, hypes.
4