Management en Organisatie
Inhoud
Hoofdstuk 8 Besturing............................................................................................................................2
Toets 1................................................................................................................................................2
Toets 2................................................................................................................................................5
Toets 3................................................................................................................................................8
, Hoofdstuk 8 Besturing
Toets 1
1. Waardoor wordt het relatieve kwaliteitsbegrip vooral bepaald?
A. De mate van serviceverlening
B. De behoefte van de klant
C. De producent
D. Technische specificaties van een product
2. In het sociaal plan van een grote onderneming staat dat de medewerkers die gedwongen
ontslagen worden, recht hebben op een outplacementtraject.
Waar hebben deze medewerkers recht op?
A. Het planmatig begeleiden van medewerkers met het doel hen te helpen bij het vinden van
een nieuwe passende werkkring of andere toekomstbestemming.
B. Het proces van planmatig, systematisch afstemmen van de behoefte en de mogelijkheden
van de medewerker, resulterend in een individuele loopbaanplanning.
C. Een extra som geld omdat voor deze medewerkers geen plaats is in de organisatie.
D. Het inzicht krijgen in eigen competenties. De medewerkers weten na dit traject welke kennis
zij hebben, welke vaardigheden ze bezitten en met welke houding zij iets doen.
3. Van welk type proces is het besluit van Philips om zich op de markt van mobiele telefoons te
begeven?
A. Het bestuurlijke proces
B. Het primaire proces
C. Het productieproces
D. Het secundaire proces
4. Tot welk type proces hoort de productiefactor arbeid (mensen) bij een financiële dienstverlener?
A. Het strategievormingsproces
B. Het bestuurlijke proces
C. Het secundaire proces
D. Het primaire proces
5. Welk van onderstaande voorbeelden betreft het primaire proces?
A. Het beheren van de computers, het netwerk en de software
B. Het inkopen van kantoorbenodigdheden voor intern gebruik
C. Het uitvoeren van de personeelsadministratie
D. Het factureren van de verkochte artikelen
6. Hilde, hoofd van de afdeling Personeel en Organisatie, heeft een sollicitatiegesprek met Olaf. Olaf
is een starter maar bezit zeer specifieke kennis die nodig is voor de functie waarvoor hij komt
solliciteren. Olaf geeft aan dat hij van een andere organisatie een aanbod heeft gekregen van €2.600
per maand en dat hij per direct kan beginnen. Hilde gaat hierin mee en houdt geen rekening met het
feit dat de medewerkers die een soortgelijke functie bekleden, €2.450 per maand verdienen. Olaf
begint per direct tegen een startsalaris van €2.600.
Welke methode voor beloning volgt Hilde?
Inhoud
Hoofdstuk 8 Besturing............................................................................................................................2
Toets 1................................................................................................................................................2
Toets 2................................................................................................................................................5
Toets 3................................................................................................................................................8
, Hoofdstuk 8 Besturing
Toets 1
1. Waardoor wordt het relatieve kwaliteitsbegrip vooral bepaald?
A. De mate van serviceverlening
B. De behoefte van de klant
C. De producent
D. Technische specificaties van een product
2. In het sociaal plan van een grote onderneming staat dat de medewerkers die gedwongen
ontslagen worden, recht hebben op een outplacementtraject.
Waar hebben deze medewerkers recht op?
A. Het planmatig begeleiden van medewerkers met het doel hen te helpen bij het vinden van
een nieuwe passende werkkring of andere toekomstbestemming.
B. Het proces van planmatig, systematisch afstemmen van de behoefte en de mogelijkheden
van de medewerker, resulterend in een individuele loopbaanplanning.
C. Een extra som geld omdat voor deze medewerkers geen plaats is in de organisatie.
D. Het inzicht krijgen in eigen competenties. De medewerkers weten na dit traject welke kennis
zij hebben, welke vaardigheden ze bezitten en met welke houding zij iets doen.
3. Van welk type proces is het besluit van Philips om zich op de markt van mobiele telefoons te
begeven?
A. Het bestuurlijke proces
B. Het primaire proces
C. Het productieproces
D. Het secundaire proces
4. Tot welk type proces hoort de productiefactor arbeid (mensen) bij een financiële dienstverlener?
A. Het strategievormingsproces
B. Het bestuurlijke proces
C. Het secundaire proces
D. Het primaire proces
5. Welk van onderstaande voorbeelden betreft het primaire proces?
A. Het beheren van de computers, het netwerk en de software
B. Het inkopen van kantoorbenodigdheden voor intern gebruik
C. Het uitvoeren van de personeelsadministratie
D. Het factureren van de verkochte artikelen
6. Hilde, hoofd van de afdeling Personeel en Organisatie, heeft een sollicitatiegesprek met Olaf. Olaf
is een starter maar bezit zeer specifieke kennis die nodig is voor de functie waarvoor hij komt
solliciteren. Olaf geeft aan dat hij van een andere organisatie een aanbod heeft gekregen van €2.600
per maand en dat hij per direct kan beginnen. Hilde gaat hierin mee en houdt geen rekening met het
feit dat de medewerkers die een soortgelijke functie bekleden, €2.450 per maand verdienen. Olaf
begint per direct tegen een startsalaris van €2.600.
Welke methode voor beloning volgt Hilde?