100% satisfaction guarantee Immediately available after payment Both online and in PDF No strings attached 4.2 TrustPilot
logo-home
Class notes

Staatsrecht semester 1 werkgroepen

Rating
-
Sold
3
Pages
58
Uploaded on
09-05-2019
Written in
2018/2019

Alle werkgroepen (WG 1 t/m 13) van het B2-vak Staatsrecht aan de Radboud Universiteit, semester 1. Collegejaar: 2018/2019. Werkgroepdocent: Professor Broeksteeg. WG1 De rechtsstaat en het legaliteitsbeginsel WG2 Het Statuut WG3 De Grondwet WG 4 Wet in formele zin en zelfstandige AMvB WG5 Delegatie van wetgevende bevoegdheid WG6 Binding van het Koninkrijk aan verdragen WG7 Doorwerking van internationale rechtsnormen en EU-recht WG8 Normenhiërarchie en rechterlijke toetsing WG9 "De rechter treedt niet in de beoordeling van de grondwettigheid van wetten" WG10 Algemene aspecten van decentralisatie WG11 De raad en het college; verordenende bevoegdheid WG12 De burgemeester; openbare-ordehandhaving WG13 Integratiewerkgroep

Show more Read less
Institution
Course











Whoops! We can’t load your doc right now. Try again or contact support.

Connected book

Written for

Institution
Study
Course

Document information

Uploaded on
May 9, 2019
File latest updated on
May 18, 2019
Number of pages
58
Written in
2018/2019
Type
Class notes
Professor(s)
Unknown
Contains
All classes

Subjects

Content preview

Staatsrecht werkgroepen B2 SEM 1 (WG1 t/m WG13)

WG1 De rechtsstaat en het legaliteitsbeginsel

Inhoud
- De functies van het staatsrecht
- De rechtsstaat

- Voorstel algemene bepaling GW
- Verschil preambule en algemene bepaling
- Elementen van de rechtsstaat
- Bescherming van die elementen in de Grondwet/jurisprudentie

Verplichte literatuur en jurisprudentie
- Constitutioneel recht, deel I, par. 4.1. (tot 4.1.2), 4.2.1, 4.3.1, 4.4.1, 4.4.3, 4.4.4.
- Constitutioneel recht, deel II, par. 3.2. (tot par. 3.2.2).
- HR 13 januari 1979, W 4330 (Meerenberg, opfrissen Staats- en Bestuursrecht
B1).
- HR 22 juni 1973, NJ 1973, 386 (Fluoridering, opfrissen Staats- en Bestuursrecht
B1).

Werkgroepstof is anders dan hoorcollegestof!

1. Welke functies heeft het Staatsrecht volgens Kortmann? Leg aan de hand van voorbeelden
uit wat deze functies betekenen.
1. Constituerende/Instellingsfunctie

Het instellen van ambten: Bepalen dat er één of meer specifieke ambten zijn.
Voorbeeld: art. 167 GW (1972) Er bestaat een opperste gerechtshof onder de naam Hoge Raad der
Nederlanden.
Voorbeeld: Art. 97 lid 1 GW Er is een krijgsmacht.

Art. 51 GW: De Staten-Generaal heeft een Tweede Kamer en een Eerste Kamer.

Ook artikelen waarin de ambten als bestaand worden beschouwd, kunnen constituerend zijn.

Ook de invulling van ambten (omvang, en samenstelling of inrichting, wijze waarop ambtendragers
worden aangewezen, ontheven of ambt verliezen) hoort bij de constituerende functie.

2. Attribuerende/bevoegdheidsverlenende functie

Het toekennen aan/scheppen van bevoegdheden ten behoeve van de geconstitueerde ambten.

Kenmerken:

1. Schepping: Bevoegdheden worden uit het niets geattribueerd
2. De attribuerende instantie mag niet zelf de bevoegdheid uitoefenen die zij attribueert
3. De ambten die (constituerende en) attribuerende bevoegdheden bezitten kunnen deze
onder omstandigheden overdragen aan andere ambten
4. Attributie draagt een limitatief karakter: Een ambt kan alleen een bevoegdheid bezitten als
deze is geattribueerd

Art. 75: Bevoegdheidsverlening aan de RvS

, 3. Regulerende/matigende functie (onderling en tussen ambt-onderdaan)

H1 GW: begrenzing aan overheid
machtenscheiding/checks and balances
Voorbeeld: Invoering van een nieuwe vorm van (rechterlijk) toezicht op overheidsbesluiten

Voorbeeld: Incompatibiliteiten art. 57 GW, benoeming voorzitter (61 GW) en beëdiging leden (60
GW) tweede kamer, reglement v orde vaststellen (72 GW), parlementaire immuniteit (71 GW)

Controlemechanismen/checks and balances:
- Vanwege beperkte machtenscheiding zijn er gedeelde functies.

 Ministeriële verantwoordelijk art. 42 GW
 Ongeschreven vertrouwensregel
 Bevoegdheid tot kamerontbinding 64 GW
 Rechter die uitspraak doet over geschillen waarbij wetgever of bestuur betrokken zijn art.
112 GW

Legitimerende functie? → Kortmann zegt: Dit is een politieke, feitelijke functie en geen juridische
functie zoals de andere drie. Aanvaarden van het overheidsgezag door de bevolking.

2. Wat houdt het voorstel voor de toevoeging van een algemene bepaling aan de Grondwet
in (zie Kamerstuknr. 34516) en wat is de stand van zaken?

De Grondwet wordt als volgt gewijzigd:
Voor hoofdstuk 1 wordt een ongenummerd artikel ingevoegd, luidende:


Algemene bepaling
De Grondwet waarborgt de grondrechten en de democratische rechtsstaat.


Stand: Het gaat in overweging genomen worden. In eerste lezing is het aanvaard in de Eerste Kamer,
vervolgens krijgen we verkiezingen en daarna moet het in de tweede lezing worden aangenomen.

3. Wat is het verschil tussen een preambule en een algemene bepaling?

Een algemene bepaling heeft dezelfde juridische status als de andere artikelen uit de GW. Een
preambule heeft niet die juridische status. Algemene bepaling is gericht tot de overheid, een
preambule spreekt juist ook tot de burgers van het land.

VS: “We the people of the United States…”

4. Welke elementen van de rechtsstaat onderscheidt Kortmann?

De rechtsstaat is een element van de regulerende functie omdat het het overheidshandelen bindt
aan het recht.

1. Legaliteitsbeginsel: Elk overheidsoptreden moet berusten op een algemene regel, hetzij
kracht attributie of delegatie vastgesteld
2. (Vereiste van een voorafgaand algemene regel ten aanzien van burgers belastend
overheidsoptreden. Verbod op terugwerkende kracht.)
3. Machtenscheiding: Regelgeving en uitvoering niet in één ambt
4. Democratieprincipe: Wetgeving moet door kiezer of (mede) door volksvertegenwoordiging
tot stand worden gebracht
5. Rechtspraak door onafhankelijke rechter

, 6. Klassieke grondrechten



5. Op welke wijze vinden de verschillende elementen van de rechtsstaat bescherming in de
Grondwet en/of jurisprudentie?
1. Legaliteitsbeginsel
 Niet in geschreven constitutioneel recht vastgelegd als vereiste
 Aanknopingspunten uit de GW voor de geldigheid ervan:
o art. 1 GW: gelijke behandeling van gelijke gevallen → De wet regelt de gelijke
gevallen.
o Voor overheidsoptreden wordt vaak geëist dat er een grondslag ligt in een
formele wet
o Art. 104 GW: Belastingen moeten geheven worden op grond van de wet →
Dus er is een wettelijke basis vereist.
o Art. 16 GW: Strafrechtelijk legaliteitsbeginsel
o Art. 107: Het burgerlijk recht, bestuursrecht en strafrecht moet zijn geregeld
in de wet.

Meerenbergarrest: Art. 89 GW→ Regering kan AMvB’s vaststellen, straffen moeten in de formele
wet. Dus welke straffen er zijn, moet bepaald worden in de wet.

Fluorideringsarrest + meer aantekeningen onderaan.

2. Voorafgaande regel/Verbod van terugwerkende kracht op belastende regel
 In zijn algemeenheid niet in constitutionele recht te vinden
 Op terrein van strafrecht wel gepositiveerd: art. 16 GW en art. 1 Sr/Sv
 Ook buiten strafrecht in een aantal gevallen ongeoorloofd:
o Art. 4 Wet AB
o Art. 5:4 lid 2 Awb
o volgens vele uitspraken van het EHRM moet een regel die een in een verdrag
vervat grondrecht beperkt foreseeable zijn
3. Machtenscheiding
Ambt dat regels vaststelt moet een andere zijn dan ambt die regels uitvoert:
 in Nederland geen goede scheiding: ministers en regering maken wetten en voeren
uit
 Art. 42 GW: bevoegdheidsverlening waarmee regering de uitvoerende macht bezit
4. Democratieprincipe
 Door het vereiste van vaststelling bij formele wet, krijgt een regel democratische
kracht
 Art. 1 t/m 23 GW: bevoegdheden tot delegatie
 Art. 89 lid 2 en 4 GW: Voorschriften die met straf gehandhaafd moeten worden
behoeven een grondslag in de wet, de wet bepaalt ook de strafmaat
 Art. 91 GW: Verdragen behoeven goedkeuring bij wet
 Art. 104 eerste volzin GW: Hoofdlijnen van belastingen behoeven goedkeuring bij
wet
 Art. 105 GW: Jaarlijkse begroting behoeft goedkeuring bij wet
 Art. 112 GW: Formele wet regelt de onafhankelijkheid van de rechterlijke macht
5. Rechtspraak door onafhankelijke rechter: 117 GW en 6 EVRM
5. Klassieke grondrechten: H1 GW en EVRM → Recht op vrije verplaatsing, recht om onderwijs
te ontvangen, uitgebreid recht art. 6 EVRM

, Opdracht

Momenteel debatteren de regering en parlement over de toevoeging van een ‘artikel 0’
aan de Grondwet. Bekijk dit voorstel en de memorie van toelichting daarbij
(Kamerstukken II 2015/16, 34516, 2, Kamerstukken II 2015/16, 34516, 3) en ga na wat dit
voorstel precies behelst. Bestudeer aan de hand van de toelichting de volgende vragen:

1. Uit welke elementen bestaat een rechtsstaat volgens de toelichting bij dit voorstel?
1. Legaliteitsbeginsel
2. Machtenscheiding
3. Onafhankelijke rechtspraak
4. Grondrechten en mensenrechten

Dus democratieprincipe wordt achterwege gelaten en niet als onderdeel van de rechtsstaat gezien.
Er zijn dus 2 opvattingen:

 Democratie is onderdeel van de rechtsstaat
 Democratie staat los van de rechtsstaat: Is mogelijk, maar is het een rechtsstaat zonder enige
inspraak van het volk? Een democratisch gelegitimeerd idee kan echter ook de rechtsstaat in
het geding brengen.

2. Wat zouden de consequenties zijn van het opnemen van deze algemene bepaling in
de Grondwet (zie m.n. par. 4 van de toelichting)?

Het maakt duidelijk dat waarborging van de democratie, de rechtsstaat en de grondrechten ook
normatief van aard is. De bepaling geeft de contouren aan waarbinnen de GW gelezen moet worden.
Met de algemene bepaling wordt beoogd de waarborgfunctie van de Grondwet voor de democratie,
de rechtsstaat en de grondrechten voor het land Nederland uit te drukken.

Er zijn al grondrechten en er is al een democratische rechtsstaat, dus in die zin verandert er niets. Het
is een richtssnoer voor de wetgever. Voor burgers geen gevolgen.

Lagere wetgeving mag getoetst worden aan de GW, dus ook aan dit artikel 0.
Voorbeeld: Nieuwe prostitutieverordening, in strijd met menselijke waardigheid? Het is wel een hele
politieke toetsing, maar het kan dus wel.

Conclusie:

 Praktische betekenis is nul
 Rechter mag wel toetsen aan het artikel 0

Actualiteit

In aanloop naar de Tweede Kamerverkiezingen van 2017 verscheen een rapport waarin de
rechtsstatelijkheid van de verkiezingsprogramma’s van politieke partijen werd beoordeeld
(Rapport Commissie Rechtsstatelijkheid in verkiezingsprogramma's 2017).

Beantwoord de volgende vragen:

- Aan welke elementen hebben de opstellers van het rapport de verkiezingsprogramma's getoetst
om de rechtsstatelijkheid daarvan te beoordelen?

1. rechtszekerheid
$8.39
Get access to the full document:

100% satisfaction guarantee
Immediately available after payment
Both online and in PDF
No strings attached


Also available in package deal

Get to know the seller

Seller avatar
Reputation scores are based on the amount of documents a seller has sold for a fee and the reviews they have received for those documents. There are three levels: Bronze, Silver and Gold. The better the reputation, the more your can rely on the quality of the sellers work.
puckkomrij Radboud Universiteit Nijmegen
Follow You need to be logged in order to follow users or courses
Sold
165
Member since
6 year
Number of followers
95
Documents
54
Last sold
1 year ago

3.9

17 reviews

5
5
4
9
3
1
2
1
1
1

Recently viewed by you

Why students choose Stuvia

Created by fellow students, verified by reviews

Quality you can trust: written by students who passed their tests and reviewed by others who've used these notes.

Didn't get what you expected? Choose another document

No worries! You can instantly pick a different document that better fits what you're looking for.

Pay as you like, start learning right away

No subscription, no commitments. Pay the way you're used to via credit card and download your PDF document instantly.

Student with book image

“Bought, downloaded, and aced it. It really can be that simple.”

Alisha Student

Frequently asked questions