LEH 1 – Micro-organismen in de klassieke biologie – deel 1
TE KENNEN UIT PPT & PADLET ✔️= 100% zeker (bv. antwoord uit padlet, …)
Door filmpjes, artikels, actua, extra informatie, … inzicht verwerven, een loutere opsomming geven wordt niet gevraagd, inzicht noodzakelijk om
later toepassingen te kunnen begrijpen!
LEERDOELEN:
Weten welke organismen tot de micro-organismen behoren (zie vraag 1 – deel 1)
Algemeen idee krijgen van de opbouw van de verschillende micro-organismen
Verschil kennen tussen de prokaryote en eukaryote cel (zie vraag 2 – deel 1)
Beseffen dat micro-organismen alom vertegenwoordigd zijn
De betekenis van micro-organismen kunnen schetsen in onze leefwereld aan de hand van
voorbeelden en toepassingen
Deel 1
INDELING IN DE LEVENDE WERELD
1. Wie behoort er allemaal tot de micro-organismen? Wie eukaryoot, wie prokaryoot?
(geen afmetingen kennen)
Algen
Protozoa Eukaryoten
Fungi
Bacteriën Prokaryoten
Virussen geen levende organismen!
2. Wat is het verschil tss prokaryoot & eukaryoot?
Prokaryoot Eukaryoot
Eéncellig Eéncellig of meercellig
Geen celkern DNA los in cytoplasma Celkern met celmembraan
Geen organellen Verschillende organellen
Celdeling1: binair Celdeling1: mitose
Circulair DNA & plasmiden Lineair DNA in celkern
Celmembraan + celwand Dierlijke cel: geen celwand
Plantaardige cel: celmembraan + celwand
Bacteria & Archaea (samen monera) Protista2 & Meercellige organismen3
Primitief vs Ingewikkelde celstructuur
1
Hoe ze zich vermenigvuldigen
2
Eéncellige MO protozoa + autotrofe ééncellige algen
3
planten, dieren, schimmels, algen, rood- en bruinwieren
3. Wat is het verschil tss fungi & bacteriën?
, Bacteriën:
fotosynthese
N-fixatie
gebruiken anorg componenten als E-bron.
Prokaryoot
Fungi:
Tegenovergestelde (geen fotosynthese, geen N-fixatie, gebruiken geen anorg comp als E-bron)
Eukaryoot
4. Zelfstudie: basiskennis bacteriën (p.11-14)
Morfologie
Vorm: Zie vraag 5
Afmetingen: 0,3 – 2 µm (er bestaan uitzonderingen)
Kapsels, slijmlaag en flagellen: Zie vraag 6
Sporen: Zie begrippenlijst
5. Geef de indeling vd bacteriën volgens vorm:
6. Waartoe dienen kapsels, slijmlagen en flagellen?
Overlevingsstrategie:
Kapsels, slijmlaag:
Bescherming kunnen zo in bepaalde niches overleven
Flagellen:
grotere bewegelijkheid
7. Wat weet je over gisten?
Gladde kolonies
> Groter dan bacteriën
Belangrijk bij productie v brood, wijn, …
8. Wat weet je over schimmels?
Wollig & dradig
Nuttige schimmels:
productie v sec. metabolieten1 zoals enzymen, citroenzuur Bv. Penicillium
Schadelijke schimmels:
voedselinfecties2 en -intoxicaties3 (komt later aan bod)
Belangrijk bij productie v brood, wijn, …
1
Primaire metabolieten: stoffen die MO produceren, die ze nodig hebben voor hun eigen overleving en vermenigvuldiging.
Secundaire metabolieten: alleen geproduceerd als niet in stress-situatie = producten die ze afgeven aan omgeving & die wij voor nuttig
doel kunnen gebruiken. Bv. antibiotica, enzymen in waspoeder.
2
Ziek door MO zelf 3 Ziek door toxines die door MO geproduceerd worden
Schimmels (wollig & dradig) Gisten (gladde kolonies)
BACTERIËN
TE KENNEN UIT PPT & PADLET ✔️= 100% zeker (bv. antwoord uit padlet, …)
Door filmpjes, artikels, actua, extra informatie, … inzicht verwerven, een loutere opsomming geven wordt niet gevraagd, inzicht noodzakelijk om
later toepassingen te kunnen begrijpen!
LEERDOELEN:
Weten welke organismen tot de micro-organismen behoren (zie vraag 1 – deel 1)
Algemeen idee krijgen van de opbouw van de verschillende micro-organismen
Verschil kennen tussen de prokaryote en eukaryote cel (zie vraag 2 – deel 1)
Beseffen dat micro-organismen alom vertegenwoordigd zijn
De betekenis van micro-organismen kunnen schetsen in onze leefwereld aan de hand van
voorbeelden en toepassingen
Deel 1
INDELING IN DE LEVENDE WERELD
1. Wie behoort er allemaal tot de micro-organismen? Wie eukaryoot, wie prokaryoot?
(geen afmetingen kennen)
Algen
Protozoa Eukaryoten
Fungi
Bacteriën Prokaryoten
Virussen geen levende organismen!
2. Wat is het verschil tss prokaryoot & eukaryoot?
Prokaryoot Eukaryoot
Eéncellig Eéncellig of meercellig
Geen celkern DNA los in cytoplasma Celkern met celmembraan
Geen organellen Verschillende organellen
Celdeling1: binair Celdeling1: mitose
Circulair DNA & plasmiden Lineair DNA in celkern
Celmembraan + celwand Dierlijke cel: geen celwand
Plantaardige cel: celmembraan + celwand
Bacteria & Archaea (samen monera) Protista2 & Meercellige organismen3
Primitief vs Ingewikkelde celstructuur
1
Hoe ze zich vermenigvuldigen
2
Eéncellige MO protozoa + autotrofe ééncellige algen
3
planten, dieren, schimmels, algen, rood- en bruinwieren
3. Wat is het verschil tss fungi & bacteriën?
, Bacteriën:
fotosynthese
N-fixatie
gebruiken anorg componenten als E-bron.
Prokaryoot
Fungi:
Tegenovergestelde (geen fotosynthese, geen N-fixatie, gebruiken geen anorg comp als E-bron)
Eukaryoot
4. Zelfstudie: basiskennis bacteriën (p.11-14)
Morfologie
Vorm: Zie vraag 5
Afmetingen: 0,3 – 2 µm (er bestaan uitzonderingen)
Kapsels, slijmlaag en flagellen: Zie vraag 6
Sporen: Zie begrippenlijst
5. Geef de indeling vd bacteriën volgens vorm:
6. Waartoe dienen kapsels, slijmlagen en flagellen?
Overlevingsstrategie:
Kapsels, slijmlaag:
Bescherming kunnen zo in bepaalde niches overleven
Flagellen:
grotere bewegelijkheid
7. Wat weet je over gisten?
Gladde kolonies
> Groter dan bacteriën
Belangrijk bij productie v brood, wijn, …
8. Wat weet je over schimmels?
Wollig & dradig
Nuttige schimmels:
productie v sec. metabolieten1 zoals enzymen, citroenzuur Bv. Penicillium
Schadelijke schimmels:
voedselinfecties2 en -intoxicaties3 (komt later aan bod)
Belangrijk bij productie v brood, wijn, …
1
Primaire metabolieten: stoffen die MO produceren, die ze nodig hebben voor hun eigen overleving en vermenigvuldiging.
Secundaire metabolieten: alleen geproduceerd als niet in stress-situatie = producten die ze afgeven aan omgeving & die wij voor nuttig
doel kunnen gebruiken. Bv. antibiotica, enzymen in waspoeder.
2
Ziek door MO zelf 3 Ziek door toxines die door MO geproduceerd worden
Schimmels (wollig & dradig) Gisten (gladde kolonies)
BACTERIËN