Inleiding A
Oriëntatie op geschiedenis – Basisboek voor de vakdocent
Inleiding
• Tien tijdvakken.
– Kenmerkende aspecten
H1 De tijd van jagers en boeren
Inleiding
• Jager-verzamelaars.
• De eerste boeren.
– landbouwrevolutie
• Stedelijke culturen.
1.1 Jager-verzamelaars
De eerste mensen
• 'Neanderthalers': mensachtigen.
• Homo sapiens: huidige mensensoort, 'moderne mens'.
• 'Prehistorie': voorgeschiedenis, geen geschreven bronnen.
Prehistorie
• Steentijd.
– oude steentijd (paleolithicum), jager-verzamelaars
– midden-steentijd (mesolithicum), overgangstijd, ontwikkeling boerencultuur
– nieuwe steentijd (neolithicum), landbouwers
• Bronstijd.
• Ijzertijd.
Jagen en verzamelen
• Drijfjacht.
• Besef van tijd en wisseling van seizoenen.
Nomandisch leven en rolpatronen
• Verschillende vormen van nomadisch leven:
– nomandisch
– semi-nomandisch
(– sedentair)
• Rolverdeling:
– man: jacht
– vrouw: verzamelen
Kunst en symbolisch denken
• Afbeeldingen van vrouwen en van jachtwild.
• Draagbare voorwerpen en grotschilderingen.
• Magische kracht.
• Symbolisch denken.
, Dood en hiernamaals
• Homo sapiens: (belangrijke) doden begraven.
• Geloof in hiernamaals: bepaalde dingen meegeven.
• Neanderthalers, vroege moderne mens: kannibalisme.
1.2 De komst van de landbouw
• 'Neolithische revolutie': landbouwrevolutie.
• Natufiërs: wonen op één vaste plaats.
I Oorzaken
• Klimaatverandering:
– verdwijnen wilde kuddes
– vruchtbaarder gebied door meer regen
II Gevolgen
• Bevolkingsgroei.
• Andere werktuigen en gebruiksvoorwerpen.
• Sedentaire culturen: vaste woonplaatsen.
• Bezit en sociale gelaagdheid.
• Gewapend geweld.
1.3 De eerste stedelijke culturen
• 'Oude beschavingen'.
– het schrift
– complexe politieke organisatievormen
I Natuur en politiek
• Kunstmatige regulering van het water.
– irrigatie, dijkenbouw
• Centrale leiding nodig voor het in goede banen leiden van de voedselproductie.
– de koning
• Egypte: 'farao'.
– eerste staat ter wereld in de vorm van een 'rijk'
• Beheer, bestuur en bezit één en hetzelfde.
• Land verdeeld over boeren.
– oogst afdragen aan de staat
II Specialisatie en gelaagdheid
• Landbouwproductie met weinig arbeidskrachten: specialisatie!
• Gelaagde samenleving: rangen en standen.
• Handel!
• Distributie-economie: boeren leveren in, verdeling onder de niet-producerende lagen van de
bevolking.
III Het schrift
• Mesopotamië:
3300 v.C.: Soemeriërs vinden het schrift uit.
Oriëntatie op geschiedenis – Basisboek voor de vakdocent
Inleiding
• Tien tijdvakken.
– Kenmerkende aspecten
H1 De tijd van jagers en boeren
Inleiding
• Jager-verzamelaars.
• De eerste boeren.
– landbouwrevolutie
• Stedelijke culturen.
1.1 Jager-verzamelaars
De eerste mensen
• 'Neanderthalers': mensachtigen.
• Homo sapiens: huidige mensensoort, 'moderne mens'.
• 'Prehistorie': voorgeschiedenis, geen geschreven bronnen.
Prehistorie
• Steentijd.
– oude steentijd (paleolithicum), jager-verzamelaars
– midden-steentijd (mesolithicum), overgangstijd, ontwikkeling boerencultuur
– nieuwe steentijd (neolithicum), landbouwers
• Bronstijd.
• Ijzertijd.
Jagen en verzamelen
• Drijfjacht.
• Besef van tijd en wisseling van seizoenen.
Nomandisch leven en rolpatronen
• Verschillende vormen van nomadisch leven:
– nomandisch
– semi-nomandisch
(– sedentair)
• Rolverdeling:
– man: jacht
– vrouw: verzamelen
Kunst en symbolisch denken
• Afbeeldingen van vrouwen en van jachtwild.
• Draagbare voorwerpen en grotschilderingen.
• Magische kracht.
• Symbolisch denken.
, Dood en hiernamaals
• Homo sapiens: (belangrijke) doden begraven.
• Geloof in hiernamaals: bepaalde dingen meegeven.
• Neanderthalers, vroege moderne mens: kannibalisme.
1.2 De komst van de landbouw
• 'Neolithische revolutie': landbouwrevolutie.
• Natufiërs: wonen op één vaste plaats.
I Oorzaken
• Klimaatverandering:
– verdwijnen wilde kuddes
– vruchtbaarder gebied door meer regen
II Gevolgen
• Bevolkingsgroei.
• Andere werktuigen en gebruiksvoorwerpen.
• Sedentaire culturen: vaste woonplaatsen.
• Bezit en sociale gelaagdheid.
• Gewapend geweld.
1.3 De eerste stedelijke culturen
• 'Oude beschavingen'.
– het schrift
– complexe politieke organisatievormen
I Natuur en politiek
• Kunstmatige regulering van het water.
– irrigatie, dijkenbouw
• Centrale leiding nodig voor het in goede banen leiden van de voedselproductie.
– de koning
• Egypte: 'farao'.
– eerste staat ter wereld in de vorm van een 'rijk'
• Beheer, bestuur en bezit één en hetzelfde.
• Land verdeeld over boeren.
– oogst afdragen aan de staat
II Specialisatie en gelaagdheid
• Landbouwproductie met weinig arbeidskrachten: specialisatie!
• Gelaagde samenleving: rangen en standen.
• Handel!
• Distributie-economie: boeren leveren in, verdeling onder de niet-producerende lagen van de
bevolking.
III Het schrift
• Mesopotamië:
3300 v.C.: Soemeriërs vinden het schrift uit.