Werkcollege H9 Motivatie en Emotie
Opdracht 1: Hoe zit het met jou motivatie?
Vul de twee vragenlijsten in die op It’s staan over motivatie (SRQ-L en BPNSNF).
Beantwoord vervolgens de volgende vragen:
A. Wat betekenen de uitkomsten van de vragenlijsten volgens jou?:
Ik begrijp niet echt de uitkomsten van de testen, omdat deze niet gaan uitgelegd.
B. Welke theorieën over motivatie herken je terug in de vragenlijst?:
Drijfveer theorie.
C. Klopt de uitslag met jouw idee over je eigen motivatie?:
Ja , de uitslag komt overeen met mijn idee over mijn eigen motivatie.
Opdracht 2: Motivatie en Honger
Het gevoel van honger en eten vormt een belangrijk onderdeel van ons dagelijks leven.
Onderzoek de volgende vragen (maak gebruik van je boek):
A. Hoe wordt eten en honger verklaard vanuit de theorieën over motivatie uit het boek
(zie tabel 9.1, blz. 366):
Honger is een biologisch overlevingsmechanisme, wanneer er voedsel beschikbaar
is leidt er het drijfveer honger vanzelf tot eten.
B. Welke kritiek zou je kunnen hebben op de verklaringen die deze theorieën geven?:
Het is te zwart op wit, het licht aan de situatie in sommige situaties is het niet
mogelijk om toe te geven aan de drijfveer.
C. Hoe verklaren we honger vanuit een meervoudige systeembenadering?:
Hongergevoel is een combinatie van biologisch en psychologische informatie,
waardoor de lichamelijke behoefte aan energie, de hoeveelheid voedingsstoffen die
op dat moment aanwezig is. Of je het acceptabel vindt.
D. Welke biologische en psychologische factoren zijn van invloed op eten? Welke
hiervan herken je goed bij jezelf?:
Biologische: Lage bloedsuikerspiegel, lege maag enz
psychologische: stress en depressie
Opdracht 3: Spiegelneuronen en emoties
Bekijk (klassikaal) de animatie over spiegelneuronen en beantwoord de vragen:
A. Hoe is de werking van spiegelneuronen ontdekt?:
In 1990, Toevalligerwijs, toen een onderzoeker met een MRI-scan onderzocht welke
neuronen zouden oplichten bij een aap als hij een nootje opende. Even later kwam
iemand per ongeluk binnen, had trek, zag de nootjes liggen en opende een nootje.
Wat bleek? Bij de aap lichten dezelfde neuronen op, toen hij zag dat iemand anders
een nootje at.
B. Wat doen spiegelneuronen?:
Als ik de emoties van een ander observeer, lichten dezelfde neuronen op in mijn
brein als die bij degene die ik observeer.
Opdracht 1: Hoe zit het met jou motivatie?
Vul de twee vragenlijsten in die op It’s staan over motivatie (SRQ-L en BPNSNF).
Beantwoord vervolgens de volgende vragen:
A. Wat betekenen de uitkomsten van de vragenlijsten volgens jou?:
Ik begrijp niet echt de uitkomsten van de testen, omdat deze niet gaan uitgelegd.
B. Welke theorieën over motivatie herken je terug in de vragenlijst?:
Drijfveer theorie.
C. Klopt de uitslag met jouw idee over je eigen motivatie?:
Ja , de uitslag komt overeen met mijn idee over mijn eigen motivatie.
Opdracht 2: Motivatie en Honger
Het gevoel van honger en eten vormt een belangrijk onderdeel van ons dagelijks leven.
Onderzoek de volgende vragen (maak gebruik van je boek):
A. Hoe wordt eten en honger verklaard vanuit de theorieën over motivatie uit het boek
(zie tabel 9.1, blz. 366):
Honger is een biologisch overlevingsmechanisme, wanneer er voedsel beschikbaar
is leidt er het drijfveer honger vanzelf tot eten.
B. Welke kritiek zou je kunnen hebben op de verklaringen die deze theorieën geven?:
Het is te zwart op wit, het licht aan de situatie in sommige situaties is het niet
mogelijk om toe te geven aan de drijfveer.
C. Hoe verklaren we honger vanuit een meervoudige systeembenadering?:
Hongergevoel is een combinatie van biologisch en psychologische informatie,
waardoor de lichamelijke behoefte aan energie, de hoeveelheid voedingsstoffen die
op dat moment aanwezig is. Of je het acceptabel vindt.
D. Welke biologische en psychologische factoren zijn van invloed op eten? Welke
hiervan herken je goed bij jezelf?:
Biologische: Lage bloedsuikerspiegel, lege maag enz
psychologische: stress en depressie
Opdracht 3: Spiegelneuronen en emoties
Bekijk (klassikaal) de animatie over spiegelneuronen en beantwoord de vragen:
A. Hoe is de werking van spiegelneuronen ontdekt?:
In 1990, Toevalligerwijs, toen een onderzoeker met een MRI-scan onderzocht welke
neuronen zouden oplichten bij een aap als hij een nootje opende. Even later kwam
iemand per ongeluk binnen, had trek, zag de nootjes liggen en opende een nootje.
Wat bleek? Bij de aap lichten dezelfde neuronen op, toen hij zag dat iemand anders
een nootje at.
B. Wat doen spiegelneuronen?:
Als ik de emoties van een ander observeer, lichten dezelfde neuronen op in mijn
brein als die bij degene die ik observeer.