FARMACEUTISCHE TECHNOLOGIE
AGGLOMERATIE/ GRANULATIE
Granulatieprocessen
1. Vochtige granulatie mbv drogen
a. Water bv met sucrose (VOORAL)
b. Organisch solvent (bv ethanol)
c. Bindmiddel = hydrofiel polymeer bv arabische gom, Povidon = PVP
2. Smeltgranulatie mbv temperatuurverlaging
a. Mbv component dat laag smeltpunt heeft bv Macrogol/ PEG 4000: ±55°C
3. Droge granulatie mbv druk (voor vochtgevoelige of thermolabiele GM)
Microkristallijne cellulose = GOUDEN STANDAARD voor sferonisatie via extrusie
- Goede bindingseigenschappen bij contact met water
- Zorgt ervoor dat water ‘op het juiste moment op de juiste plek’ is zoals spons bij
extrusie van belang, dient dan als frictieverlager/ lubrifieermiddel
Prilling » smeltgranulatie + sproeidrogen
- GM opgelost/ gesuspendeerd in gesmolten massa dat in koude kamer wordt
gesproeid => stollen van gesmolten massa waarin GM is ingebed
o Gesmolten massa vaak hydrofoob => controlled release preparaten
Friabiliteit = slijtvastheid: hoe lager, hoe steviger, want minder afgebroken bij stress
- Bij granules: <30% = goed
- Bij sferische pellets: 1% = goed
Bruisgranulaat = carbonaatbron + zuur bv citraat
- Hierbij zal bv ethanol worden gebruikt ipv water bij vochtige granulatie
o Voorwaarde: bindmiddel moet oplossen in ethanol
- Of men gebruikt de techniek droge granulatie
Butylhydroxytolueen en dinatrium-EDTA = antioxidantia
Macrogol 400 en polysorbaat 80 (=Tween 80) = bevochtigers
Maltodextrin = vulmiddel + oplosbaarheid van stof in dextrin verhogen
1
,TABLETTEN
Vulstof:
1. Lactose
a. Spray-dried: gebruik bij DC WANT makkelijk vervormbaar
2. Sacharose
a. Al zoet voor zuigtablet
3. Microkristallijne cellulose
a. Verschillende toepassingen: GOUDEN STANDAARD bij productie pellets via
extrusie
b. = bindingen snel gevormd en ook afgebroken (bij contact met water)
c. Makkelijk comprimeerbaar
4. Mannitol
a. Koelend effect
5. Dicalciumfosfaat
a. Onoplosbaar, niet hygroscopisch, makkelijk bindingen aangaan
Bindmiddel:
1. Zetmeel (gepregelatiniseerd)
2. PVP (polyvinylpyrrolidon) in combo met water of alcohol
3. Cellulosederivaten = hydrofiele polymeren
4. Gommen (arabische en guar gom, tragacanth)
5. PEG (smeltgranulatie)
6. Suiker
Desintegratiemiddel:
1. Zetmeel (amylosefractie) => zwelvermogen
2. Gemodificeerd zetmeel
a. Fysisch: gepregelatiniseerd
b. Chemisch: Na-carboxymethylzetmeel = ZEER STERK, niet oplosbaar
3. Cellulosederivaten
a. MCC: onoplosbaar
b. Crosslinked Na-carboxymethylcellulose: onoplosbaar
4. Crosslinked PVP = crospovidone
a. Hydrofiel, maar onoplosbaar
5. Sucrose, sorbitol
=> Lage fractie: 1-5%
Lubrifieer-/smeermiddel
1. Mg-stearaat (GOUDEN STANDAARD: lage conc, zeer efficiënt MAAR hydrofoob)
2. Stearinezuur
3. Na-stearylfumaraat
4. Na-benzoaat (hydrofiel)
5. PEG 4000/6000 = Macrogol (hydrofiel)
6. Talk
7. Glyceryl behenate
8. Hydrogenated cotton seed oil = olie, maar gehydrogeneerd = vast
=> ZEER lage fractie: <1%
2
, Glijmiddel
1. Si2O = Aerosil
2. Talk
3. Zetmeel
Bevochtigers
1. Na-laurylsulfaat
2. Poloxamer (poeder)
Absorptieverhogers bij buccale tablet
1. Tensiden
2. Vetzuren
3. Cyclodextrines
Deformeren vs fragmenteren bij compressieproces
1. Deformeren = deformeren bij druk en bij drug weg, blijven ze vervormt (plastisch)
a. NaCl
b. Zetmeel
c. MCC
d. Amorfe lactose
2. Fragmenteren = in kleinere deeltjes gaan bij druk en bij druk weg, blijven kleine
deeltjes
a. Kristallijne cellulose
b. Sucrose
c. Dicalciumfosfaat
Tablet voldoet NIET aan vrijstellingcondities (= minstens 80% is opgelost na 60min)
Oplossing:
1. Meer wateroplosbare hulpstoffen toevoegen
2. Desintegratiemiddel toevoegen
3. Compressiedruk verlagen zodanig het minder harde tabletten zijn
4. Kleinere deeltjes aan ibuprofen
3
AGGLOMERATIE/ GRANULATIE
Granulatieprocessen
1. Vochtige granulatie mbv drogen
a. Water bv met sucrose (VOORAL)
b. Organisch solvent (bv ethanol)
c. Bindmiddel = hydrofiel polymeer bv arabische gom, Povidon = PVP
2. Smeltgranulatie mbv temperatuurverlaging
a. Mbv component dat laag smeltpunt heeft bv Macrogol/ PEG 4000: ±55°C
3. Droge granulatie mbv druk (voor vochtgevoelige of thermolabiele GM)
Microkristallijne cellulose = GOUDEN STANDAARD voor sferonisatie via extrusie
- Goede bindingseigenschappen bij contact met water
- Zorgt ervoor dat water ‘op het juiste moment op de juiste plek’ is zoals spons bij
extrusie van belang, dient dan als frictieverlager/ lubrifieermiddel
Prilling » smeltgranulatie + sproeidrogen
- GM opgelost/ gesuspendeerd in gesmolten massa dat in koude kamer wordt
gesproeid => stollen van gesmolten massa waarin GM is ingebed
o Gesmolten massa vaak hydrofoob => controlled release preparaten
Friabiliteit = slijtvastheid: hoe lager, hoe steviger, want minder afgebroken bij stress
- Bij granules: <30% = goed
- Bij sferische pellets: 1% = goed
Bruisgranulaat = carbonaatbron + zuur bv citraat
- Hierbij zal bv ethanol worden gebruikt ipv water bij vochtige granulatie
o Voorwaarde: bindmiddel moet oplossen in ethanol
- Of men gebruikt de techniek droge granulatie
Butylhydroxytolueen en dinatrium-EDTA = antioxidantia
Macrogol 400 en polysorbaat 80 (=Tween 80) = bevochtigers
Maltodextrin = vulmiddel + oplosbaarheid van stof in dextrin verhogen
1
,TABLETTEN
Vulstof:
1. Lactose
a. Spray-dried: gebruik bij DC WANT makkelijk vervormbaar
2. Sacharose
a. Al zoet voor zuigtablet
3. Microkristallijne cellulose
a. Verschillende toepassingen: GOUDEN STANDAARD bij productie pellets via
extrusie
b. = bindingen snel gevormd en ook afgebroken (bij contact met water)
c. Makkelijk comprimeerbaar
4. Mannitol
a. Koelend effect
5. Dicalciumfosfaat
a. Onoplosbaar, niet hygroscopisch, makkelijk bindingen aangaan
Bindmiddel:
1. Zetmeel (gepregelatiniseerd)
2. PVP (polyvinylpyrrolidon) in combo met water of alcohol
3. Cellulosederivaten = hydrofiele polymeren
4. Gommen (arabische en guar gom, tragacanth)
5. PEG (smeltgranulatie)
6. Suiker
Desintegratiemiddel:
1. Zetmeel (amylosefractie) => zwelvermogen
2. Gemodificeerd zetmeel
a. Fysisch: gepregelatiniseerd
b. Chemisch: Na-carboxymethylzetmeel = ZEER STERK, niet oplosbaar
3. Cellulosederivaten
a. MCC: onoplosbaar
b. Crosslinked Na-carboxymethylcellulose: onoplosbaar
4. Crosslinked PVP = crospovidone
a. Hydrofiel, maar onoplosbaar
5. Sucrose, sorbitol
=> Lage fractie: 1-5%
Lubrifieer-/smeermiddel
1. Mg-stearaat (GOUDEN STANDAARD: lage conc, zeer efficiënt MAAR hydrofoob)
2. Stearinezuur
3. Na-stearylfumaraat
4. Na-benzoaat (hydrofiel)
5. PEG 4000/6000 = Macrogol (hydrofiel)
6. Talk
7. Glyceryl behenate
8. Hydrogenated cotton seed oil = olie, maar gehydrogeneerd = vast
=> ZEER lage fractie: <1%
2
, Glijmiddel
1. Si2O = Aerosil
2. Talk
3. Zetmeel
Bevochtigers
1. Na-laurylsulfaat
2. Poloxamer (poeder)
Absorptieverhogers bij buccale tablet
1. Tensiden
2. Vetzuren
3. Cyclodextrines
Deformeren vs fragmenteren bij compressieproces
1. Deformeren = deformeren bij druk en bij drug weg, blijven ze vervormt (plastisch)
a. NaCl
b. Zetmeel
c. MCC
d. Amorfe lactose
2. Fragmenteren = in kleinere deeltjes gaan bij druk en bij druk weg, blijven kleine
deeltjes
a. Kristallijne cellulose
b. Sucrose
c. Dicalciumfosfaat
Tablet voldoet NIET aan vrijstellingcondities (= minstens 80% is opgelost na 60min)
Oplossing:
1. Meer wateroplosbare hulpstoffen toevoegen
2. Desintegratiemiddel toevoegen
3. Compressiedruk verlagen zodanig het minder harde tabletten zijn
4. Kleinere deeltjes aan ibuprofen
3