Belangrijke personen uit deze tijd zijn Johann Wolfgang von Goethe en Friedrich
von Schiller. Een paar belangrijke werken van deze mannen zijn:
Goethe: “Götz von Berlichingen” (1773) Een tragedie die grotendeels heeft gezorgd
voor zijn bekendheid, “Die Leiden des jungen Werthers”, een werk dat al bekend
werd in de Sturm und Drang periode. Goethe is zijn hele leven dichter maar ook
natuurwetenschapper.
Schiller: “Die Burgschaft” (1779), een ballade uit de zomer van 1798, wat bestaat uit
een collectie van zijn bekendste gedichten.
In het jaar 1786 verlaat Goethe het plaatsje Weimar en reist naar Italië. Daar verblijft
hij twee jaar. Deze reis is heel belangrijk voor hem, aangezien dit de eerste keer zal
zijn dat hij in aanraking komt met de kunsten uit de Klassieke Oudheid. Dit verandert
zijn mening over literatuur volledig. Hij is van mening dat kunst een voorbeeld moet
zijn waar de mensen naar toe kunnen werken.
De algemene gedachte van deze tijd gaat over de ideale mens. Het mens wat zich niet
eerst met zichzelf bezig houdt, voor ook aan anderen en de maatschappij te denken.
Dit is heel anders dan de Sturm und Drang periode, waar men vindt dat “vrijheid”
een leven is zonder regels en bestuur. Friedrich von Schiller geeft een nieuwe
betekenis aan het begrip vrijheid; namelijk “vrijheid is wat mensen hebben die zich
los hebben kunnen maken van egoïstisch gedrag en leven volgens regels die de
maatschappij goed doen.”
Het ideaal van deze periode is de mens, die al zijn vaardigheden gelijkmatig
ontwikkelt. Men moet van zijn gevoel en verstand een ding maken.
Nog een belangrijk persoon om te onthouden is Wilhelm von Humbolt. Deze man
vormt zijn ideeën om tot een schoolsysteem. Leerlingen leren niet meer voor een
specifiek beroep, maar krijgen eerst een algemene opleiding met basiskennis. Het
schoolsysteem in Duitsland is tot op de dag van vandaag nog geïnspireerd op
Humbolt’s ideeën.
De mensen uit deze periode zien de Klassieke Oudheid als een gelukkige tijd, ze
idealiseren het. Ze geloven namelijk dat in die tijd elk mens en ook de maatschappij
als een geheel zich gelijkmatig, in een bepaalde harmonie ontwikkelde, en dit zien ze
als de ware natuur van de samenleving en de wereld.
In de werkelijkheid is deze periode alles behalve harmonisch en een ideaalbeeld. Het
was namelijk rond de tijd van de Franse Revolutie, het Congres van Wenen en de
herindeling van Europa. Daarom waren terroristische aanslagen en was veel vluchten
niet zeldzaam. De schrijvers uit die tijd kwamen tot de conclusie dat je de
maatschappij niet kan veranderen met een revolutie zonder ook zelf te veranderen als
mens. En daar wilden ze door middel van kunst voor zorgen.
Johann Wolfgang von Goethe en Friedrich von Schiller ontwikkelen zich van dichters
uit de Sturm und Drang periode naar dichters uit de Klassik. In 1794, in de plaats
Jena, beginnen ze aan een vruchtbare samenwerking. Ze motiveren elkaar zo om
allebei veel nieuwe werken te schrijven.
, Tekstsoorten en stijlmiddelen
Ballade: Een ballade is een verhalend lied in de vorm van een gedicht waarvan de
vorm in de middeleeuwen is ontstaan. Het bestaat uit een aantal korte strofen waarin
tragische gebeurtenissen verteld worden die zich in een adellijk milieu afspelen.
Bildungsroman: Een “vormingsroman” is een psychologische roman die verhaalt
over de ontwikkeling van de geest en persoonlijkheid van de protagonist gedurende
de overgang van jeugd naar volwassenheid, waarbij gewoonlijk de bewustwording van
de eigen identiteit en rol in de wereld een rol speelt.
Sonnet: Een sonnet is een rijmend gedicht van veertien regels. In een sonnet zit
meestal een wending. Deze wending zit vaak net over de helft of tegen het einde van
een sonnet.