H5
H1 Inleiding
Jonge kinderen (kleuters) zijn gericht op de binnenwereld: ze worden beheerst door impulsen van
binnenuit. De buitenwereld geven ze vorm in overeenstemming met hun eigen natuur. Groeien en
ontwikkelen doen jonge kinderen van binnen naar buiten. Vanaf ongeveer zes jaar is het kind volgens
Fröbel gericht op de buitenwereld: schoolkindfase. Ontwikkeling gaat vanaf de schoolkindfase van
buiten naar binnen. Nu is een kind in staat om onderwijs te ontvangen waarbij een leerkracht (of een
boek) van buitenaf kennis overdraagt. Daarnaast filteren schoolkinderen net als veel volwassenen als
het ware hun reacties door de ‘hoe-kom-ik-over-zeef’.
Kenmerken van kleuters:
Intense beleving van emoties
Haarscherpe intuïtie van situaties en mensen en inlevingsvermogen
Cognitief egocentrisch: ze kunnen zich niet inleven in het perspectief van een ander
Hang naar gewoontes en routines
Enorm concentratievermogen als de activiteit betekenisvol is, tijdens een kringgesprek max.
20 minuten stilzitten
Behoefte aan handelen en beweging
Magisch denken: geen behoefte aan logische verklaringen. Dit komt pas vanaf 5/6 jaar.
Geen scherp onderscheid tussen fantasie en werkelijkheid
De meeste eigenschappen van kinderen zijn niet aan hun leeftijd toe te schrijven, maar aan hun
eigen, unieke persoonlijkheid.
H2 Ontwikkeling van jonge kinderen
2.1 Ontwikkeling en leren
Het onderwijs aan jonge kinderen richt zich op ontwikkelingsprocessen en minder op leerinhouden.
Het kind levert voornamelijk de inspanning, in plaats van de leerkracht. De rol van de leerkracht in de
onderbouw is dus niet die van onderwijzer, maar die van stimulator en begeleider: je helpt kinderen
ontwikkelingskansen optimaal benutten. Bij ontwikkelingsprocessen verandert er op fundamentele,
onomkeerbare wijze iets in de manier waarop we naar de wereld kijken. Zo ontwikkelen ook jonge
kinderen zich. Bij ontwikkelingsprocessen ordenen kinderen hun ervaringen op eigen wijze,
aangepast aan wat op een bepaald moment voor hen bruikbaar en mogelijk is.
2.2 ontwikkelingsprocessen als fundament voor leerprocessen
Onderwijs dat zich voornamelijk richt op het bereiken van leerdoelen wil resultaten op korte termijn
(lesdoelen). Onderwijs dat zich richt op ontwikkelingsdoelen wil kwalitatieve veranderingen
teweegbrengen (bv. denkwijze). Dat kost tijd en zijn dus voor de langere termijn.
Volgens Piaget moet ontwikkeling eerst ver genoeg gevorderd zijn voor we de bij die fase passende
leertaken kunnen aanbieden. Volgens Vygotsky is er sprake van tweerichtingsverkeer tussen leren
(bv. klokkijken) en ontwikkeling (bv. tijdsbesef).
2.3.1 Fysieke ontwikkeling