Vastgoedrecht Blok 7
Week 1 en 2.
1. In welke Nederlandse wetgeving zijn de speciale beschermingszones uit de VHR-richtlijnen
geïmplementeerd? Wees zo specifiek mogelijk!
Deze zijn geïmplementeerd in de Habitatrichtlijn. Dit gaat over bescherming van bepaalde
gebieden in zijn geheel, plus de planten en dieren die daar leven.
Hoofdstuk 2 Wet Natuurbescherming.
2. Artikel 3.1 lid 1 Wnb luidt: Het is verboden opzettelijk van nature in Nederland in het wild
levende vogels van soorten als bedoeld in artikel 1 van de Vogelrichtlijn te doden of te
vangen. En lid 4 van datzelfde artikel luidt: Het is verboden vogels als bedoeld in het
eerste lid opzettelijk te storen. U wilt een hondertal woningen bouwen in een agrarisch
gebied waar vogels als in lid 1 genoemd het gehele jaar door voorkomen. Kan het project
doorgaan en waarom wel/niet?
Ja het project kan door gaan. Mogelijkheid: Art. 3.1 lid 5: het is niet van invloed op de staat
van instandhouding van de desbetreffende vogelsoort. Mogelijkheid: misschien is er een
vrijstelling op grond van een erecode, als in art. 3.3. Mogelijkheid: je zou een ontheffing
kunnen krijgen
3. Wat is volgens de Nederlandse wetgeving een belangrijk verschil tussen de wettelijke
belangen, nodig voor het verkrijgen van een ontheffing van een verbod voor het verstoren
van vogels en voor het verstoren van Habitatsoorten?
A. Er is geen verschil.
B. Er kan voor Habitatsoorten geen beroep worden gedaan op dwingende redenen van groot
algemeen belang.
C. Er kan voor vogels geen beroep worden gedaan op dwingende redenen van groot
algemeen belang.
4. Welke hoofdvragen moeten een ontwikkelaar of een college van B&W en de
gemeenteraad zich stellen bij respectievelijk een project en een planherziening?
A. - Wat is het probleem of de situatie waarom de (verboden) handeling plaats vindt?
- Zijn er andere oplossingen voor het probleem?
- Indien er andere oplossingen zijn: welke gevolgen hebben die dan voor de
verbodsbepalingen?
B. - Gaat het om dieren of planten?
- Om welke soort gaat het?
C. - Komen er beschermde soorten voor in of nabij het gebied?
- Worden er bij uitvoering verbodsbepalingen van de Wnb overtreden?
- Vallen de handelingen onder een vrijstelling?
- Er is een ontheffing c.q. v.v.g.b. nodig: kan deze verleend worden?
1
, 5. Ik wil mijn boomgaard met perenbomen buiten de bebouwde kom vellen. Mag dat? In
welke regeling zou dat verboden kunnen zijn? Moet ik alsdan herplanten?
Wet natuurbescherming is niet van toepassing want het gaat over fruitbomen.
Dus dit is per gemeente verschillend, in de kapverordening. Er zou dan een vergunning als in
art. 2.2 lid 1 onder g Wabo aangevraagd moeten worden.
Week 3.
1. In april 2013 stonden in de dagbladen advertenties van een overheidsinstantie: er was een
vergunning aangevraagd om 60 miljoen m3 zand uit de Noordzee te winnen om de kust mee
te versterken. Welke overheidsinstantie zal over de vergunningaanvraag besloten hebben?
A. Gedeputeerde Staten van de desbetreffende provincie.
B. De minister.
C. Het dagelijks bestuur van het desbetreffende waterschap.
2. Aan vergunningen kunnen door het bevoegd gezag voorschriften worden verbonden.
Waarom is deze mogelijkheid bij de ontgrondingsvergunning belangrijk?
A. Om ook niet-belanghebbenden invloed te geven op de besluitvorming ten aanzien
van de ontgronding.
B. Om te voorkomen dat er in strijd met het delfstoffenbeleid van het SVIR gehandeld
wordt.
C. Om te voorkomen dat er na de ontgronding een nutteloos of gevaarlijk gat
overblijft.
3. De Wilg bevat voor het bereiken van de doelen van de wet meerdere instrumenten.
Welke?
A. Aanlegvergunningstelsel en subsidies.
B. Landinrichting en aanlegvergunningstelsel.
C. Ontgrondingsvergunningstelsel en herverkaveling.
D. Landinrichting en subsidies.
4. Een inrichtingsplan wordt voorbereid door:
A. overleg tussen provincie en eigenaren van gronden in het gebied.
B. overleg tussen provincie en Rijk, en tussen provincie en eigenaren van
gronden in het gebied.
C. inspraak conform afdeling 3.4 Awb.
D. inspraak conform afdeling 3.4 Awb, en overleg met een gebiedscommissie.
2
Week 1 en 2.
1. In welke Nederlandse wetgeving zijn de speciale beschermingszones uit de VHR-richtlijnen
geïmplementeerd? Wees zo specifiek mogelijk!
Deze zijn geïmplementeerd in de Habitatrichtlijn. Dit gaat over bescherming van bepaalde
gebieden in zijn geheel, plus de planten en dieren die daar leven.
Hoofdstuk 2 Wet Natuurbescherming.
2. Artikel 3.1 lid 1 Wnb luidt: Het is verboden opzettelijk van nature in Nederland in het wild
levende vogels van soorten als bedoeld in artikel 1 van de Vogelrichtlijn te doden of te
vangen. En lid 4 van datzelfde artikel luidt: Het is verboden vogels als bedoeld in het
eerste lid opzettelijk te storen. U wilt een hondertal woningen bouwen in een agrarisch
gebied waar vogels als in lid 1 genoemd het gehele jaar door voorkomen. Kan het project
doorgaan en waarom wel/niet?
Ja het project kan door gaan. Mogelijkheid: Art. 3.1 lid 5: het is niet van invloed op de staat
van instandhouding van de desbetreffende vogelsoort. Mogelijkheid: misschien is er een
vrijstelling op grond van een erecode, als in art. 3.3. Mogelijkheid: je zou een ontheffing
kunnen krijgen
3. Wat is volgens de Nederlandse wetgeving een belangrijk verschil tussen de wettelijke
belangen, nodig voor het verkrijgen van een ontheffing van een verbod voor het verstoren
van vogels en voor het verstoren van Habitatsoorten?
A. Er is geen verschil.
B. Er kan voor Habitatsoorten geen beroep worden gedaan op dwingende redenen van groot
algemeen belang.
C. Er kan voor vogels geen beroep worden gedaan op dwingende redenen van groot
algemeen belang.
4. Welke hoofdvragen moeten een ontwikkelaar of een college van B&W en de
gemeenteraad zich stellen bij respectievelijk een project en een planherziening?
A. - Wat is het probleem of de situatie waarom de (verboden) handeling plaats vindt?
- Zijn er andere oplossingen voor het probleem?
- Indien er andere oplossingen zijn: welke gevolgen hebben die dan voor de
verbodsbepalingen?
B. - Gaat het om dieren of planten?
- Om welke soort gaat het?
C. - Komen er beschermde soorten voor in of nabij het gebied?
- Worden er bij uitvoering verbodsbepalingen van de Wnb overtreden?
- Vallen de handelingen onder een vrijstelling?
- Er is een ontheffing c.q. v.v.g.b. nodig: kan deze verleend worden?
1
, 5. Ik wil mijn boomgaard met perenbomen buiten de bebouwde kom vellen. Mag dat? In
welke regeling zou dat verboden kunnen zijn? Moet ik alsdan herplanten?
Wet natuurbescherming is niet van toepassing want het gaat over fruitbomen.
Dus dit is per gemeente verschillend, in de kapverordening. Er zou dan een vergunning als in
art. 2.2 lid 1 onder g Wabo aangevraagd moeten worden.
Week 3.
1. In april 2013 stonden in de dagbladen advertenties van een overheidsinstantie: er was een
vergunning aangevraagd om 60 miljoen m3 zand uit de Noordzee te winnen om de kust mee
te versterken. Welke overheidsinstantie zal over de vergunningaanvraag besloten hebben?
A. Gedeputeerde Staten van de desbetreffende provincie.
B. De minister.
C. Het dagelijks bestuur van het desbetreffende waterschap.
2. Aan vergunningen kunnen door het bevoegd gezag voorschriften worden verbonden.
Waarom is deze mogelijkheid bij de ontgrondingsvergunning belangrijk?
A. Om ook niet-belanghebbenden invloed te geven op de besluitvorming ten aanzien
van de ontgronding.
B. Om te voorkomen dat er in strijd met het delfstoffenbeleid van het SVIR gehandeld
wordt.
C. Om te voorkomen dat er na de ontgronding een nutteloos of gevaarlijk gat
overblijft.
3. De Wilg bevat voor het bereiken van de doelen van de wet meerdere instrumenten.
Welke?
A. Aanlegvergunningstelsel en subsidies.
B. Landinrichting en aanlegvergunningstelsel.
C. Ontgrondingsvergunningstelsel en herverkaveling.
D. Landinrichting en subsidies.
4. Een inrichtingsplan wordt voorbereid door:
A. overleg tussen provincie en eigenaren van gronden in het gebied.
B. overleg tussen provincie en Rijk, en tussen provincie en eigenaren van
gronden in het gebied.
C. inspraak conform afdeling 3.4 Awb.
D. inspraak conform afdeling 3.4 Awb, en overleg met een gebiedscommissie.
2