Dier toxinen zijn niet alleen een bron van toxiciteit, maar ook van mogelijke medicijnen.
Venomous animals, zijn dieren die hun gif actief gebruiken om te jagen en verdedigen. Deze dieren
bijten of steken en injecteren daarmee gif. Een voorbeeld is de slang.
Poisonous animals, zijn dieren die hun gif niet actief gebruiken om te jagen. Zij zijn giftig wanneer je
ze opeet. Een voorbeeld is de pijlgifkikker.
Eigenschappen diertoxinen, in de tabel is te zien dat de dier toxinen erg
potent zijn. De LD50 zit in de microgrammen. Als we dit vergelijken met
onze bestrijdingsmiddelen zijn dieren veel beter in het ontwikkelen van
gif. De LD50 is echter in muizen of ratten bepaald en is misschien niet zo
geschikt voor de mens, doordat dit de natuurlijke prooi is van bepaalde
giftige dieren. Het kan hierdoor dat de muis/rat meer of minder gevoelig is
voor het gif dan wij zijn. Door de evolutionaire wapenwedloop tussen
prooi en predator maakt het dus lastig.
Gif, het gif van dieren bestaat meestal niet uit 1 stof, maar is een mix van
vele stoffen. Dit mengsel bestaat uit gifstoffen, enzymen en niet-actieve
componenten. Als je precies wilt weten wat één bepaalde gifstof doet,
moet je het mengsel dus uit elkaar halen en de losse componenten apart
testen. Hiermee verlies je echter wel mogelijk synergisme. Je kan er dus
voor kiezen een heel mengsel te testen op een proefdier of alle losse componenten. Dit laatste is
voor ons eigenlijk veel interessanter, omdat we die losse componenten misschien wel als medicijnen
kunnen gebruiken. Voor de inschatting van het gevaar van het gif zal je echter het hele mengsel
moeten testen.
Schorpioenen, vormen over het algemeen niet zo’n groot risico voor de mens. Zo worden wij er in
Nederland al niet aan blootgesteld en ondanks dat alle schorpioenen venomous zijn, vormen
ongeveer 75/1000 maar een gevaar voor ons (neurotoxisch). In Mexico gaan 100-1000 mensen dood
aan schorpioenen per jaar en dat zijn met name kinderen en ouderen (zijn gevoeliger). In de meeste
gevallen levert het dus met name een pijnlijke prik en als het gif systemisch komt kan dat
cardiovasculaire problemen geven of zelfs ademhalingsverlamming (met name bij kinderen).
Schorpioen toxines, toxines die we tegenkomen in schorpioenen zijn alpha- en beta-toxines, zoals
makatoxine en bukatoxine. Zij inhiberen de inactivatie van Na+ kanalen waardoor een verlenging van
de actiepotentialen optreedt (lijkt een beetje op de pyrethroiden). Daarbij blokkeren ze de voltage-
gated K+ channels wat ook nog bijdraagt aan de toegenomen excitatie. Dit lijdt vaak tot een
verlamming waardoor de prooi makkelijk op te eten is. Hier zitten mogelijkheden in voor pesticiden,
pijnbestrijding of spier relaxanten.
Schorpioenen vormen over het algemeen dus niet een te groot risico en kunnen interessant zijn voor
de ontwikkeling van medicijnen.
Spinnen, er zijn bijna 40.000 spinnensoorten voor zover wij weten en zij zijn allemaal venomous, zelfs
de huisspinnen. Desondanks zijn er minder dan 200 doden per jaar aan spinnenbeten te danken. Dit
komt omdat onze huid als goede bescherming dient tegen spinnenbeten. Veel spinnen zijn niet in
staat om er doorheen te bijten. Er zijn dan ook maar zo’n 200 soorten die we als gevaarlijk
beschouwen. Desondanks is het wel interessant om naar het gif van de huisspin te kijken die
bijvoorbeeld wel door een vlieg of mug heen kan bijten. Veel gifstoffen van spinnen hebben een
effect op Na+, K+ of Ca2+ kanalen; neurotransmitter receptoren of cell lysis. Veel resulteren dus in
neurotoxiciteit. Als gevolg kunnen diverse symptomen zoals pijn, jeuk, spierpijn, huid necrose en
uren koorts ontstaan. In de tabel op de volgende pagina is te zien wat voor effecten bepaalde
spinnenbeten hebben: