Onderdeel 2: Het hormonale stelsel 2
Voorbereiding
Anatomie en fysiologie: Hoofdstuk 10.6 en 10.8
Interne geneeskunde: Hoofdstuk 10.3 en 10.3.1, 10.4, 10.14 en 10.15.
Leerdoelen:
1. De hormonale regeling van de bloedsuikerspiegel beschrijven.
Stijgende bloedsuikerspiegel
Homeostase (normale bloedsuikerspiegel (70-110 mg/dl)
stijgende bloedsuikerspiegel homeostase is verstoord
betacellen geven insuline af
toename snelheid van glucosetransport naar doelcel
toename snelheid van glucoseverbruik en vorming ATP
toename omzetting van glucose in glycogeen (lever, skeletspieren)
toename aminozuuropname en eiwitsynthese
toename vetsynthese (vetweefsel)
homeostase hersteld bloedsuikerspiegel daalt
Dalende bloedsuikerspiegel
Homeostase (normale bloedsuikerspiegel (70-110 mg/dl)
Dalende bloedsuikerspiegel homeostase is verstoord
Alfacellen geven glucagon af
toename afbraak van glycogeen tot glucose (lever, skeletspieren)
toename afbraak van vetten in vetzuren (vetweefsel)
toename synthese en afgifte van glucose (lever)
homeostase hersteld bloedsuikerspiegel stijgt
2. De functie van de endocriene pancreas beschrijven.
Pancreas ligt in J-vormige bocht tussen maag en proximale gedeelte van dunne darm
Pancreas is vooral een spijsverteringsorgaan exocriene cellen vormen verteringsenzymen
Cellen van endocriene pancreas liggen in groepen die eilandjes van Langerhans heten
Elk eilandje bevat verschillende celtypen
Endocriene pancreas vormt insuline en glucagon die glucosespiegel van het bloed reguleren
Belangrijkste celtypen zijn: alfacellen en betacellen
Alfacellen geven glucagon af
Betacellen geven insuline af
Als bloedsuikerspiegel boven normale homeostatisch niveau stijgt, geven bètacellen insuline af
In lever en skeletspiervezels versnelt insuline ook vorming van glycogeen
Samengevat: als er veel glucose aanwezig is, stimuleert de insuline die dor bètacellen is
afgebroken, het verbruik van glucose om groei te ondersteunen en om reserve van glycogeen
en vet te vormen
Als glucoseconcentratie onder normale homeostatische niveau daalt, gaan de alfacellen
glucagon afgeven en energiereserves worden gemobiliseerd
Skeletspieren en levercellen breken glycogeen af tot glucose, vetweefsel geven verzuren af
die andere weefsels kunnen gebruiken en eiwitten worden tot aminozuren afgebroken
Sympatische stimulering bevordert afgifte van glucagon
Glucose = energiebron voor cellen
Glucose in bloed betacellen geven insuline af naar doelcel naar …
Voorbereiding
Anatomie en fysiologie: Hoofdstuk 10.6 en 10.8
Interne geneeskunde: Hoofdstuk 10.3 en 10.3.1, 10.4, 10.14 en 10.15.
Leerdoelen:
1. De hormonale regeling van de bloedsuikerspiegel beschrijven.
Stijgende bloedsuikerspiegel
Homeostase (normale bloedsuikerspiegel (70-110 mg/dl)
stijgende bloedsuikerspiegel homeostase is verstoord
betacellen geven insuline af
toename snelheid van glucosetransport naar doelcel
toename snelheid van glucoseverbruik en vorming ATP
toename omzetting van glucose in glycogeen (lever, skeletspieren)
toename aminozuuropname en eiwitsynthese
toename vetsynthese (vetweefsel)
homeostase hersteld bloedsuikerspiegel daalt
Dalende bloedsuikerspiegel
Homeostase (normale bloedsuikerspiegel (70-110 mg/dl)
Dalende bloedsuikerspiegel homeostase is verstoord
Alfacellen geven glucagon af
toename afbraak van glycogeen tot glucose (lever, skeletspieren)
toename afbraak van vetten in vetzuren (vetweefsel)
toename synthese en afgifte van glucose (lever)
homeostase hersteld bloedsuikerspiegel stijgt
2. De functie van de endocriene pancreas beschrijven.
Pancreas ligt in J-vormige bocht tussen maag en proximale gedeelte van dunne darm
Pancreas is vooral een spijsverteringsorgaan exocriene cellen vormen verteringsenzymen
Cellen van endocriene pancreas liggen in groepen die eilandjes van Langerhans heten
Elk eilandje bevat verschillende celtypen
Endocriene pancreas vormt insuline en glucagon die glucosespiegel van het bloed reguleren
Belangrijkste celtypen zijn: alfacellen en betacellen
Alfacellen geven glucagon af
Betacellen geven insuline af
Als bloedsuikerspiegel boven normale homeostatisch niveau stijgt, geven bètacellen insuline af
In lever en skeletspiervezels versnelt insuline ook vorming van glycogeen
Samengevat: als er veel glucose aanwezig is, stimuleert de insuline die dor bètacellen is
afgebroken, het verbruik van glucose om groei te ondersteunen en om reserve van glycogeen
en vet te vormen
Als glucoseconcentratie onder normale homeostatische niveau daalt, gaan de alfacellen
glucagon afgeven en energiereserves worden gemobiliseerd
Skeletspieren en levercellen breken glycogeen af tot glucose, vetweefsel geven verzuren af
die andere weefsels kunnen gebruiken en eiwitten worden tot aminozuren afgebroken
Sympatische stimulering bevordert afgifte van glucagon
Glucose = energiebron voor cellen
Glucose in bloed betacellen geven insuline af naar doelcel naar …