B1
Alle informatie uit deze samenvatting is gebaseerd op de diavoorstellingen van de
lessen van Blok B1 van 2017-2018
De vakken die in deze samenvatting aan bod komen: ANFY, Pathologie, Chemie, Dermatologie,
Farmacologie, KliFo, LiLa, Psychologie, Camouflage, Dermatografie, Verslag & Technologie in de Zorg.
ANFY
Les 1 – Spieren
Functie spieren
o Zorgen voor bewegingen ledematen bewegen en handelingen verrichten.
o Verzorgen posturale tonus.
o Beweging organen en vaten.
Spieren functioneren door:
o Intact skelet, aanhechtingen pezen en spieren.
o Brandstof
ATP
Glucose/glycogeen
o Energie
Vetweefsel
o Goed functionerend zenuwstelsel
o Zuurstof O2
o Goed functionerende bloedvaten/circulatie aanvoer energie/zuurstof en afvoer
afvalproducten.
Spierweefsel
o Willekeurig / somatisch / animale ZS
Dwarsgestreept spierweefsel (skelet)
o Onwillekeurig / visceraal / autonome ZS
Glad spierweefsel
Organen
vaten
Hart spierweefsel
Dwarsgestreept spierweefsel
o Spiercelsytoplasme (sarcoplasma)
o Myofibrillen (meerdere geschakelde
sarcomeren)
o Celkernen (meerdere per
spiervezel)
o Epimysium
, Fascie om hele spier.
o Perimysium
Fascie om spierbundel.
o Endomysium
Fascie om spiervezel.
1. Spier (epimysium)
2. Spierbundel (perimysium)
3. Spiervezel/cel (endomysium)
4. Myofibril/organel (sarcoplasmatisch reticulum)
5. Sarcomeer/contractie unit (van Z lijn/disc tot Z lijn)
Filamenten/eiwitten:
o Myosine (dik en donker)
Myosinekoppen moeten
actine vastpakken
o Actine (dun en licht)
Troponine
Tropomyosine
Myosinekoppen
Actine
Tropomyosine
Troponine
o Myofibrillen bestaan uit sarcomeren (eiwitketens) vormt functionele eenheid voor de
contractie van de spiervezel
o Voor activering contractie twee stoffen nodig:
Calcium-ionen (Ca): starter trekt tropomyosine aan de kant bindt zich aan
troponine.
ATP: energiebron hierdoor kunnen myosine koppen kracht leveren.
Actiepotentiaal
o Prikkelstof bij motorische zenuwcellen in neurotransmitter (acetylcholine).
o Door acetylcholine laten de poorten Na ionen door.
o Hierdoor verandert membraanpotentiaal spiercellen Ca ionen komen vrij contractie
spiercellen.
,Fases in de contractie van een spier
1. Excitatie
Actiepotentiaal
Wordt overgedragen op spiermembraan
2. Latentie
Prikkel wordt overgeragen aan sarcoplasmatisch reticulum
Afgifte calcium
3. Contractie
Door verbruikt ATP kunnen myosinekoppen kracht leveren.
Sarcomeer verkort, intussen heropname calcium.
4. Relaxatie
Calcium daalt
Repressoreffect troponine treedt weer in werking.
Spier ontspant.
Les 2 – Hormonen
Plaatje hand: teveel corticosteroïden huidatrofie.
Communicatie cellen
o Homeostase
o Snelle regulatie: zenuwstelsel.
o Langzame regulatie: endocriene stelsel.
Wat zijn hormonen
o Boodschap-stoffen.
o Signalen via bloedbaan.
Klierweefsel
o Soort epitheel dat hormonen produceert.
o Endocrien: hormonen
Hypothalamus
Hypofyse
Schildklier
Bijnieren
Ovaria / testes
Bijschildkliertjes
Pancreas / alvleesklier
o Exocrien: scheidt zijn producten af naar de buitenwereld talgklier/ zweetklier.
Pancreas
o Endocrien: vormt insuline en glucagon
o Exocrien: vormt enzymen voor spijsvertering.
Hypothalamus
o Bloeddruk
o Hartslag
o Honger
, o Dorst
o Slaap-waakritme
o Seksuele opwinding
o Lichaamstemperatuur
o Stimuleert hypofyse en bijniermerg.
o 3 mechanismen waarmee de hypothalamus andere endocriene organen reguleert:
Afgifte van regulerende hormonen om de activiteit van de hypofysevoorkwab te
reguleren.
Producten van ADH en oxytocine.
Regulering van sympathische output naar bijniermerg.
Hypofyse
o Hypothalamus stuurt hypofyse aan:
Stimulatie voorkwab door hypofyseotrope.
Achterkwab wordt door zenuwstelsel gestimuleerd.
o Hypofysevoorkwab / adenohypofyse
Directe hormonen:
Groei Hormoon
Prolactine
MSH weefsel
Hormonen die orgaan stimuleren:
TSH schildklier T3 + T4
ACTH bijnierschors cortisol
FSH ovarium / testis oestrogenen
LH ovarium / testis progestagen / testosteron
o Hypofyseachterkwab / neurohypofyse
Oxytocine
ADH / vasopressine
o Negen hormonen in totaal
Regulatiesystemen lichaam
o Regulering afscheiding hormonen:
Daling: stimulering afgifte
Stijging: remming afgifte
o Calciumhuishouding
o Glucose: insuline en glucagon
o Bloeddruk: renine
Schildklier / glandula thyreoidea
o Vlindervorm en grootste endocriene klier.
o Sterk doorbloed
o Grootste klier
o T3 = tri-joodthyroine
o T4 = thyroxine
o Jodium onmisbaar om bovenstaande hormonen te vormen.
o Hypothalamus hypofyse TSH schildklier T3+T4
o VB: T4 verhoogd TSH verlaagd hyperthyreoïdie
Thermostaat te laag afgesteld en het metabolisme is verlaagd
Vrouwen 20-40 jaar.
Gewichtsverlies ondanks gezonde eetlust.