1. De liberale, antiklerikale oppositie (pp. 46-50):
Verzet tegen: machtsblok kerk, grondadel, kooplieden-ondernemers, vorst
Voelbaar/toenemend
Verscheidene fabrikanten, reders, groothandelaars, industriëlen en bankiers tekenden verzet aan
tegen gevoerde politiek (m.b.t. economie)
Middenklasse: tendens tot oppositie
≠ uitgangspunten MAAR 1 overvleugelend oppositiepunt:
Verzetsgroepen hadden gelijke tegenstrever: Kerk
Mensen die totale economische vrijheid nastreven ó klerikale blok (want kerk
steunde op grootgrondbezit/huisindustrie)
Democraten/voorstanders laïciserende maatregelen ó klerikale blok
Onafhankelijkheidsstreven burgerij ó kerkelijk gezag:
- Burgers duldden geen kerkelijke controle in hun politieke optreden
- Burgers wensten niet langer bevoogd te worden op maatschappelijke gebieden
die niet direct verband hielden met godsdienst
à ook enkele grootgrondbezitters waarbij er al antiklerikale traditie bestond
Frontvorming tussen groepen duurde lang
Orangisme= verzamelnaam voor gedachtegoed van beweging die na Belgische opstand trouw bleef
aan Willem I en bleef ijveren voor herstel v/h VKN (met name v óór erkenning v België als staat
door Nederland (1839)
Orangistische burgerij:
Voerde eigen strijd tegen nieuwe staat
Antiklerikalisme = stroming die zich keert tegen invloed/machtspositie v/d kerk (op vlak van politiek,
onderwijs, openbaar leven,..)
Na 1839:
Unionisme (= unie van liberalen en katholieken die in verzet gingen tegen regering van
Willem I) was niet langer noodzaak => 3 groepen zoeken toenadering naar elkaar:
Orangisten zochten antiklerikale geloofsgenoten op (versterken liberale beweging)
Sociaal-conservatieven wilde macht laten uithollen door aan lagere
bevolkingsgroepen medezeggenschap te verlenen
à Beide behoren tot rechtervleugel
Ontstaan meningsverschillen onder burgers m.b.t/ sociaal probleem
Linkervleugel:
Uit humanitaire/rationele overwegingen wilden ze:
Censuskiezers (via zeer geleidelijke uitbreiding)
Bestaande toestand verhelpen (via maatregelen ter verzachting v/h lot v/d
verdrukte arbeidersklasse)
, Zagen gevaar in dat onderdrukte arbeiders op lange termijn gevaar vormden voor mpij
Progressieve houding
Veel mensen kozen rechtervleugel (want denken moest in handelen worden omgezet)
Antiklerikale beweging:
Telde leden die zekere affiniteit hadden met democraten
Stonden open voor toetreding radicalen tot oppositieblok
1839-1842: oppositieblok vormde zich om tot partij
Ontbrak wel aan organisatievermogen dat haar de nodige verkiezingssuccessen kon brengen
1834: oppositie richt VUB OP (stichting KUL beantwoorden => oppositie trad voor eerst naar buiten)
1839: wordt gewerkt aan opbouw permanent functionerend partijapparaat
Verscheidene lokale kiesverenigingen groeiden uit tot partijafdelingen
1846: partijafdelingen werden samengebracht in federatief verband via Liberale Congres in BXL =>
bezorgde beweging bindend partijprogramma
Verklaring evolutie ongeorganiseerde/verdeelde oppositiegroep naar permanent/hecht
partijapparaat:
Beweging beschikte over kundige leiders v/h type organisator die niet bevreesd waren om
openlijk de strijd aan te binden (VB: P-Tr. Verhaegen)
Steun van loges (= verenigingen die trefpunten waren geweest v/d voorstanders v/d
lekenstaat) en politisering vrijmetselarij:
- 1838: nieuwe veroordeling van deze organisaties door BE bisschoppen
betekende begin van algehele identificatie tussen maçonnerie-antiklerikalisme
en dus verdere inschakelingen van loges in verkiezingstijd)
- L’alliance (=kiesvereniging opgericht door Brusselse werkplaatsen) legde
grondslagen voor partijen in steden zonder loges à zorgde voor overkoepelende
structuur
=> Konden voortbouwen op bestaande organisatie en zo partijapparaat oprichten
Coalitie met antiklerikale organisten (algemeen verschijnsel sinds 1939)
- 1841: democraten traden toe tot oppositiepartij
- Radicale jongeren traden toe tot kiesverenigingen (vervulden propagandawerk)
- Stichting kiescomités à uitbouw partijpers
Antiklerikalen slaagden erin een aan de stedelijke kiezer aangepaste politieke organisatie op
te richten (à boekte verkiezingsoverwinningen)
1845: antiklerikale doorbraak n parlement door verkiezingen
Wel niet doorslaggevend genoeg om vorst van zijn unionistische; centrumrechtse kabinetten
te doen afzien
1847: regering- De Theux kon na liberale verkiezingsoverwinning niet langer standhouden =>
conservatieve krachten verplicht te praten met liberalen
Doorbraak liberalen