100% satisfaction guarantee Immediately available after payment Both online and in PDF No strings attached 4.2 TrustPilot
logo-home
Manual

NIP antwoordschema's week 6 & 7 Beethoven

Rating
2.3
(3)
Sold
2
Pages
11
Uploaded on
20-02-2019
Written in
2018/2019

Tentamens maken is een kunst: veel studenten weten het antwoord wel, maar slepen niet alle punten binnen. Met deze antwoordschema’s leer je zowel hoe je de tentamenvragen moet beantwoorden, als de kernstof van het vak. Elk belangrijk leerstuk van het vak wordt besproken in een antwoordschema met: - Eerst een algemene inleiding (wat is het juridische leerstuk, welke wetgeving en jurisprudentie e.d. zijn van belang); - Dan de toepassing (toepassen van de vereisten uit de wetgeving en jurisprudentie op alle mogelijke varianten van het leerstuk, niet slechts de variant die in de werkgroepopdrachten stond); - Ten slotte een conclusie (ja, het was moord / nee, er was geen onrechtmatige daad etc.). Als je je tentamenvragen beantwoordt zoals in de antwoordschema’s staat, sleep je alle punten binnen en heb je de kunst van het tentamens maken onder de knie. De thema's die worden behandeld zijn: bewijslastverdelingen, bewijsvergaring, bewijsmiddelen, internationale bewijsvergaring (discovery), massaschadezaken, collectieve acties, EU collective redress en WCAM. Nationaal en internationaal procederen (NIP), Erasmus Universiteit Rotterdam, master Privaatrecht

Show more Read less
Institution
Course









Whoops! We can’t load your doc right now. Try again or contact support.

Written for

Institution
Study
Course

Document information

Uploaded on
February 20, 2019
Number of pages
11
Written in
2018/2019
Type
Manual
Contains
Antwoordschema\'s

Subjects

Content preview

NATIONAAL &
INTERNATIONAAL
PROCEDEREN
*LS = Lidstaat van de EU
*OVK = overeenkomst
*OD = onrechtmatige daad
*HFKV = Haags Forumkeuze Verdrag
*i.b. = in beginsel
*HvJ-EU = Hof van Justitie van de Europese Unie
*EVRM = Europees Verdrag van de Rechten van de Mens
*h.b. = hoger beroep



Week 6 – Bewijslastverdelingen, -vergaring, -middelen
en internationale bewijsvergaring (discovery)

Wie stelt, die bewijst
1. Inleiding: De eiser wil iets, heeft een vordering (bv. 5000,- euro). Om die vordering te
onderbouwen, stelt de eiser enkele feiten (bv. ik heb aan X € 5.000,- geleend). Op hun
beurt, moeten de stellingen zijn onderbouwd, willen ze de rechter kunnen overtuigen. De
rechter is immers vrij om te oordelen over het bewijs en de gestelde feiten (art. 152 Rv).
De gedaagde staat ook niet machteloos en kan op twee wijzen reageren:
- a) met een betwisting van de gestelde feiten door de eiser (bv. Het was helemaal
geen lening maar een schenking) en/of
- b) met een eigen verweer. Het verweer houdt in dat hij een tegenargument heeft
op basis van de wet (bv. Zelfs als het een lening is, dan is de lening verjaard).
De rechter moet vervolgens de balans op maken: heeft de eiser voldoende gesteld en heeft
de gedaagde voldoende betwist? Als een stelling voldoende onderbouwd is en onvoldoende
betwist, dan is het gestelde feit (de stelling) een vaststaand feit. Alleen vaststaande feiten
vormen de grondslag van de rechterlijke beslissing (uitspraak). De rechter is lijdelijk, maar
mag de vordering afwijzen bij onvoldoende onderbouwing en toewijzen bij onvoldoende
betwisting (art. 149 Rv). Als het eindigt in een gelijkspel, gaan we van de stelfase naar de
bewijsfase: de eiser krijgt de kans om zijn stellingen te bewijzen (art. 150 Rv). De
gedaagde hoeft niet de betwistingen te bewijzen (~Ongeluk St. Oedenrode). Als de
gedaagde een verweer heeft gevoerd, krijgt de gedaagde de kans om de stellingen ten
grondslag van dat verweer te bewijzen. De gedaagde moet namelijk de stellingen die het
fundament vormen van zijn verweer bewijzen, omdat zijn verweer de vordering van de
eiser kan blokkeren (~Kroymans/Verploegen). Na de bewijsfase maakt de rechter opnieuw
de balans op: welke gestelde feiten zijn vaststaande feiten geworden? Welke
rechtsgevolgen moeten daaraan worden verbonden (bv. de vordering is wel of niet
verjaard)? En ten slotte: moet de vordering worden toe- of afgewezen?

, N.B. Feiten van algemene bekendheid behoeven geen bewijs (art. 149 Rv).
N.B. Er bestaat een processuele waarheid: partijen bepalen de feiten. Als een partij stelt
dat olifanten paars zijn en dat de andere partij dat niet/onvoldoende betwist, dan is het
een vaststaand feit.
N.B. In de dagvaarding of in de conclusie van antwoord kan een partij een bewijsaanbod
doen: ‘Ik meen dat o.g.v. art. 150 Rv de andere partij de bewijslast heeft, mocht u toch
menen dat ik de bewijslast heb, dan biedt ik X en Y aan als bewijs.’
~HR Bewijsaanbod in hoger beroep: Een bewijsaanbod in hoger beroep dient voldoende
specifiek en ter zake dienend te zijn.
N.B. De bewijslast uit art. 150 Rv wordt in uitzonderlijke gevallen omgedraaid: wegens een
bijzondere regel (~Zandvliet/Vlielander: de pseudo-gevolmachtigde moet de toereikende
volmacht bewijzen, anders moet de derde een negatief feit bewijzen) of strijd met de
redelijkheid en billijkheid (~HR Bewijslastomkering: Notaris die zijn vrouw genaaid heeft
met het veranderen van de huwelijkse voorwaarden moet bewijzen dat zijn vrouw de
strekking en gevolgen kon overzien). Bewijslastomkering vanwege strijd met redelijkheid
en billijkheid is zeer zeldzaam; slechts bewijsnood is onvoldoende.
N.B. Groningse massaschade  art. 6:177a BW: bewijsvermoeden. Eiser moet nog steeds
bewijzen, gedaagde moet tegenbewijs leveren.
2. Toepassing
Wie doet wat Andere partij Uitslag Bewijsfase?
Eiser heeft zijn Gedaagde betwist Gestelde feiten door Nee
stellingen (t.b.v. zijn niet/onvoldoende eiser = vaststaande
vordering) voldoende feiten
onderbouwd
Eiser heeft zijn Gedaagde betwist Gelijk spel Ja  eiser moet
stellingen (t.b.v. zijn voldoende gestelde feiten
vordering) voldoende bewijzen
onderbouwd
Eiser heeft stellingen Gedaagde betwist Gestelde feiten ≠ Nee
(t.b.v. zijn vordering) voldoende vaststaande feiten
onvoldoende
onderbouwd
Gedaagde heeft Eiser betwist Gelijkspel Ja  gedaagde
stellingen (t.b.v. zijn voldoende moet gestelde
verweer) voldoende feiten bewijzen
onderbouwd



Wat Inhoud Bewijs Rechtsgevolg
Verweer De partij voert De feiten die het Af- of toewijzing van de
een fundament van het vordering.
tegenargument verweer vormen,
aan op grond moeten worden
van de wet. bewezen.
Betwisting De partij stelt Diegene die stelt, moet Gesteld feit  (niet)
dat de feiten die stelling bewijzen. vaststaand feit.
anders zijn. Diegene die betwist,
hoeft zijn betwisting
niet te bewijzen.
3. Conclusie
$3.60
Get access to the full document:
Purchased by 2 students

100% satisfaction guarantee
Immediately available after payment
Both online and in PDF
No strings attached

Reviews from verified buyers

Showing all 3 reviews
4 year ago

5 year ago

6 year ago

2.3

3 reviews

5
0
4
0
3
2
2
0
1
1
Trustworthy reviews on Stuvia

All reviews are made by real Stuvia users after verified purchases.

Get to know the seller

Seller avatar
Reputation scores are based on the amount of documents a seller has sold for a fee and the reviews they have received for those documents. There are three levels: Bronze, Silver and Gold. The better the reputation, the more your can rely on the quality of the sellers work.
beethoven Erasmus Universiteit Rotterdam
Follow You need to be logged in order to follow users or courses
Sold
221
Member since
7 year
Number of followers
111
Documents
38
Last sold
1 year ago

Ik volg de masters Toga aan de Maas en Privaatrecht aan de EUR. Mijn bachelor rechtsgeleerdheid heb ik gehaald aan de UU bij het ULC.

3.2

43 reviews

5
8
4
10
3
15
2
3
1
7

Recently viewed by you

Why students choose Stuvia

Created by fellow students, verified by reviews

Quality you can trust: written by students who passed their tests and reviewed by others who've used these notes.

Didn't get what you expected? Choose another document

No worries! You can instantly pick a different document that better fits what you're looking for.

Pay as you like, start learning right away

No subscription, no commitments. Pay the way you're used to via credit card and download your PDF document instantly.

Student with book image

“Bought, downloaded, and aced it. It really can be that simple.”

Alisha Student

Frequently asked questions