Biologie deel 3
inleiding
anorganische stoffen organische stoffen
( koolstofbindingen)
water sachariden
minerale verbindingen lipiden
gassen proteïne
nucleïnezuren
ATP
anorganische stoffen
water in het lichaam
de gemiddelde waterinhoud bij een mens is 60%, voor een plant is dit zelfs 75%
- bij mannen ligt het percentage iets hoger dan bij vrouwen vanwege het verschil in
vetgehalte
- Om dezelfde reden neemt het watergehalte gemiddeld ook af met de leeftijd
- 60% van dat water zit in het cytoplasma van de cellen → intracellulaire water
- Het watergehalte varieert per soort weefsel: de longen bestaan bv. voor 90% uit
water, de huid voor 80% en de hersenen voor 70%
- De overige 40 procent van het totale watergehalte bevindt zich buiten de cellen →
intercellulaire water
welke functies vervult water in ons lichaam?
1)transportmiddel voor veel stoffen
- bloed, plantensappen en lymfe vervoeren vitamines, mineralen … naar de cellen en
voeren afvalproducten zoals C02 terug af naar de nieren
- water verzorgt de doorstroming van de organen
2)reagens
- water is een belangrijke reagens bij chemische reacties in de cel: zonder water
kunnen o.a. eiwitten en vetten niet worden afgebroken
- het neemt deel aan chemische reacties
,3)oplosmiddel voor veel stoffen
- Door zijn polaire eigenschap is het een geschikt milieu waarin chemische reacties in
en buiten de cel gebeuren
- Veel chemische reacties gaan pas door als de stoffen in oplossing zijn gebracht
- Speeksel en andere verteringssappen kunnen het opgenomen voedsel makkelijk in
suspensie brengen zodat de verteringsenzymen er optimaal op kunnen inwerken
4)osmotische waarde
- Teveel of te weinig water verandert de concentratie van de opgeloste stoffen
- Hierdoor verandert de osmotische waarde van de weefsels en gaat vocht zich
verplaatsen
- Hersencellen bv. zijn hier erg gevoelig voor zodat al snel neurologische symptomen
ontstaan
- Voorbeelden zijn duizeligheid, verwardheid, sufheid en hoofdpijn
- Uiteindelijk komen vele essentiële processen in het gedrang en kan de dood volgen
- ook een watervergiftiging kan dodelijk zijn: als je te veel water drinkt →
zouten en eiwitten worden te sterk verdund, zodat de chemische reacties
verstoord zijn
5)het regelt de bloeddruk
- Een bloeddrukverlager bevat vaak een waterafdrijvend middel
6)warmteregulator voor het lichaam
- Via verdamping via het huidoppervlak en de mond wordt overtollige warmte
afgevoerd na een zware inspanning of bij zeer hoge temperaturen
- Ook bij bepaalde chemische reacties in het lichaam wordt warmte gevormd. Door de
lichaamsvloeistoffen wordt deze gelijkmatig verdeeld
7)Water is een belangrijke component van gewrichtssmeer
- Die zorgt ervoor dat botten soepel kunnen bewegen
8)bescherming tegen schokken
- De hersenen, de ogen, het ruggenmerg en de foetus zijn hier voorbeelden van
, gassen
zuurstofgas
- Zuurstofgas wordt geproduceerd tijdens het fotosyntheseproces
- Via de longen nemen we zuurstofgas op in het lichaam
- O2 is een apolaire molecule en is dus slecht oplosbaar in water →
Slechts 2% van de opgenomen zuurstof wordt opgelost in het
bloedplasma
- De O2-moleculen kunnen migreren doorheen een celmembraan
- De overige 98% O2 wordt via de longblaasjes opgenomen in de fijne
bloedvaatjes en gebonden aan hemoglobine in de rode bloedcellen → Zo
ontstaat oxyhemoglobine
- De rode bloedcellen vervoeren de gebonden zuurstof naar alle delen van het
lichaam
- In de fijnste bloedvaatjes wordt de zuurstof weer vrijgezet
- In de spiercellen neemt myoglobine de zuurstof over
inleiding
anorganische stoffen organische stoffen
( koolstofbindingen)
water sachariden
minerale verbindingen lipiden
gassen proteïne
nucleïnezuren
ATP
anorganische stoffen
water in het lichaam
de gemiddelde waterinhoud bij een mens is 60%, voor een plant is dit zelfs 75%
- bij mannen ligt het percentage iets hoger dan bij vrouwen vanwege het verschil in
vetgehalte
- Om dezelfde reden neemt het watergehalte gemiddeld ook af met de leeftijd
- 60% van dat water zit in het cytoplasma van de cellen → intracellulaire water
- Het watergehalte varieert per soort weefsel: de longen bestaan bv. voor 90% uit
water, de huid voor 80% en de hersenen voor 70%
- De overige 40 procent van het totale watergehalte bevindt zich buiten de cellen →
intercellulaire water
welke functies vervult water in ons lichaam?
1)transportmiddel voor veel stoffen
- bloed, plantensappen en lymfe vervoeren vitamines, mineralen … naar de cellen en
voeren afvalproducten zoals C02 terug af naar de nieren
- water verzorgt de doorstroming van de organen
2)reagens
- water is een belangrijke reagens bij chemische reacties in de cel: zonder water
kunnen o.a. eiwitten en vetten niet worden afgebroken
- het neemt deel aan chemische reacties
,3)oplosmiddel voor veel stoffen
- Door zijn polaire eigenschap is het een geschikt milieu waarin chemische reacties in
en buiten de cel gebeuren
- Veel chemische reacties gaan pas door als de stoffen in oplossing zijn gebracht
- Speeksel en andere verteringssappen kunnen het opgenomen voedsel makkelijk in
suspensie brengen zodat de verteringsenzymen er optimaal op kunnen inwerken
4)osmotische waarde
- Teveel of te weinig water verandert de concentratie van de opgeloste stoffen
- Hierdoor verandert de osmotische waarde van de weefsels en gaat vocht zich
verplaatsen
- Hersencellen bv. zijn hier erg gevoelig voor zodat al snel neurologische symptomen
ontstaan
- Voorbeelden zijn duizeligheid, verwardheid, sufheid en hoofdpijn
- Uiteindelijk komen vele essentiële processen in het gedrang en kan de dood volgen
- ook een watervergiftiging kan dodelijk zijn: als je te veel water drinkt →
zouten en eiwitten worden te sterk verdund, zodat de chemische reacties
verstoord zijn
5)het regelt de bloeddruk
- Een bloeddrukverlager bevat vaak een waterafdrijvend middel
6)warmteregulator voor het lichaam
- Via verdamping via het huidoppervlak en de mond wordt overtollige warmte
afgevoerd na een zware inspanning of bij zeer hoge temperaturen
- Ook bij bepaalde chemische reacties in het lichaam wordt warmte gevormd. Door de
lichaamsvloeistoffen wordt deze gelijkmatig verdeeld
7)Water is een belangrijke component van gewrichtssmeer
- Die zorgt ervoor dat botten soepel kunnen bewegen
8)bescherming tegen schokken
- De hersenen, de ogen, het ruggenmerg en de foetus zijn hier voorbeelden van
, gassen
zuurstofgas
- Zuurstofgas wordt geproduceerd tijdens het fotosyntheseproces
- Via de longen nemen we zuurstofgas op in het lichaam
- O2 is een apolaire molecule en is dus slecht oplosbaar in water →
Slechts 2% van de opgenomen zuurstof wordt opgelost in het
bloedplasma
- De O2-moleculen kunnen migreren doorheen een celmembraan
- De overige 98% O2 wordt via de longblaasjes opgenomen in de fijne
bloedvaatjes en gebonden aan hemoglobine in de rode bloedcellen → Zo
ontstaat oxyhemoglobine
- De rode bloedcellen vervoeren de gebonden zuurstof naar alle delen van het
lichaam
- In de fijnste bloedvaatjes wordt de zuurstof weer vrijgezet
- In de spiercellen neemt myoglobine de zuurstof over