INTERNATIONAAL
PROCEDEREN
*LS = Lidstaat van de EU
*OVK = overeenkomst
*OD = onrechtmatige daad
*HFKV = Haags Forumkeuze Verdrag
*i.b. = in beginsel
*HvJ-EU = Hof van Justitie van de Europese Unie
*EVRM = Europees Verdrag van de Rechten van de Mens
*h.b. = hoger beroep
, Week 2 – Erkenning en tenuitvoerlegging,
nationaal en internationaal & Week 3 –
Conservatoir beslag, derdenbeslag en bankbeslag
Erkenning & tenuitvoerlegging: mijn uitspraak is jouw
uitspraak | De mega-editie
1. Inleiding: De derde IPR-vraag betreft erkenning & tenuitvoerlegging. Dit
speelt aan het einde van een procedure met een IPR-component. Bij erkenning
wordt er rechtskracht toegekend aan de door de rechterlijke beslissing ontstane
rechtstoestand en rechtsverhouding. Dit is vooral relevant bij declaratoire
(rechter verklaart wat rechtens is) en constitutieve (rechter vernietigt een
rechtsbetrekking of schept juist een rechtstoestand (na kracht van gewijsde))
vonnissen. Bij tenuitvoerlegging worden (dwang)maatregelen genomen om door
de rechterlijke beslissing ontstane verplichtingen af te dwingen. Dit is vooral
relevant bij condemnatoire (veroordelende) vonnissen. Vanwege de
soevereiniteit van staten bestaat er geen internationale verplichting om
buitenlandse rechterlijke beslissingen te erkennen en ten uitvoer te leggen. In de
EU-context zijn er wel vanuit het beginsel van wederkerigheid (reciprociteit) er
wel verplichtingen om buitenlandse (=EU) rechterlijke beslissingen te erkennen
en ten uitvoer te leggen, mits aan een aantal voorwaarden is voldaan en de
weigeringsgronden geen roet in het eten gooien. Hiervoor moet je zijn in Brussel
I-bis. Landen die het HFKV hebben geratifceerd (EU-landen, plus Mexico,
Singapore, Montenegro en Denemarken), zijn gebonden aan de regels over
erkenning en tenuitvoerlegging in dat verdrag. Brussel I-bis gaat voor, zie art. 26
HFKV. Mocht zowel Brussel I-bis als het HFKV niet van toepassing zijn, biedt het
nationale recht nog redding. Kortom, er zijn drie bronnen: verdragen (zoals HFKV,
kan ook bilateraal of multilateraal), EU-recht (bv. Brussel I-bis en de
Erfrechtverordening) en het nationale recht fungeert als vangnet.
Staten zijn vaak wel geneigd om buitenlandse rechterlijke beslissingen ten
uitvoer te leggen, vanwege comity (respect voor macht buitenlandse staten en
gerechten) en obligation (rechtskracht geven aan het contract tussen partijen).
Vaak volgt er dan een exequaturprocedure (uitvoerbaarverklaring van
buitenlands vonnis) of moet er een nieuwe procedure worden gevoerd o.b.v. het
buitenlandse vonnis (in NL: zie 431 Rv).
Algemene vereisten die worden gesteld aan het erkennen en het
tenuitvoerleggen van het buitenlandse vonnis zijn:
- due process (art. 6 EVRM), geen fraude;
- geen strijd openbare orde (zowel materieel, inhoudelijk als formeel,
procedureel);
- niet onverenigbaar met bestaand vonnis (in aangesproken land,
oorspronkelijke land of litispendentie);
- rechtsmacht van gerecht van oorsprong in orde (daar is het vonnis ook
uitvoerbaar);
- wederkerigheid (vanuit comity).
Toekomstmuziek: men is nu bezig met The Hague Judgement Project dat als doel
heeft om een wereldwijd executieverdrag op te stellen. Het is beperkt tot
erkenning & tenuitvoerlegging van het HFKV. Hete aardappels als IE-recht