2019
EXAMENVRAGEN: 2018-2019
DEMENTIE
1. Welk van deze is geen medicate voor alzheimer
a) Galantamine
b) Donepezil
c) Rivastgmine
d) Paracetamol
2. Wat is de hoeksteen van de medicamenteuzebehandeling van Alzheimer?
A: Acetylcholinestraseinhibitors
B: Beta amyloid klievers
C: Cholinestrase
D: Domperidone
3. Wat past niet bij frontale kwab demente
a) Decorumverlies
b) Apathie
c) Hypergroaliteit
d) Relatee behoud van uitvoerende eunctes
4. Wat past er niet bij de criteria van froto-temporale demente
a) achteruitgang van sociaal gedrag
b) stoornis in regulate van persoonlijk gedrag
c) emotonele vervlakking
d) verlies aan zinzicht
e) acuut geheugenverlies
5. Welke medicate wordt vaak toegediend gedragsproblemen met ontremde wanen en hallucinates
a) Neuroleptca
6. Wat past er niet bij een DLBD:
a) disexecutef syndroom
b) rigiditeit
c) visuele hallucinates
d) wite stoepathologie
, PARKINSON
7. Bij een Parkinson demente kunnen we NIET aantrefen
a) een dysexecutef frontaal syndroom
b) rigiditeit
c) wanen en hallucinates
d) vooral korte termijn geheugen problemen
8. Bij een extra piramidaal syndroom met ene vertcale blik verlamming denk je aan
a) ziekte van Huntngton
b) ziekte van Alzheimer
c) PSP: progressieve supranucleaire Paralyse
d) lewy body disease
9. Een alien Limb fenomeen zien we typisch bij
a) SP: progressieve supranucleaire Paralyse
b) lewy body disease
c) CBD: cortci basale degenerate
d) ziekte van Huntngton
10. Een difuse lewy dody disease kenmerkt zich NIET door
a) extra piramidaal syndroom
b) visuele hallucinates
c) alien limb eenomeen
d) overgevoeligheid aan euroleptca
11. Welk ziektebeeld kenmerkt zich door een extrapiramidaal syndroom (EPS), cerebellaire en piramidale
verschijnselen
a) M. Hunington
b) defuse lewy body disease
c) OPCA: olivopontocerebellaire atrofe
d) oligapandacerebrale amyloidose
12. Bij een essentile tremor hebben mensen vooral last van
a) hallucinate
b) rigiditeit
c) houdings en intentetremor
d) rust tremor
EPILEPSIE
13. Wat het verschil tussen een complex partile aanval en een absence epilepsie? Omcirkel wat niet juist
is
a) Bij een absence epilepsie is er een verstoring van het bewustzijn en bij een complex partile aanval
ook
b) Bij een absence epilepsie zien we gegeneraliseerde ontladingen op het EEG, bij een complex partile
zien we focale ontladingen
c) Een absence epilepsie kan gepaard gaan met schokken terwijl een complex partile aanval niet
gepaard gaat met schokken
d) Een absence epilepsie komt typisch bij kinderen voor
e) Een complex partile aanval dient altjd overwogen te worden in geval van geheugenproblemen
CVA