100% satisfaction guarantee Immediately available after payment Both online and in PDF No strings attached 4.6 TrustPilot
logo-home
Summary

Samenvatting Hoofdstuk 11 - Het speelveld, de spelregels en de spelers

Rating
-
Sold
-
Pages
16
Uploaded on
20-12-2018
Written in
2017/2018

Samenvatting van H11 van het boek Het speelveld, de spelregels en de spelers

Institution
Course










Whoops! We can’t load your doc right now. Try again or contact support.

Connected book

Written for

Institution
Study
Course

Document information

Summarized whole book?
No
Which chapters are summarized?
Hoofdstuk 11
Uploaded on
December 20, 2018
Number of pages
16
Written in
2017/2018
Type
Summary

Subjects

Content preview

Hoofdstuk 11 – Sociologen over sociale klassen: twee voorvaders,
drie tradities

Voorvaders: Marx en Weber
- Ontdekten sociale ongelijkheid en sociale klassen als cruciaal vraagstuk van de
moderne samenleving
- Uitvinders van de sociologische denkkaders om die fenomenen te begrijpen en te
verklaren

Hedendaagse sociologen mixen meestal Marx en Weber in hun model en voegen daar
functionalisme aan toe wanneer ze empirisch onderzoek doen

Perspectief dat overweegt: neoweberiaans
- Voorloper: Dahrendorf  social classes in an industrial society
- Recentere auteurs: Anthony Giddens, Frank Parkin, John Goldthorpe, Michael Mann
en Pierre Bourdieu

Neomarxistische interpraties
- Alain Touraine  focuste op de ontwikkelingen in de postindustriële samenleving.
- Hoewel arbeid aan kwaliteit verliest door de automatisering kan die toch uitmonden in
het herstel van de oorspronkelijke verhouding tussen mens en arbeid.
- Neomarxistische interpretaties kregen veel aandacht met de opkomst van de cultural
studies: die onderscheidt zich vooral door haar nadruk op de culturele factoren bij de
analyse van het klassenlidmaatschap

11.1 – Sociale klassen, een kwestie van productieverhoudingen? Marx
Sociale klassen zijn voor Marx groepen waarvan de maatschappelijk positie wordt bepaald
door hun relatie tot de productiemiddelen.

Naargelang van de productiewijze zullen deze klassen verschillen, omdat het om andere
productiemiddelen gaat

De twee hoofdklassen in het kapitalisme zijn voor Marx:
1. Burgerij, de bezittende klasse
2. Proletariaat, de bezitloze klasse; proles hebben immers enkel hun kinderen als
kapitaal
- Deze klassen staan in een antagonistische relatie met elkaar

Uitbuiting volgens Marx: gaat om een economisch concept; het toe-eigenen door de
kapitaalbezitters van de meerwaarde die door de arbeiders wordt geproduceerd
- Marx ging ervan uit dat waarde enkel uit arbeid kan voorkomen

In een kapitalistische eocnomie moeten arbeiders als ze geen kapitaal bezitten, zich als
arbeidskracht op de markt aanbieden. Wat ze voor hun arbeid aan loon uitbetaald krijgen ligt
lager dan de meerwaarde, de waardevermeerdering die de arbeiders toevoegen aan hun
product, die ze produceren
- Uitbuitingsrelatie zorgt voor een verhouding van een zero-sum-game tussen de beide
klassen

Zero sum game: de winst van de ene partij is het verlies van de andere partij; de twee
partijen kunnen door samen te werken er nooit allebei beter van worden

Van Klasse-an-sich naar Klasse-für-sich

,Drie stadia in de wording van klassen in de kapitalistische maatschappij:
1. Strijd tussen de individuele kapitalist en individuele arbeider
- Thuisarbeid overheerst nog. Door dit isolement kunnen ze de eigen toestand niet
vergelijken, ze zijn zich enkel bewust van hun afhankelijkheid ten aanzien van de
handelaar-ondernemer
2. Strijd tussen de Klassen-an-sich
- Gekenmerkt door een gemeenschappelijke toestand inzak het bezit van de
productiemiddelen, door gemeenschappelijke sociaaleconomische omstandigheden,
maar ook al door de neiging tot gemeenschappelijke gedragspatronen
- Relatief statistisch gegeven: het is de klasse zonder dat ze tot leven is gekomen,
zonder dat ze zich bewust is van de historische rol die ze te vervullen heeft. = sociale
categorie
3. Strijd tussen de Klassen-für-sich
- Hier wordt de toestand als gegevenheid overstegen door de bewustwording ervan.
- Het is de klasse in haar materieel aanwijsbare contouren plus het klassenbewustzijn

Voorwaarden waaronder een toestandsklasse zich tot een mentaliteitsklasse kan
ontwikkelen – Anderson:
1. Leden van toestandsklasse moeten een bewustzijn van gemeenschappelijke
deprivatie ontwikkelen. Op basis daarvan moet een belangenconflict met een andere
klasse ontstaan
2. Mogelijkheden aanwezig zijn voor onderlinge interactie binnen die toestandsklasse;
daartoe zijn open communicatiekanalen nodig
3. Klassenbewustzijn komt ten volle tot rijping wanneer de leden van een klasse zich
organiseren in een politieke beweging of partij

Brugerij heeft tijdens het kapitalisme al een klassenbewustzijn ontwikkeld, zich al
geconstitueerd tot een politieke partij en een eigen ideologie ontworpen. Wat haar nog te
doen staat is dat alles in overeenstemming brengen met de nieuwe context van de
industriële samenleving

Illustratie – Belgische politieke geschiedenis
- 1846: op initiatief van Alliance libérale vond er in Brussel een congres plaats waar de
liberale stromingen de vorm van een politieke partij aannamen
- 1860: de eerste katholieke kiesvereniging werd opgericht; de opeenvolgende
Katholieke Congressen van Mechelen, door het episcopaat georganiseerd gaven
vorm aan een politiek programma, de basis voor een confessionele, katholieke partij
- 1885: de Belgische Werkliedenpartij ontstond, hoewel de arbeidersklasse in het
geïndustrialiseerde Wallonië zich daarvoor al tot het socialisme had bekeerd

Meervoudige klassenschema’s en sociale lagen

Marx’ meervoudige klassenindelingen zijn in hoge mate beschrijvend. Ze bevatten een mix
van criteria: naast de relatie tot de productiefactoren spelen ook maatschappelijke functies
en status een rol

Marx onderscheidt 8 klassen: feodale adel, burgerij, kleine burgerij, grote en middelgrote
boeren, kleine boeren (vrijen), lijfeigenen, landarbeiders en industriearbeiders
- Revolution und Kanterrevolution in Deutschland

In Die Klassenkämpfe in Frankreich zijn er 7 klassen: financiële burgerij, industriële burgerij,
handelsburgerij, kleine burgerij, landbouwers, proletariaat, lompenproletariaat

,  In dezelfde periode komen er dus verschillende klassenstructuren voor in twee
landen  reden is dat ze zich in een verschillend ontwikkelingsstadium van het
kapitalisme bevinden

Andere stratificatieconcepten: autonome klassenfracties, sociale categorieën, sociale lagen

Een sociale laag onderscheidt zich van een klasse doordat ze niet in een eenduidige relatie
tot productiemiddelen staat. Ze kan worden gevormd door individuen die tot verschillende
klassen behoren
- Sociaal economische lagen: gekenmerkt door een gemeenschappelijke functie in het
productieproces

Sociale lagen duiden bepaalde randgebieden van de klassen aan die zonder dat ze
autonome sociale krachten vertegenwoordigen toch het praktische handelen van klassen
kunnen beïnvloeden

Marx ziet een sociale gelaagdheid binnen het proletariaat. De verschillende bestaansvormen
van de relatieve overbevolking leiden tot een wereld van het pauperisme, waarvan de
moderne wereld van armoede een onrustwekkende doorslagje lijkt

Relatieve overbevolking: in gunstige omstandigheden zal de productie van voedsel elke
vijfentwintig jaar aangroeien volgens een rekenkundige reeks, terwijl over dezelfde periode
de bevolking volgens een meetkundige reeks zal toenemen
- Ingrijpen overheid is nutteloos: volgens hem hebben armen geen recht op hulp van
overheid

De overbevolking was een wetmatigheid van de kapitalistische productiewijze.

Bewegende overbevolking was voor hem het gevolg van technische innovatie en
concentratie, waardoor een deel van de tewerkgestelde bevolking regelmatig wordt
ontslagen wegens de snelle veroudering van hun arbeidsrkacht

De stilstaande vorm was deel van het actieve arbeidsleger maar bestond uit personen met
een zeer onregelmatige werkgelegenheid; ze leverde een onuitputtelijk reservoir van
beschikbare arbeidskracht.

Latente overbevolking verwees naar de arbeidsreserve op het platteland, van waaruit een
voortdurende stroom naar het stedelijke proletariaat vloeide

Pauperisme: zie bladzijde 345

Waarom domineert in Marx’ werk de dichotome klassenstructuur?

Ten eerste stond de feitelijke klassenstructuur van de industrieel-kapitalistische samenleving
in zijn tijd kort bij dit binaire schema  klassenpositie en sociale positie vielen toen haast
samen

Dahrendorf: de industriële revolutie heeft niet enkel de oude strata door nieuwe vervangen,
tegelijk verdween het systeem van normen en waarden dat de pre-industriële ordening
legitimeerde

Marx ontwikkelde op basis van het klassenbegrip, een klassentheorie, een model van een
klassenmaatschappij
$4.17
Get access to the full document:

100% satisfaction guarantee
Immediately available after payment
Both online and in PDF
No strings attached

Get to know the seller
Seller avatar
rebekkakonijn
3.0
(1)

Also available in package deal

Get to know the seller

Seller avatar
rebekkakonijn Universiteit Gent
Follow You need to be logged in order to follow users or courses
Sold
7
Member since
7 year
Number of followers
4
Documents
0
Last sold
6 year ago

3.0

1 reviews

5
0
4
0
3
1
2
0
1
0

Recently viewed by you

Why students choose Stuvia

Created by fellow students, verified by reviews

Quality you can trust: written by students who passed their tests and reviewed by others who've used these notes.

Didn't get what you expected? Choose another document

No worries! You can instantly pick a different document that better fits what you're looking for.

Pay as you like, start learning right away

No subscription, no commitments. Pay the way you're used to via credit card and download your PDF document instantly.

Student with book image

“Bought, downloaded, and aced it. It really can be that simple.”

Alisha Student

Frequently asked questions