Algemeen
Leerlingen:
Kunnen centrale concepten in pedagogische theorie en praktik herkennen en deze
beschriiven aan de hand van actuele theoretsche kaders en modellen
Kunnen beschriiven hoe aspecten van opvoeding en onderwiis aan het belang van het kind
biidragen
Begriipen dat er verschillende opvatngen ziin over dat wat in het belang van het kind is
Kunnen revelante gegevens verzamelen om op grond daarvan tot een afgewogen en
beargumenteerd oordeel te komen tav het belang van het kind
Weten wat de beroepscode voor pedagogen is en waarvoor het bedoeld is
Kunnen kennis toepassen op praktsche vraagstellingen
Kunnen op beginnersniveau kritsch denken en een logisch betoog schriiven zonder spelling-
en grammatcale fouten
Kennen 4 academische kernvaardigheden (parafraseren, analyseren, synthetseren
(betekenisvol samenbrengen) van gegevens uit verschillende bronnen om iets te
ontwikkelen, op te lossen, te begriipen of verklaren) en evalueren) en deze op kunnen
beginnersniveau toepassen op teksten of situates
Week 1 ‘het belang van het kind’
Studenten:
Hebben kennis gemaakt met werkwiize, docenten en hun werkgroepleden
Hebben nagedacht over wat ‘in het belang van het kind’ kan betekenen
Defnite: In alle beslissingen moet een kind de eerste overweging ziin met als doel de beste
kwaliteit van de opvoedingsomgeving. Hierbii wordt gekeken naar beschermende en
risicofactoren in het belang van het kind (Kalverboer, 2014). Het is het principe waarin het
kind centraal staat. Belangen van Kalverboer noemen die belangen kunnen biidragen aan
een optmale ontwikkeling.
14 belangen volgens Kalverboer (BIC-model):
Fysiek welzijn
1. Adequate verzorging:
Het zorgen voor gezondheid en fysiek welbevingen (ruimte, kleding, persoonliik
eigendom, voeding, warmte en inkomen) ouders moeten geen zorgen ervaren bii deze
verzorging.
2. Veilige fysieke directe omgeving:
Het bieden van lichameliike bescherming en dus afwezigheid van gevaar in woning en
omgeving, van bedreigende toxische middelen, van mishandeling en geweld in de directe
omgeving van het kind.
Opvoeding
3. Affectief klimaat:
Geborgenheid, steun en begrip, passend bii het kind. Deze moet tot uitng komen in de
relate tussen de ouder en het kind.
4. Een ondersteunende feeiiele opvoedingsstructuur
Verschillende aspecten:
- Voldoende regelmaat in het alledaagse leven
- Aanmoediging, stimulering, geven van instructes en het stellen van realistische eisen.
- Het stellen van grenzen, het geven van regels, het geven van inzicht in en argumenten voor de
gestelde grenzen en regels.
- Het uitoefenen van controle op het gedrag van het kind
- Voldoende ruimte laten voor eigen wensen van het kind en vriiheid voor eigen inititatief en om
te experimenteren (en het leren onderhandelen over structuur)
, - Het kind kriigt niet meer verantwoordelijkheid dat hii aankan en leert zo (binnen beperkingen)
de gevolgen van zijn gedrag in te schaten.
5. Adequaat voorieeldgedrag ouder
Het kind neemt gedrag, optreden, normen en waarden van de ouder over.
6. Interesse
Het tonen van belangstelling voor het kind en ziin leefwereld door de ouder.
Gezin; toekomst en verleden
7. Continuïteit in opvoeding en verzorging, toekomstperspectief
De ouder voedt het kind zodanig op dat er gehechtheid ontstaat, waardoor het kind
basisvertrouwen heef (dat in stand wordt gehouden door de beschikbaarheid van de
ouder) en een toekomstperspectef ervaart.
Samenleving: huidige situate
8. Veilige fysieke wijdere omgeving
De buurt en de samenleving ziin veilig, geen criminaliteit, oorlogen, natuurrampen,
(bedreigende) besmeteliike ziekten etc.
9. Respect
De behoefen, wensen, gevoelens en verlangens worden serieus genomen door de
omgeving van het kind.
10. Sociaal netwerk
Er ziin diverse steunbronnen in de omgeving van het kind.
11. Educatie
Het kind kriigt scholing en opleiding en de gelegenheid tot het ontplooien van talenten.
(biiv. Sport en muziek)
12. Contact met vrienden en leefijdsgenoten
Het kind heef omgang met leefiidsgenoten, passend bii de belevingswereld en het
ontwikkelingsniveau van het kind.
13. Adequaat voorieeldgedrag in de samenleving
Het kind komt in contact met andere kinderen of volwassenen van wie hii gedrag,
optreden, normen en waarden kan overnemen.
Samenleving: toekomst en verleden
14. Staiiliteit in levensomstandigheden, toekomstperspectief
Veranderingen komen aangekondigd en zich inzichteliik voor het kind. Steunbronnen
bliiven bestaan.
Hebben inzicht in de wijze waarop de Pedagogiek een bijdrage kan leveren aan de vraag
wat in het belang van het kind is
Pedagogen doen empirisch-analytsch onderzoek. Een pedagoog propageert geen bepaalde
opvoedingswaarde (vanuit specifeke religie of levensvisie) en zet niet alleen ideeën uiteen,
maar ze toetst ze ook en brengt ze in de praktik. Zorgen dat ze in de praktik werken en
rekening houden met de werkeliikheid van kinderen en opvoeders. Hierbii staat het belang
van het kind (zie vorig leerdoel) centraal (:het welbevinden van een kind pedagogisch
criterium)
Zo goed mogeliik ontwikkelen door kennis over achtergronden, niet alleen wat de ouders
denken. Je kunt meedenken over de ‘problemen’. Dus niet een theorie voorschotelen.
Kunnen uitleggen wat kan worden verstaan onder Pedagogiek
Een ander woord voor pedagogiek is opvoedkunde. Pedagogen doen empirisch-analytsch
onderzoek. Een pedagoog propageert geen bepaalde opvoedingswaarde (vanuit specifeke
religie of levensvisie) en zet niet alleen ideeën uiteen, maar ze toetst ze ook en brengt ze in
de praktik. Zorgen dat ze in de praktik werken en rekening houden met de werkeliikheid van