TENTAMEN Beginselen strafrecht
26 maart 2014, aanvang 8.45 uur
1 Het tentamen bestaat uit 20 meerkeuzevragen en drie open vragen. Controleer voordat u
begint met antwoorden of het tentamen compleet is. U mag het opgavenformulier van de
meerkeuzevragen mee naar huis nemen. Op Blackboard zullen na afoop van het tentamen
de juiste antwoorden worden gepubliceerd.
2 De antwoorden op de meerkeuzevragen moeten worden aangegeven op het
antwoordformulier. De antwoorden op de open vragen moeten worden geschreven op het
opgavenformulier. U moet overal waar daarom wordt gevraagd uw achternaam en
studentnummer vermelden (het tentamen zal uit elkaar worden gescheurd als het wordt
nagekeken). U mag doorschrijven op de achterkant van het opgavenformulier, maar niet op
de achterkant van de vorige vraag.
3. Het maximumaantal punten per vraag wordt tussen haakjes vermeld.
4. Motveer uw antwoorden op de open vragen, zoveel mogelijk volgens de methode van
rechtsvinding.
5 Deponeer uw collegekaart zichtbaar op uw schrijfplank.
6 U mag wetenbundels en een jurisprudentebundel gebruiken, tenzij hierin andere
toevoegingen voorkomen dan onderstrepingen, markeringen, verwijzingen naar
wetsartkelen en tabblaadjes. Zelf meegebracht kladpapier mag niet worden gebruikt.
Kladpapier wordt uitgedeeld. Het is niet toegestaan andere losse papieren op uw tafel te
hebben.
,7 Mobiele telefoons moeten worden uitgeschakeld (dus niet zacht, maar uit!) en worden
opgeborgen. Zij mogen niet worden gebruikt om te kijken hoe laat het is. Het is streng
verboden met andere studenten te communiceren tjdens het tentamen.
8 U heef maximaal 2,5 uur de tjd voor de beantwoording van de vragen.
, achternaam: ......................................................................studentnr.: .............................................
1 Dave is voornemens een juwelierszaak te beroven. Hij rijdt met zijn scooter naar de
juwelierszaak toe en stapt af. Hij heef een tas bij zich waarin zich een pistool
bevindt. Zijn plan is om het pistool tevoorschijn te halen zodra hij bij de toonbank
staat en de juwelier zo te dwingen om de vitrinekasten van slot te halen. Het loopt
echter anders. De juwelier herkent Dave. Deze is al een paar keer binnen geweest en
heef toen naar de duurste juwelen gevraagd, zonder iets te kopen. Als hij ziet dat
Dave met zijn hand in zijn tas grijpt, loopt de juwelier snel door een deur naar een
ander vertrek. Hij sluit deze deur en de voordeur van de winkel elektronisch af en
waarschuwt de polite. Dave wordt ingerekend zonder juwelen te hebben
aangeraakt. In zijn tas wordt het pistool aangetrofen. Heef Dave zich schuldig
gemaakt aan een poging tot diefstal met bedreiging met geweld (art. 312)? (10
punten)
Vervolg uw antwoord op de achterkant van dit blad.