Rechtsstaat 1 Ethiek
Leerdoelen week 2:
1) Het verschil en de overeenkomst tussen grondrechten en
morele regels aangeven;
Grondrechten zijn geschreven regels en morele regels (ethiek) zijn
normen en waarden die per persoon of bepaalde groepen bepaald
zijn.
2) Beschrijven wat (intuïtieve) morele oordelen zijn;
Een moreel oordeel is een uitspraak over juist of onjuist menselijk
gedrag. Een intuïtief moreel oordeel is een oordeel dat kant en
klaar ontstaan in je bewustzijn zonder dat je erover na hoeft te
denken en voordat je erover nagedacht hebt.
3) Het verschil aangeven tussen kennen, oordelen en voelen;
- kennen: je weet dat het je mening is en je kent het standpunt
van een ander (feitelijk, objectief)
- oordelen: beoordelen of iets goed of slecht is. Je vind iets.
- Beleven: voelen of je het eens of oneens met een ander
bent. Het oordeel brengt een bepaald gevoel met zich mee.
(voelen, mening en subjectief).
4) Het verschil tussen moraal en ethiek beschrijven;
Moraal zijn alle normen en waarden in de samenleving. Zo hebben
bepaalde groepen in de samenleving ieder hun eigen moralen.
Ethiek is de studie van de moraal.
5) Het verschil en de relatie tussen morele normen, morele
waarden en deugden aangeven;
Een waarde is iets wat iemand belangrijk vind, waar je waarde aan
hecht en jouw idealen zijn en normen zijn gebaseerd op waarden,
bijv; netjes in de rij wachten (norm), omdat je geduld moet hebben
en om anderen te respecteren (waarde). Deugden zijn goede
karaktereigenschappen betreffende goed samenleven zoals
betrouwbaarheid, eerlijkheid, doorzettingsvermogen.
1
, Rechtsstaat 1 Ethiek
6) De begrippen cultuur en culturele programmering beschrijven;
In een cultuur heb je gedeelde normen en waarden en hebben
gedeelde handelingen die door cultuur bepaald zijn. Culturele
programmering is aangeleerd cultuur door opvoeding, omgang met
anderen en waarnemingen.
7) De verhouding tussen cultuur en moraal beschrijven.
Moralen zijn alle normen en waarden in de samenleving en in
verschillende culturen delen mensen dan dezelfde moralen met
elkaar. Een moraal is daarom gebaseerd en kan afhankelijk zijn
van religie of levensovertuiging (dus cultuur)
Leerdoelen week 3
1) Beschrijf wat verantwoordelijkheid betekent;
Verantwoordelijkheid betekent:
De plicht te zorgen voor iets of iemand (vooraf)
De plicht rekenschap af te leggen (achteraf)
Verantwoordelijkheid is een morele keuze uitgespreid in de tijd. Het is je
vermogen je keuzes te organiseren in de tijd en in interactie met
anderen.
2) Geef aan wat de bron van verantwoordelijkheid is;
Sommige verantwoordelijkheden zijn geregeld in de wet.
Verantwoordelijkheden die je hebt omdat de wet dit voorschrijft, noem je
aansprakelijkheid. Verantwoordelijkheden komen ook voort uit gemaakte
afspraken binnen een organisatie. Verantwoordelijkheden die uit deze
afspraken voortvloeien, noemen we taakverantwoordelijkheid.
2
Leerdoelen week 2:
1) Het verschil en de overeenkomst tussen grondrechten en
morele regels aangeven;
Grondrechten zijn geschreven regels en morele regels (ethiek) zijn
normen en waarden die per persoon of bepaalde groepen bepaald
zijn.
2) Beschrijven wat (intuïtieve) morele oordelen zijn;
Een moreel oordeel is een uitspraak over juist of onjuist menselijk
gedrag. Een intuïtief moreel oordeel is een oordeel dat kant en
klaar ontstaan in je bewustzijn zonder dat je erover na hoeft te
denken en voordat je erover nagedacht hebt.
3) Het verschil aangeven tussen kennen, oordelen en voelen;
- kennen: je weet dat het je mening is en je kent het standpunt
van een ander (feitelijk, objectief)
- oordelen: beoordelen of iets goed of slecht is. Je vind iets.
- Beleven: voelen of je het eens of oneens met een ander
bent. Het oordeel brengt een bepaald gevoel met zich mee.
(voelen, mening en subjectief).
4) Het verschil tussen moraal en ethiek beschrijven;
Moraal zijn alle normen en waarden in de samenleving. Zo hebben
bepaalde groepen in de samenleving ieder hun eigen moralen.
Ethiek is de studie van de moraal.
5) Het verschil en de relatie tussen morele normen, morele
waarden en deugden aangeven;
Een waarde is iets wat iemand belangrijk vind, waar je waarde aan
hecht en jouw idealen zijn en normen zijn gebaseerd op waarden,
bijv; netjes in de rij wachten (norm), omdat je geduld moet hebben
en om anderen te respecteren (waarde). Deugden zijn goede
karaktereigenschappen betreffende goed samenleven zoals
betrouwbaarheid, eerlijkheid, doorzettingsvermogen.
1
, Rechtsstaat 1 Ethiek
6) De begrippen cultuur en culturele programmering beschrijven;
In een cultuur heb je gedeelde normen en waarden en hebben
gedeelde handelingen die door cultuur bepaald zijn. Culturele
programmering is aangeleerd cultuur door opvoeding, omgang met
anderen en waarnemingen.
7) De verhouding tussen cultuur en moraal beschrijven.
Moralen zijn alle normen en waarden in de samenleving en in
verschillende culturen delen mensen dan dezelfde moralen met
elkaar. Een moraal is daarom gebaseerd en kan afhankelijk zijn
van religie of levensovertuiging (dus cultuur)
Leerdoelen week 3
1) Beschrijf wat verantwoordelijkheid betekent;
Verantwoordelijkheid betekent:
De plicht te zorgen voor iets of iemand (vooraf)
De plicht rekenschap af te leggen (achteraf)
Verantwoordelijkheid is een morele keuze uitgespreid in de tijd. Het is je
vermogen je keuzes te organiseren in de tijd en in interactie met
anderen.
2) Geef aan wat de bron van verantwoordelijkheid is;
Sommige verantwoordelijkheden zijn geregeld in de wet.
Verantwoordelijkheden die je hebt omdat de wet dit voorschrijft, noem je
aansprakelijkheid. Verantwoordelijkheden komen ook voort uit gemaakte
afspraken binnen een organisatie. Verantwoordelijkheden die uit deze
afspraken voortvloeien, noemen we taakverantwoordelijkheid.
2