Research Methods Midterm 1
Lectures, aantekeningen, werkgroepopdrachten, quizjes, (de
opofferingen van mijn sociale leven voor deze tyfus samenvatting)
en meer.
WEEK 1 2
WEEK 2 14
WEEK 3 29
WEEK 4 48
WEEK 5 70
WEEK 6 88
1
,WEEK 1
Lecture 1: Fundaments of Research
Methodologie
Voorbeeld wetenschappelijke methode:
- Galilei en Copernicus die het wetenschappelijke paradigma uitdaagden en bewezen dat
de aarde niet plat was
- Chemische experimenten
Empirie: wat daadwerkelijk geobserveerd kan worden
Theorie: ideeën over hoe dingen werken
! Understand logic of multiple regression, can be used to analyze more complex
regressions (?)
Distinction in science:
→ Inductive method (inductie -- in het echt): first observe, then form a theory
→ Deductive method (deductie -- ik denk eerst): first make a theory, then look for
evidence, works with hypotheses
Epistemologie: filosofische tak die zich bezig houdt met de theorie van kennis: wat kan ik
weten/te weten komen?
Interpretivisme: je kunt de sociale wetenschappen niet benaderen vanuit een
natuurwetenschappelijke methode, nadruk op ‘Verstehen’ en niet op verklaren (‘Erklären’)
omdat het perspectief van mensen erg belangrijk is.
Erklären: systematisch bepaalde conditie van gebeurtenissen of relaties onderzoeken
Verstehen: begrijpen waarom bepaalde gebeurtenissen gebeuren en waarom sociale
relaties bestaan
Positivisme: methodologie van de natuurwetenschappen worden gebruikt om sociale
fenomenen uit te leggen, sociale wetenschappers zouden zich moeten focussen op
observeerbare fenomenen.
Realisme: veelal eens met positivisme dus natuurwetenschappelijke methodes kunnen
worden toegepast, sociale realiteit is ‘echt’ en kan systematisch onderzocht worden
Maar!: er zijn ook onobserveerbare dingen, zoals abstracte fenomenen
Ontologie: wat is realiteit? Is er een één realiteit of zijn er meerdere, aangezien mensen
ieder hun eigen perspectief hebben? Metafysica houdt zich hier mee bezig.
→ Belangrijkste ontologische vraag in de sociale wetenschappen: is er een objectieve
2
,werkelijkheid buiten het perspectief van mensen?
Constructivisme: sociale realiteit is niet hetzelfde als de fysieke realiteit. Mensen creëren
hun eigen realiteit door sociale interacties. Een cultuur is iets abstract wat alleen betekenis
krijgt in iemands gedachten. Sociale realiteit kan begrepen worden als het collectief van
perspectieven, waarbij het perspectief van de onderzoeker ook een perspectief is (‘problem
of the other mind’). Één bepaald perspectief is niet per sé waardevoller dan een ander, dus
men moet de perspectieven van individuen zo uitgebreid mogelijk beschrijven en de sociale
interacties die hun verbind of polariseert.
Objectivisme = ontologische posities waarin sociale observaties ‘echt zijn’; ze bestaan
buiten iemands gedachten. Dingen als cultuur en mach bestaan in de echte wereld, niet
alleen in iemands hoofd. Objectivisme is de ontologische fundering voor positivistisch en
realistische epistemologie.
Onderscheid:
Kwalitatief onderzoek Kwantitatief onderzoek
Theorie/empirische Inductie (in het echt) Deductie (denk eerst)
realiteit
Epistemologie Interpretivisme Positivisme/realisme
Ontologie Constructivisme Objectivisme
Analyse in Woorden Cijfers en woorden
Inspiratie Geesteswetenschappen Natuurwetenschappen
3
, Lecture 2: Betrouwbaarheidsintervallen
What is inferential statistics?
- Say something about population based on sample
- Generaliseren
- Causale relatie
Population (populatie) : the total set of observations that can be made (bijv. Nederlanders,
lobbyisten), groep waar je iets over wilt weten
Sample (steekproef): a subset of research units from the population (mensen die je
daadwerkelijk onderzoekt)
Parameter: any numerical quantity that characterizes a given population based on our
sample. (bijv. Invloed van lobbyisten, leeftijd, wat je wilt weten, stand van de lichtknop is
bijvoorbeeld een parameter van het lichtsysteem in de kamer (aan/uit)) → greek letters
→ Parameter is een eigenschap van de populatie
Sample statistics (steekproef statistiek): are the characteristics of a sample which we
use to make causal inferences on the parameters (bijv. Leeftijd, gender). → Roman letters
→ Een sample statistic zegt alleen iets over de sample
Mean (Gemiddelde)
- Gemiddelde van een populatie: (‘Mu’) → 𝝁 (U met een staart)
- Gemiddelde van steekproef: (‘x-bar’) → x̄̄ (X met streep bovenop)
Standard deviation (standaardafwijking)
- Standaardafwijking van populatie:: (‘sigma’) → σ (o met een streepje
rechtsboven)
- Standaardafwijking van steekproef: s
- Schatting van standaardafwijking: σ̂̂ (sigma hat; sigma met driehoekje)
Steekproef statistieken zijn bekend, parameters niet.
Maak statistische claims over de populatie met een mate van zekerheid, gebaseerd op de
steekproef.
Hoe kan je conclusies trekken op basis van een sample, aangezien dat niet hetzelfde is als
de populatie? → oplossing: probability estimation (kans schatting)
→ We schatten de populatie waarde, bijvoorbeeld: met 95% kunnen we zeggen dat tussen
de 19% en 20% van de stemmers de VVD steunen. Een range waarbinnen de resultaten
ook in de populatie zullen zijn: binnen de range zal waarschijnlijk de ware waarde liggen.
4