Hoofdstuk 6. Tariefvorming Cargadoor II
1. Inleiding
Enige externe invloeden op tariefvorming kunnen zijn:
- Micro-economische factoren - Valutakoersen
- Macro-economische factoren - Kosten
- Imbalance - Onderhandelingsvaardigheden
- EU-wetgeving - Soort lading
- Concurrentie - Hoeveelheid lading
Bovenstaand kan samengebracht worden in twee invloedssferen: Micro-economische en Macro-
economische.
Micro-economie: is economie op ondernemingsniveau. Het niveau van beschouwing is een
afzonderlijke onderneming
Macro-economie: legt zich toe op de beschouwing van de totale vraag en het totale aanbod. Niveau
van beschouwing de wereldmarkt.
MICRO MACRO
Kosten Imbalance
Soort lading Valutakoersen
Hoeveelheid lading EU-wetgeving
Onderhandelingsvaardigheden De wereldmarkt
Customer Service Concurrentie
1.1 Europese wetgeving
In de Europese wetgeving is het verbod op kartelvorming(conferences) opgenomen. Deze is gemaakt
om eerlijke concurrentie te bevorderen. (2008)
Allianties toegestaan(kostenverlagend)
2. Micro-economie
2.1 Kosten
Vaste kosten:
Deze kosten veranderen niet als de omvang van de productie wijzigt in een bepaalde periode
(afschrijvingskosten op schepen)
Variabele kosten:
Dee kosten veranderen wel met de omvang van de productie in een bepaalde periode
(voortstuwingskosten van de schepen)
Totale kosten:
De som van de vaste kosten en de variabele kosten bij een gegeven productieomvang in een bepaalde
periode
Gemiddelde totale kosten:
De totale kosten uitgedrukt per eenheidproduct. Deze kosten zijn weer uit te splitsen in gemiddelde
vaste kosten en gemiddelde variabele kosten
,Hoofdstuk 6. Tariefvorming Cargadoor II
Gemiddelde vaste kosten:
De vaste kosten uitgedrukt per eenheidproduct. De gemiddelde vaste kosten per eenheidproduct
hebben de neiging te blijven dalen totdat er nieuwe productiemiddelen worden toegevoegd
Gemiddelde variabele kosten:
De variabele kosten uitgedrukt per eenheidproduct. De gemiddelde variabele kosten per
eenheidproduct hebben de neiging eerst te dalen om even later te stijgen (dit word ook wel het effect
van de ‘wet van toe- en afnemende meeropbrengst’ genoemd)
Marginale kosten:
De extra kosten die ontstaan wanneer de productieomvang met één eenheid wordt uitgebreid.
Schaalvoordelen in het vervoer:
Naarmate de capaciteit van een productiemiddel toeneemt op een vaste route dalen de totale kosten
per eenheidproduct.
Net als in elk ander bedrijf, wordt een lijnvaartrederij geconfronteerd met allerlei kosten die zich
verschillend kunnen gedragen. We kunne daarbij onderscheiden:
- Vaste kosten (veranderen niet direct bij verandering van de productie)
- Variabele kosten (veranderen wel bij verandering van de productie)
- Totale kosten (som van vaste en variabele kosten)
Vaste kosten:
Kosten
(K)
0
Productie omvang (q)
, Hoofdstuk 6. Tariefvorming Cargadoor II
Variabele kosten:
Kosten
(k)
K1
K0
0 Q0 Q1
Productieomvang (q)
Totale kosten:
Kosten
(k)
K1
K0
0 Q0 Q1
Productieomvang (q)
In het rederijbedrijf wordt een belangrijk deel van de vaste kosten gevormd door de
waardevermindering van de schepen als gevolg van veroudering. Technische of economische
veroudering. Economische gevolg door: nieuwe type schepen die veelal beter zijn afgestemd op de
vervoersbehoeften. Economische veroudering gaat sneller dan Technische.
Tot de variabele kosten kunnen worden gerekend de voortstuwingskosten van de schepen, de
havengelden, de provisie aan de cargadoor. Daarbij kunnen de variabele kosten zich nog op een drietal
wijzen gedragen:
- Proportioneel variabel (de variabele kosten nemen met een uitbreiding van de productie in
gelijke mate toe)
- Progressief variabel (de variabele kosten nemen met een uitbreiding van de productie meer
dan proportioneel toe)
- Degressief variabel (de variabele kosten nemen met een uitbreiding van de productie minder
dan proportioneel toe)
1. Inleiding
Enige externe invloeden op tariefvorming kunnen zijn:
- Micro-economische factoren - Valutakoersen
- Macro-economische factoren - Kosten
- Imbalance - Onderhandelingsvaardigheden
- EU-wetgeving - Soort lading
- Concurrentie - Hoeveelheid lading
Bovenstaand kan samengebracht worden in twee invloedssferen: Micro-economische en Macro-
economische.
Micro-economie: is economie op ondernemingsniveau. Het niveau van beschouwing is een
afzonderlijke onderneming
Macro-economie: legt zich toe op de beschouwing van de totale vraag en het totale aanbod. Niveau
van beschouwing de wereldmarkt.
MICRO MACRO
Kosten Imbalance
Soort lading Valutakoersen
Hoeveelheid lading EU-wetgeving
Onderhandelingsvaardigheden De wereldmarkt
Customer Service Concurrentie
1.1 Europese wetgeving
In de Europese wetgeving is het verbod op kartelvorming(conferences) opgenomen. Deze is gemaakt
om eerlijke concurrentie te bevorderen. (2008)
Allianties toegestaan(kostenverlagend)
2. Micro-economie
2.1 Kosten
Vaste kosten:
Deze kosten veranderen niet als de omvang van de productie wijzigt in een bepaalde periode
(afschrijvingskosten op schepen)
Variabele kosten:
Dee kosten veranderen wel met de omvang van de productie in een bepaalde periode
(voortstuwingskosten van de schepen)
Totale kosten:
De som van de vaste kosten en de variabele kosten bij een gegeven productieomvang in een bepaalde
periode
Gemiddelde totale kosten:
De totale kosten uitgedrukt per eenheidproduct. Deze kosten zijn weer uit te splitsen in gemiddelde
vaste kosten en gemiddelde variabele kosten
,Hoofdstuk 6. Tariefvorming Cargadoor II
Gemiddelde vaste kosten:
De vaste kosten uitgedrukt per eenheidproduct. De gemiddelde vaste kosten per eenheidproduct
hebben de neiging te blijven dalen totdat er nieuwe productiemiddelen worden toegevoegd
Gemiddelde variabele kosten:
De variabele kosten uitgedrukt per eenheidproduct. De gemiddelde variabele kosten per
eenheidproduct hebben de neiging eerst te dalen om even later te stijgen (dit word ook wel het effect
van de ‘wet van toe- en afnemende meeropbrengst’ genoemd)
Marginale kosten:
De extra kosten die ontstaan wanneer de productieomvang met één eenheid wordt uitgebreid.
Schaalvoordelen in het vervoer:
Naarmate de capaciteit van een productiemiddel toeneemt op een vaste route dalen de totale kosten
per eenheidproduct.
Net als in elk ander bedrijf, wordt een lijnvaartrederij geconfronteerd met allerlei kosten die zich
verschillend kunnen gedragen. We kunne daarbij onderscheiden:
- Vaste kosten (veranderen niet direct bij verandering van de productie)
- Variabele kosten (veranderen wel bij verandering van de productie)
- Totale kosten (som van vaste en variabele kosten)
Vaste kosten:
Kosten
(K)
0
Productie omvang (q)
, Hoofdstuk 6. Tariefvorming Cargadoor II
Variabele kosten:
Kosten
(k)
K1
K0
0 Q0 Q1
Productieomvang (q)
Totale kosten:
Kosten
(k)
K1
K0
0 Q0 Q1
Productieomvang (q)
In het rederijbedrijf wordt een belangrijk deel van de vaste kosten gevormd door de
waardevermindering van de schepen als gevolg van veroudering. Technische of economische
veroudering. Economische gevolg door: nieuwe type schepen die veelal beter zijn afgestemd op de
vervoersbehoeften. Economische veroudering gaat sneller dan Technische.
Tot de variabele kosten kunnen worden gerekend de voortstuwingskosten van de schepen, de
havengelden, de provisie aan de cargadoor. Daarbij kunnen de variabele kosten zich nog op een drietal
wijzen gedragen:
- Proportioneel variabel (de variabele kosten nemen met een uitbreiding van de productie in
gelijke mate toe)
- Progressief variabel (de variabele kosten nemen met een uitbreiding van de productie meer
dan proportioneel toe)
- Degressief variabel (de variabele kosten nemen met een uitbreiding van de productie minder
dan proportioneel toe)