Aanvullende informatie uit overdracht:
o Hulpvraag: veiligheid bij transfer
(zit-stand verbeteren
o Activiteiten: loopt met eifel/4-
poot, vanwege impulsiviteit FAC 3
(pt heeft voor veiligheid
supervisie nodig en behoeft
hooguit verbale begeleiding. Pt
heeft geen fysiek contact nodig)
o Functies: sensibiliteit + kracht
verminderd, tonus geen
bijzonderheden
o Persoonlijke factoren: verminderd
ziekte-inzicht en
impulsief/ontremd
WAT:
Persoon/taak/omgeving goed uitvragen
o Waarmee ervaart u problemen in het dagelijks leven?
o Waarom is dat lastig?
o Wanneer is dat het lastigst? (s ochtends/s avonds) (veel gedaan
daarvoor?)
o Welk deel van de handeling is het lastigst?
o Hoe ziet de omgeving eruit? (kunt u zich ergens aan vasthouden?)
o Maakt het verschil vanuit waar u moet opstaan? (stoel/lage bank)
o Heeft u hulp van mensen/middelen om u heen?
HOE:
Observatie van de activiteit (transfer zit-stand)
1. Algemene kenmerken
o Lukt het en is het veilig?
o Met of zonder hul(middelen)?
o Wat valt het meeste op?
o Welk deel van de activiteit verloopt het moeilijkst?
o Zijn er tekenen dat het moeite kost?
2. Specifieke bewegingsanalyse
o Opvallende kenmerken (bewegingen, start-/midden-/eindfase,
zwaartepunt + steunvlak, bewegingsuitslag en snelheid)
o Waar liggen de grenzen? (wanneer lukt het nog wel en wanneer niet
meer?)
3. Eventueel klinimetrie
o TIS test voor zitbalans
o ?
WAAROM:
,Hypotheses:
1. Door een verminderde spierkracht gaat de transfer zit-stand niet veilig
genoeg.
2. Door een verminderde positiezin gaat de transfer zit-stand niet veilig
genoeg.
3. Door de cortex laesie kan er een verminderde tastzin in de aangedane
zijde zijn.
4. Doordat meneer verminderde mobiliteit heeft, gaat de transfer zit-stand
niet veilig genoeg.
5. Doordat de stoel/bank niet goed is afgesteld op meneer zijn afmetingen,
kan hij hier lastig uit op staan en is de transfer onveilig.
Hypothese 1: 0 – geen spiercontractie
spierkracht 1 – enige spiercontractie, geen beweging in het
o MRC-schaal gewricht
Beginnen bij MRC 3 2 – beweging in het gewricht met zwaartekracht
mee
3 – beweging in het gewricht tegen
zwaartekracht in
4 – beweging in het gewricht tegen enige
Hypothese 2: positiezin weerstand in
5 – normale kracht
o Pt houdt ogen dicht
o Je plaatst de extremiteit die je wilt
onderzoeken in een bepaalde positie en laat
de pt de andere extremiteit in dezelfde
positie plaatsen.
o Als andere extremiteit niet goed kan
worden bewogen, laat je het de patiënt
omschrijven
o Ga van groot naar klein
o Zorg dat de positie of beweging niet
verraden wordt door je handvatting
Hypothese 3: tastzin
o Pt houdt ogen dicht
o Meestal uitgevoerd door aanraking met
watje
o Geen gevoel, sterkere aanraking proberen
o Als je de aanraking met vinger doet, zorg
dat de huid niet indeukt of dat jouw hand
niet veel kouder is
o Relevante locaties
o Voorkom vast ritme van aanrakingen
o Je kunt aanraking en evt. locatie laten Hypothese 4: mobiliteit
benoemen
, o Berg Balance Scale Normgegevens:
o 14 items die het evenwicht <43 = aanzienlijk valrisico
tijdens sta- en >43 = lopen met lhm waarschijnlijk
transfervaardigheden <45 = afhankelijk van hulp
middels een 5-punt schaal >45 = onafhankelijke en zekere uitvoering
meten
https://meetinstrumentenzorg.nl/instrumenten/berg-balance-scale/
hypothese 5: omgeving
o Kijken of stoel/bank bijdraagt aan onveilige transfer
o Verschillende hoogtes proberen en kijken of het veiliger wordt
Aanvullende informatie uit
overdracht:
o Hulpvraag: lopen en
traplopen verbeteren
o Activiteiten: tijdens het lopen
moeite met starten, stoppen
en draaien, FAC 4 (de pt kan
zelfstandig lopen op een
vlakke ondergrond, maar kan
niet veilig traplopen,
hellingen nemen of op
oneffen ondergronden lopen)
o Functies: tonusproblematiek
o Persoonlijke factoren: woont
alleen, is erg gemotiveerd
WAT:
Persoon/taak/omgeving goed uitvragen
o Waarmee ervaart u problemen in het dagelijks leven?
o Waarom is dat lastig?
o Wanneer is dat het lastigst? (s ochtends/s avonds) (veel gedaan
daarvoor?)
o Welk deel van de handeling is het lastigst?
o Is naar boven of naar beneden het lastigst?
o Hoe gaat het wanneer iemand tegen u praat?
o Hoe ziet de omgeving eruit? (kunt u zich ergens aan vasthouden?)
o Heeft u hulp van mensen/middelen om u heen?
HOE:
o Hulpvraag: veiligheid bij transfer
(zit-stand verbeteren
o Activiteiten: loopt met eifel/4-
poot, vanwege impulsiviteit FAC 3
(pt heeft voor veiligheid
supervisie nodig en behoeft
hooguit verbale begeleiding. Pt
heeft geen fysiek contact nodig)
o Functies: sensibiliteit + kracht
verminderd, tonus geen
bijzonderheden
o Persoonlijke factoren: verminderd
ziekte-inzicht en
impulsief/ontremd
WAT:
Persoon/taak/omgeving goed uitvragen
o Waarmee ervaart u problemen in het dagelijks leven?
o Waarom is dat lastig?
o Wanneer is dat het lastigst? (s ochtends/s avonds) (veel gedaan
daarvoor?)
o Welk deel van de handeling is het lastigst?
o Hoe ziet de omgeving eruit? (kunt u zich ergens aan vasthouden?)
o Maakt het verschil vanuit waar u moet opstaan? (stoel/lage bank)
o Heeft u hulp van mensen/middelen om u heen?
HOE:
Observatie van de activiteit (transfer zit-stand)
1. Algemene kenmerken
o Lukt het en is het veilig?
o Met of zonder hul(middelen)?
o Wat valt het meeste op?
o Welk deel van de activiteit verloopt het moeilijkst?
o Zijn er tekenen dat het moeite kost?
2. Specifieke bewegingsanalyse
o Opvallende kenmerken (bewegingen, start-/midden-/eindfase,
zwaartepunt + steunvlak, bewegingsuitslag en snelheid)
o Waar liggen de grenzen? (wanneer lukt het nog wel en wanneer niet
meer?)
3. Eventueel klinimetrie
o TIS test voor zitbalans
o ?
WAAROM:
,Hypotheses:
1. Door een verminderde spierkracht gaat de transfer zit-stand niet veilig
genoeg.
2. Door een verminderde positiezin gaat de transfer zit-stand niet veilig
genoeg.
3. Door de cortex laesie kan er een verminderde tastzin in de aangedane
zijde zijn.
4. Doordat meneer verminderde mobiliteit heeft, gaat de transfer zit-stand
niet veilig genoeg.
5. Doordat de stoel/bank niet goed is afgesteld op meneer zijn afmetingen,
kan hij hier lastig uit op staan en is de transfer onveilig.
Hypothese 1: 0 – geen spiercontractie
spierkracht 1 – enige spiercontractie, geen beweging in het
o MRC-schaal gewricht
Beginnen bij MRC 3 2 – beweging in het gewricht met zwaartekracht
mee
3 – beweging in het gewricht tegen
zwaartekracht in
4 – beweging in het gewricht tegen enige
Hypothese 2: positiezin weerstand in
5 – normale kracht
o Pt houdt ogen dicht
o Je plaatst de extremiteit die je wilt
onderzoeken in een bepaalde positie en laat
de pt de andere extremiteit in dezelfde
positie plaatsen.
o Als andere extremiteit niet goed kan
worden bewogen, laat je het de patiënt
omschrijven
o Ga van groot naar klein
o Zorg dat de positie of beweging niet
verraden wordt door je handvatting
Hypothese 3: tastzin
o Pt houdt ogen dicht
o Meestal uitgevoerd door aanraking met
watje
o Geen gevoel, sterkere aanraking proberen
o Als je de aanraking met vinger doet, zorg
dat de huid niet indeukt of dat jouw hand
niet veel kouder is
o Relevante locaties
o Voorkom vast ritme van aanrakingen
o Je kunt aanraking en evt. locatie laten Hypothese 4: mobiliteit
benoemen
, o Berg Balance Scale Normgegevens:
o 14 items die het evenwicht <43 = aanzienlijk valrisico
tijdens sta- en >43 = lopen met lhm waarschijnlijk
transfervaardigheden <45 = afhankelijk van hulp
middels een 5-punt schaal >45 = onafhankelijke en zekere uitvoering
meten
https://meetinstrumentenzorg.nl/instrumenten/berg-balance-scale/
hypothese 5: omgeving
o Kijken of stoel/bank bijdraagt aan onveilige transfer
o Verschillende hoogtes proberen en kijken of het veiliger wordt
Aanvullende informatie uit
overdracht:
o Hulpvraag: lopen en
traplopen verbeteren
o Activiteiten: tijdens het lopen
moeite met starten, stoppen
en draaien, FAC 4 (de pt kan
zelfstandig lopen op een
vlakke ondergrond, maar kan
niet veilig traplopen,
hellingen nemen of op
oneffen ondergronden lopen)
o Functies: tonusproblematiek
o Persoonlijke factoren: woont
alleen, is erg gemotiveerd
WAT:
Persoon/taak/omgeving goed uitvragen
o Waarmee ervaart u problemen in het dagelijks leven?
o Waarom is dat lastig?
o Wanneer is dat het lastigst? (s ochtends/s avonds) (veel gedaan
daarvoor?)
o Welk deel van de handeling is het lastigst?
o Is naar boven of naar beneden het lastigst?
o Hoe gaat het wanneer iemand tegen u praat?
o Hoe ziet de omgeving eruit? (kunt u zich ergens aan vasthouden?)
o Heeft u hulp van mensen/middelen om u heen?
HOE: