Vraag Artikel Uitwerking
Is de procesinleiding op de juiste 45 Rv e.v.
wijze betekend?
Verweerschrift vorm 30i Rv
Welk rechtsmiddel kan nog 143 Rv Verzet
worden ingezet? 332 Rv Hoger Beroep
398 Rv Cassatie
376 Rv Derdenverzet
382 Rv Herroeping
Kort geding 254 lid 1 jo. 256 - Spoedeisende zaken
Rv - Gelet op de belangen van de partijen een
onmiddellijke voorziening bij voorraad wordt
vereist
- (feitelijke) geschiktheid: de feiten moeten
duidelijk zijn, zo niet kan er geen kort geding
plaatsvinden.
Welke beginselen van BPR zijn in deze tekst te vinden?
- Recht op rechtspraak en rechtsbijstand art. 17, 18 & 112 GW
- Onafankelijke en onpartijdige rechter art. 36 en 40 Rv
- Hoor en wederhoor art. 19 Rv
- Behandeling en beslissing binnen redelijke termijn art. 20 lid 1 en 2 Rv
- Openbaarheid van zitng en uitspraak art. 27 en 28 Rv
- Motiveringsbeginsel art. 30 Rv, 121 Gw & 5 lid 1 Wet RO
- Geen rechtsweigering en volledige beslissing art. 26 en 23 Rv, 13 Wab
- Beginsel van partijautonomie art. 24 Rv
- Ambtshalve aanvulling van rechtsgronden art. 25 Rv
Geef gemotiveerd aan – onder verwijzing naar de relevante wetsartikelen – of de proeesinleiding ziet
op een vorderings- of verzoekproeedure en welke reehter absoluut en relatief bevoegd is?
1. Processtukken: dagvaarding of verzoekschrift? artikel 78 lid 1 jo. 611 lid 6 RV
Een civiele procedure begint met een vorderingsprocedure, tenzij de wet anders bepaalt.
6. Welke instantie: rechtbank/gerechtshof/hoge raad? Artikel 46 RO
De rechtbank in eerste aanleg is bevoegd
o Het moet gaan om een civiele zaak
o Tenzij wet anders bepaalt
3. Welke afdeling?:
o Vorderingsprocedure op de civiele afdeling, tenzij artikel 93 Rv van toepassing is, dan
kantonrechter.
o Verzoekprocedure op de civiele afdeling, tenzij uit materiële wetgeving blijkt dat je naar
de kantonrechter moet.
4. Relatieve bevoegdheid: welke plaats?
o Vorderingsprocedure: artikel 99 Rv woonplaats gedaagde
Tenzij: artikel 100 t/mm 110 Rv anders bepaald.
o Verzoekprocedure: artikel 616 Rv: woonplaats verzoeker
Tenzij : artikel 613 t/mm 619 Rv of de materille wet anders bepaalt.
Is de procesinleiding op de juiste 45 Rv e.v.
wijze betekend?
Verweerschrift vorm 30i Rv
Welk rechtsmiddel kan nog 143 Rv Verzet
worden ingezet? 332 Rv Hoger Beroep
398 Rv Cassatie
376 Rv Derdenverzet
382 Rv Herroeping
Kort geding 254 lid 1 jo. 256 - Spoedeisende zaken
Rv - Gelet op de belangen van de partijen een
onmiddellijke voorziening bij voorraad wordt
vereist
- (feitelijke) geschiktheid: de feiten moeten
duidelijk zijn, zo niet kan er geen kort geding
plaatsvinden.
Welke beginselen van BPR zijn in deze tekst te vinden?
- Recht op rechtspraak en rechtsbijstand art. 17, 18 & 112 GW
- Onafankelijke en onpartijdige rechter art. 36 en 40 Rv
- Hoor en wederhoor art. 19 Rv
- Behandeling en beslissing binnen redelijke termijn art. 20 lid 1 en 2 Rv
- Openbaarheid van zitng en uitspraak art. 27 en 28 Rv
- Motiveringsbeginsel art. 30 Rv, 121 Gw & 5 lid 1 Wet RO
- Geen rechtsweigering en volledige beslissing art. 26 en 23 Rv, 13 Wab
- Beginsel van partijautonomie art. 24 Rv
- Ambtshalve aanvulling van rechtsgronden art. 25 Rv
Geef gemotiveerd aan – onder verwijzing naar de relevante wetsartikelen – of de proeesinleiding ziet
op een vorderings- of verzoekproeedure en welke reehter absoluut en relatief bevoegd is?
1. Processtukken: dagvaarding of verzoekschrift? artikel 78 lid 1 jo. 611 lid 6 RV
Een civiele procedure begint met een vorderingsprocedure, tenzij de wet anders bepaalt.
6. Welke instantie: rechtbank/gerechtshof/hoge raad? Artikel 46 RO
De rechtbank in eerste aanleg is bevoegd
o Het moet gaan om een civiele zaak
o Tenzij wet anders bepaalt
3. Welke afdeling?:
o Vorderingsprocedure op de civiele afdeling, tenzij artikel 93 Rv van toepassing is, dan
kantonrechter.
o Verzoekprocedure op de civiele afdeling, tenzij uit materiële wetgeving blijkt dat je naar
de kantonrechter moet.
4. Relatieve bevoegdheid: welke plaats?
o Vorderingsprocedure: artikel 99 Rv woonplaats gedaagde
Tenzij: artikel 100 t/mm 110 Rv anders bepaald.
o Verzoekprocedure: artikel 616 Rv: woonplaats verzoeker
Tenzij : artikel 613 t/mm 619 Rv of de materille wet anders bepaalt.