OV3 – Welke instrumenten heeft de overheid ter beschikking om aan inkomensverdeling te doen?
Wat is de personenbelasting?
ontvangsten overheid p. 279
◦ werkelijke sociale premie 27% bijdragen sociale zekerheid
◦ indirecte belastingen 25%
douanerechten, accijnzen, btw, successierechten, registratierechten
◦ directe belastingen huishoudens 25%
onroerende voorheffing
bedrijfsvoorheffing personenbelasting
verkeersbelasting
◦ niet-fiscale en niet-parafiscale ontvangsten 14%
ontvangsten die niet het gevolg zijn van een belasting of sociale zekerheid, maar
voortvloeien uit vermogen of activiteiten v/d overheid
verkoop van onroerende goederen
dividenden uit participaties
Inschrijvingsgeld
nalatigheidintresten
boetes
◦ directe belastingen vennootschap 6% voorafbetalingen
◦ kapitaalbelastingen 2% roerende voorheffing op dividenden, intresten
Wat valt je op, als je de ontvangsten van de overheid bekijkt? Verklaar ook de begrippen. WB p. 279
- De directe belastingen worden geheven op de inkomsten. De directe belastingen
‘huishoudens’ meer dan 4x groter dan directe belastingen ‘vennootschappen’.
- In de indirecte belastingen vormen de btw, de accijnzen en de registratierechten de
grootste ontvangsten. De indirecte belastingen zijn belastingen die voornamelijk
worden geheven op consumptie en zitten in de prijs ‘verstopt’.
- De werkelijke sociale premies worden ook wel de sociale zekerheidsbijdragen
genoemd. Ze maken bijna 30 % uit van de ontvangsten.
- De kapitaalbelastingen (bv. op termijnrekeningen) blijven met 2 % ondermaats.
, OV3 – Welke instrumenten heeft de overheid ter beschikking om aan inkomensverdeling te doen?
Netto-belastbaar inkomen
primair inkomen
- sociale zekerheidsbijdragen
+ belastbare overdrachten sociale zekerheid
= (netto) belastbaar inkomen
- personenbelasting
+ niet-belastbare overdrachten sociale zekerheid
= beschikbaar inkomen
Wat zijn beroepskosten?
kosten
• die tijdens het belastbaar tijdperk zijn gedaan of gedragen;
• om de belastbare inkomsten te verkrijgen of te behouden;
• én waarvan de echtheid en het bedrag van de kosten zijn bewezen of kunnen worden
bewezen. (Dan moet je alle rekeningen bijhouden en de kosten motiveren waar nodig.)
Waarom openen ze mogelijkheden naar belastingen toe?
Als de beroepskosten worden opgedreven, dan moet men minder belastingen betalen.
Wat is de personenbelasting?
begrippen:
◦ netto belastbaar inkomen
◦ belastbaar tijdperk
◦ belastingsaangifte
◦ aanslagjaar
◦ inkomstenjaar
◦ belastingsvrije som
◦ getrapte progressiviteit van de belasting
◦ gemeentebelastingen
◦
Welke verschillen zijn er tussen de drie voorheffingen?
• bedrijfsvoorheffing: van het loon afgehouden en rechtstreeks aan de fiscus gestort
brutoloon/-wedde
- RSZ-bijdrage werknemer
= belastbaar loon/wedde
- bedrijfsvoorheffing
= netto-loon/-wedde
• onroerende voorheffing: eigenaars van onroerend goed (huizen, appartementen, garages …)
ontvangen vooraf een aanslagbiljet (onroerende voorheffing op kadastraal inkomen van pand)
om te betalen
• roerende voorheffingen: afgehouden van inkomsten op vermogen bijv. roerende voorheffing
op rente van spaarrekening
Wat is de personenbelasting?
ontvangsten overheid p. 279
◦ werkelijke sociale premie 27% bijdragen sociale zekerheid
◦ indirecte belastingen 25%
douanerechten, accijnzen, btw, successierechten, registratierechten
◦ directe belastingen huishoudens 25%
onroerende voorheffing
bedrijfsvoorheffing personenbelasting
verkeersbelasting
◦ niet-fiscale en niet-parafiscale ontvangsten 14%
ontvangsten die niet het gevolg zijn van een belasting of sociale zekerheid, maar
voortvloeien uit vermogen of activiteiten v/d overheid
verkoop van onroerende goederen
dividenden uit participaties
Inschrijvingsgeld
nalatigheidintresten
boetes
◦ directe belastingen vennootschap 6% voorafbetalingen
◦ kapitaalbelastingen 2% roerende voorheffing op dividenden, intresten
Wat valt je op, als je de ontvangsten van de overheid bekijkt? Verklaar ook de begrippen. WB p. 279
- De directe belastingen worden geheven op de inkomsten. De directe belastingen
‘huishoudens’ meer dan 4x groter dan directe belastingen ‘vennootschappen’.
- In de indirecte belastingen vormen de btw, de accijnzen en de registratierechten de
grootste ontvangsten. De indirecte belastingen zijn belastingen die voornamelijk
worden geheven op consumptie en zitten in de prijs ‘verstopt’.
- De werkelijke sociale premies worden ook wel de sociale zekerheidsbijdragen
genoemd. Ze maken bijna 30 % uit van de ontvangsten.
- De kapitaalbelastingen (bv. op termijnrekeningen) blijven met 2 % ondermaats.
, OV3 – Welke instrumenten heeft de overheid ter beschikking om aan inkomensverdeling te doen?
Netto-belastbaar inkomen
primair inkomen
- sociale zekerheidsbijdragen
+ belastbare overdrachten sociale zekerheid
= (netto) belastbaar inkomen
- personenbelasting
+ niet-belastbare overdrachten sociale zekerheid
= beschikbaar inkomen
Wat zijn beroepskosten?
kosten
• die tijdens het belastbaar tijdperk zijn gedaan of gedragen;
• om de belastbare inkomsten te verkrijgen of te behouden;
• én waarvan de echtheid en het bedrag van de kosten zijn bewezen of kunnen worden
bewezen. (Dan moet je alle rekeningen bijhouden en de kosten motiveren waar nodig.)
Waarom openen ze mogelijkheden naar belastingen toe?
Als de beroepskosten worden opgedreven, dan moet men minder belastingen betalen.
Wat is de personenbelasting?
begrippen:
◦ netto belastbaar inkomen
◦ belastbaar tijdperk
◦ belastingsaangifte
◦ aanslagjaar
◦ inkomstenjaar
◦ belastingsvrije som
◦ getrapte progressiviteit van de belasting
◦ gemeentebelastingen
◦
Welke verschillen zijn er tussen de drie voorheffingen?
• bedrijfsvoorheffing: van het loon afgehouden en rechtstreeks aan de fiscus gestort
brutoloon/-wedde
- RSZ-bijdrage werknemer
= belastbaar loon/wedde
- bedrijfsvoorheffing
= netto-loon/-wedde
• onroerende voorheffing: eigenaars van onroerend goed (huizen, appartementen, garages …)
ontvangen vooraf een aanslagbiljet (onroerende voorheffing op kadastraal inkomen van pand)
om te betalen
• roerende voorheffingen: afgehouden van inkomsten op vermogen bijv. roerende voorheffing
op rente van spaarrekening