4VWO 8.3
3. Literaire ontwikkelingen
3.1 Schrijver en publiek
3.2 Ridderroman
3.3. Liederen
3.4 Dierverhaal
3.5 Geestelijke leterkunde
3.6 Toneel
3.1 Schrijver en publiek
Van veel schrijvers weten we bijna niks.
Clericus = iemand met een kerkelijke opleiding, maar niet noodzakelijk priester (Hendrik van
Veldeke, Jacob van Maerlant)
Gevormd in de kerk, maar werkte voor adellijke opdrachtgevers.
Schrijvers in de middeleeuwen kwamen uit de schrijvende beroepsgroepen, bv. Hofapelaan,
clericus of leraar.
Schrijvers werkten in opdracht van een mecenas. Die betaalde de materialen en het
levensonderhoud van de schrijver. Publiek werd vaak direct betrokken in verhalen, bv de jacht.
Schrijver wil publiek vermaken en beleren.
Schrijver was vooral vertaler/bewerker, uit vooral de talen Latjn en Frans.
Een middeleeuws verhaal gaat altjd terug op de brontekst.
Middeleeuwse verhalen functoneerden binnen een voorleescultuur, daarom waren de teksten op
rijm (om het makkelijk uit het hoofd te leren)
3.2 Riderroman
Vanaf 13e eeuw, ridderromans geschreven. = eliteliteratuur = literatuur voor de adel, ridderschap en
leden van patricipaat. Publiek, veel jongeren, het bood lessen om op te groeien.
Functes ridderroman:
Educateve functe
Ontspanning (spanning en sensate, humor)
Verschillende soorten ridderroman:
Oosterse roman = een hoofs liefdesverhaal in het Oosten.
Antkiserende romans = ridderromans spelend in Troje (Troje roman van Segher Diengotgaf,
Eneasroman van Henrik van Veldeke)
Heel beroemd:
Verhalen over Koning Karel de Grote of zijn vazallen = Karelepiek
Verhalen over Koning Arthur of zijn ridders = Arthurepiek