1) Wat is fascisme?
Groep/massa
Ze doen allemaal hetzelfde/ iedereen gelijk
Zeer militair (geen soldaten)
Uniform
Sterke leider, staat er duidelijk boven
Geen vreemde volkeren, geen diversiteit
Streng/orde
Basisleuze: “Ein Volk, ein Reich, ein Führer!”
Ein: eenheid (in alles) is belangrijk, geen verdeeldheid
Ein Volk:
o Qua ras: 1 zuiver ras (de rest was niet welkom), biologisch
o Qua idee: geen socialisme/liberalisme/… -> hij wil dat iedereen denkt zoals de
Nazi’s
o Hitler was daar ECHT mee bezig (propaganda)
Ein Reich: rijk = groot,sterk, moet groot zijn met een groot leger
Ein Führer: 1 leider = een dictator
VOLKSNATIONALISME
Fascisme = ideologie
Was breder dan Duitsland vb. Italië: dictator = Mussolini (bondgenoot Hitler)
Landen waar het niet voorkomt zijn er toch enkele fascistische bewegingen vb. België
Het was dus redelijk populair tussen WOI en WOII
WAT IS NAZISME?
Duitse vorm fascisme
Typisch: fanatisme, radicalisme, zeer extreem vb. Jodenvervolging
Hardheid, extremer dan fascisme
Politiek van Hitler was zeer racistisch, drijven door
Vlaams belang ≠ fascisme
Wil geen dictatuur
Er zitten wel fascisten in VB, ook in de leiding
Officieel is VB niet fascistisch
Nazi ~ National
Sazialistische
Deutsche NSDAP = partij van
Arbeiders Hitler
Partei
2. Opkomst fascisme
, Veel ellende zoals Mao, Stalin, Hitler …
Zodat het niet nog eens gebeurt
o 55 miljoen doden
Waarom Duitsland, en niet Rusland/…?
o Dichter bij ons angstaanjagend
o Duitsers zijn niet zo ≠ van ons
o Afstand in tijd: niet zo lang geleden
Waren wij toen Duitsers hadden we meegedaan
OORZAKEN
De Duitsers hebben voor Hitler gekozen uit ontevredenheid
Als je kwaad/ontevreden bent, sta je open voor radicale veranderingen/ideeën
Iemand die wel tevreden is, wil geen veranderingen
De 5 oorzaken van ontevredenheid:
1. Verlies van WOI: ze konden/wouden doorvechten veteranen voelden zich
verraadden
o Voor oorlog ging het zeer goed in Duitsland (eco/pol/…)
o Onterecht verloren: Ze hadden moeten winnen
o Duitsland kon vijand nog lang tegenhouden doordat de frontlijn nog niet
verschoven was Dus het was vreemd om te stoppen met vechten
o Wat dachten ze? Ze voelden zich niet verslagen
o Er dreigde een opstand/revolutie te komen in Duitsland
De druk was zo groot, dat ze besloten ermee te stoppen
o Stuk perceptie: in werkelijkheid was Duitsland verslagen, ze waren stevig aan
het verliezen
2. Economische crisis: armoede, epidemieën
o WOI: totale oorlog, uitputtingsoorlog
o Duitsland werd geïsoleerd door Rusland en Frankrijk
o Economie daalt, men kan niet handelen
o Duitsland had na de oorlog geen geld meer + Spaanse griep
3. Politieke verdeeldheid/chaos
o Op het randje van burgeroorlog
o Heel veel regeringen die elkaar opvolgden
o Een hele “soep”