Samenvatting Geneeskundn�e (GK)
Pathologie (BSL)
2.1
Geneeskunde wetenschap die zich bezighoudt met:
- De bouw (anatomie) en werking (fysiologie) van het menselijk lichaam.
- Oorzaken en de aard van ziekten en de methoden om tot een juiste diagnose te komen.
- De manieren om ziekten te voorkomen of te genezen.
2.2
Belangrijkste weten die de arts-patintrelate reguleren:
- Wet op de geneeskundige behandelingsovereenkomst (WGBO).
- Wet toetsing levensbeiindiging op verzoek en hulp bij zelfdoding.
2.3
Voorbeeld curateve geneeskunde behandeling met antbiotca.
Voorbeeld van een symptomatsche behandeling het geven van pijnstllers.
Preventeve geneeskunde voorkomen van ziekte door prevente.
Palliateve geneeskunde de maatregelen gericht op het verlichten van lijden en het zo veel
mogelijk bevorderen van de kwaliteit van het leven.
Diagnostsch proces het vaststellen van de aard, de ernst en de oorzaak van een ziekte. Hierbij
wordt gebruik gemaakt van:
- Anamnese gesprek tussen de arts en de patint over de klachten waarmee de patint zich
bij de arts presenteert.
Het doel is om een indruk te krijgen van wat zich in het lichaam van de patint afspeelt om
uiteindelijk een medische diagnose te stellen.
Auto-anamnese wanneer een patint zelf goed aan het anamnestsch gesprek kan
deelnemen.
Hetero-anamnese wanneer de patint niet zelf goed in staat is om aan een
anamnestsch gesprek deel te nemen (een klein kind of iemand in coma) kunnen
familieleden, buren of omstanders de nodige informate verschafen.
Speciile anamnese er wordt alleen gevraagd naar de klachten die voor de patint
aanleiding waren de arts te bezoeken.
Algemene anamnese na de speciile anamnese vraagt de arts in algemene zin naar
het functoneren van de belangrijkste orgaanstelsel.
Vroegere anamnese of medische voorgeschiedenis reeds doorgemaakte ziekten,
allergiein, medische onderzoeken en behandelingen.
Familie-anamnese ziekten die in de familie voorkwamen.
- Lichamelijk onderzoek gebeurt met behulp van observateeinspecte, auscultate (luisteren
met de stethoscoop), percussie (hierbij klopt de arts met de vinger van de ene hand op de
vinger van de andere hand, zie afeelding) en palpate (de arts voelt naar afwijkingen in
vorm, consistente en oppervlak van organen). Ook hoort het vaststellen van lengte, gewicht,
lichaamstemperatuur en de bloeddruk bij lichamelijk onderzoek.
, Figuur 1 percussie
- Aanvullend specifek onderzoek defniteve diagnose.
o Laboratoriumonderzoek:
Hematologisch onderzoekin het hematologisch laboratorium vinden onder
andere onderzoek van de bloedcellen, de bepaling van het
hemoglobinegehalte (Hb) en de hematocrietwaarde (Ht), een diferentate
van het bloedbeeld , en de bepaling van de bezinkingssnelheid erytrocyten
(BSE) plaats. Het aantal wite bloedcellen en bloedplaatjes wordt bepaald en
het stollingsmechanisme wordt gecontroleerd.
Klinisch-chemische bepalingen het klinische-chemische laboratorium
onderzoekt die in bloed, urine en feces voorkomende stofen.
Bloedgasanalyse informate verkregen over bloedgassen en het zuur-base-
evenwicht.
o Radiologisch onderzoek:
Röntgenfoto’s.
CT-scan wordt met behulp van computers doorsneden van het lichaam
gemaakt.
1 het CT-apparaat.
2 beweegbare tafel.
3 stralingsgevoelige detector.
4 de weg die de röntgenstralen volgen.
5 afvoer van de gegevens naar de computer.
6 röntgenbuis (normaal niet zichtbaar).
Angiografe met behulp van een röntgencontrastmiddel kunnen bloed- en
lymfevaten zichtbaar worden gemaakt.
Scintgrafe radioacteve gemerkte en in het lichaam ingebrachte stofen
(isotopen), die zich in het lichaam overigens als normale elementen
gedragen, sturen gammastralen uit die door een speciale camera kunnen
worden opgevangen.
Pathologie (BSL)
2.1
Geneeskunde wetenschap die zich bezighoudt met:
- De bouw (anatomie) en werking (fysiologie) van het menselijk lichaam.
- Oorzaken en de aard van ziekten en de methoden om tot een juiste diagnose te komen.
- De manieren om ziekten te voorkomen of te genezen.
2.2
Belangrijkste weten die de arts-patintrelate reguleren:
- Wet op de geneeskundige behandelingsovereenkomst (WGBO).
- Wet toetsing levensbeiindiging op verzoek en hulp bij zelfdoding.
2.3
Voorbeeld curateve geneeskunde behandeling met antbiotca.
Voorbeeld van een symptomatsche behandeling het geven van pijnstllers.
Preventeve geneeskunde voorkomen van ziekte door prevente.
Palliateve geneeskunde de maatregelen gericht op het verlichten van lijden en het zo veel
mogelijk bevorderen van de kwaliteit van het leven.
Diagnostsch proces het vaststellen van de aard, de ernst en de oorzaak van een ziekte. Hierbij
wordt gebruik gemaakt van:
- Anamnese gesprek tussen de arts en de patint over de klachten waarmee de patint zich
bij de arts presenteert.
Het doel is om een indruk te krijgen van wat zich in het lichaam van de patint afspeelt om
uiteindelijk een medische diagnose te stellen.
Auto-anamnese wanneer een patint zelf goed aan het anamnestsch gesprek kan
deelnemen.
Hetero-anamnese wanneer de patint niet zelf goed in staat is om aan een
anamnestsch gesprek deel te nemen (een klein kind of iemand in coma) kunnen
familieleden, buren of omstanders de nodige informate verschafen.
Speciile anamnese er wordt alleen gevraagd naar de klachten die voor de patint
aanleiding waren de arts te bezoeken.
Algemene anamnese na de speciile anamnese vraagt de arts in algemene zin naar
het functoneren van de belangrijkste orgaanstelsel.
Vroegere anamnese of medische voorgeschiedenis reeds doorgemaakte ziekten,
allergiein, medische onderzoeken en behandelingen.
Familie-anamnese ziekten die in de familie voorkwamen.
- Lichamelijk onderzoek gebeurt met behulp van observateeinspecte, auscultate (luisteren
met de stethoscoop), percussie (hierbij klopt de arts met de vinger van de ene hand op de
vinger van de andere hand, zie afeelding) en palpate (de arts voelt naar afwijkingen in
vorm, consistente en oppervlak van organen). Ook hoort het vaststellen van lengte, gewicht,
lichaamstemperatuur en de bloeddruk bij lichamelijk onderzoek.
, Figuur 1 percussie
- Aanvullend specifek onderzoek defniteve diagnose.
o Laboratoriumonderzoek:
Hematologisch onderzoekin het hematologisch laboratorium vinden onder
andere onderzoek van de bloedcellen, de bepaling van het
hemoglobinegehalte (Hb) en de hematocrietwaarde (Ht), een diferentate
van het bloedbeeld , en de bepaling van de bezinkingssnelheid erytrocyten
(BSE) plaats. Het aantal wite bloedcellen en bloedplaatjes wordt bepaald en
het stollingsmechanisme wordt gecontroleerd.
Klinisch-chemische bepalingen het klinische-chemische laboratorium
onderzoekt die in bloed, urine en feces voorkomende stofen.
Bloedgasanalyse informate verkregen over bloedgassen en het zuur-base-
evenwicht.
o Radiologisch onderzoek:
Röntgenfoto’s.
CT-scan wordt met behulp van computers doorsneden van het lichaam
gemaakt.
1 het CT-apparaat.
2 beweegbare tafel.
3 stralingsgevoelige detector.
4 de weg die de röntgenstralen volgen.
5 afvoer van de gegevens naar de computer.
6 röntgenbuis (normaal niet zichtbaar).
Angiografe met behulp van een röntgencontrastmiddel kunnen bloed- en
lymfevaten zichtbaar worden gemaakt.
Scintgrafe radioacteve gemerkte en in het lichaam ingebrachte stofen
(isotopen), die zich in het lichaam overigens als normale elementen
gedragen, sturen gammastralen uit die door een speciale camera kunnen
worden opgevangen.