Hoofdstuk 6 + 5.4
Hormonen vs drugs:
In lichaam gemaakt vs van buiten het lichaam in het lichaam gebracht
Type hormonen:
• homeostase hormonen
• sex hormonen
• glucocorticoid (stress) hormonen
Hormonen vs neurotransmitters:
In het bloed vs in de synaps of neuron zelf
Entry and action:
Snelste → langzaamste
• Injecteren in de hersenen → injecteren in bloed/
spieren → longen → huid opname → oral innemen
Psycho activedrugs: stoffen die mood, gedachte en gedrag
veranderen ook gebruikt om neuropsychologische ziektes te
bedwingen. Maar wordt ook vaak als recreatie gebruikt
Bloed/brein barrière
• cellen om ieder bloedvat → endothelia cellen
• Alleen stoffen die erdoor horen te gaan / gemaakt zijn om erdoor te gaan
kunnen erdoor (barrière is vettig dus vettige stoffen kunnen erdoor)
3 plekken wear green bloed/brein barrier is:
1) pineal gland : releasing hormonen ( day/night cycle)
2) pituitary gland : releasing hormones (sex hormonen)
3) area postrema : meten van stoffen in het bloed (toxic)
Drugs act on all stages :
, Tolerantie: vermindering in reactie op drug in loop van de tijd
• metabolische tolerantie: enzymen nemen toe, waardoor
stoffen zoals alcohol sneller verteerd en uit het bloed
• Cellulaire tolerantie: hersencellen reageren minder heftig
op hoge bloedalchohol levels, waardoor gedragskenmerken
minder zijn.
• Geleerde tolerantie: mensen leren omgaan met het gevoel
van onder invloed zijn
Sensatie: een proces waarbij het toedienen van de stimulus resulterend in de progressive versterking
• drug therapieën zoals bij mentale stoornissen (schizophrenia)
• in relatie met de ontwikkeling van een substance abuse disorder
• levens ervaringen kunnen door sensatie zorgen
Zoopharmacognosy: gedrag waarin niet menselijke dieren self-medicate
Systemen
Dopamine → beweging /reward
• amphetamine /cocain: blokeren van reuptake van dopamine →
agonist (psychomotor activation)
• amphetamine: promoten afgifte van dopamine → agonist
(attention, wakefulness)
• chlorpromazine: bezet de dopamine plek op de d2 receptor,
voorkomt receptor activatie → antagonist (anti-psychotic)
• Levodopa : motor disorders
* medicijn dat gegevens wordt → Bloem voor Cake
* cocaïne / meth
Serotonine → vertraagd effect, sensitation nodig
• Mao - inhibitor: inhibits de afbraak, zodat meer serotonine
beschikbaar is → agonist
• selective serotonin receptive inhibitors/ tricyclics: blokkeert eiwit dat
serotonine opneemt zodat serotonine langer in de synaps blijft →
agonist
* anti-despressiva (SSRIs, tricyclics)
* release, trip, hallucinaties(LSD, ecstasy, peyote, magic mushrooms)
GABA →
• alcohol: relexatie, disinhibition → agonist
• Benzodiazepines: anti-anxiety → agonist
• Tiagabine: anti-epilepsie →??
Acetylcholine: spieren en hersenen
• nicotine: relax en focussen → agonist
• Organophosphates: pest-control
Hormonen vs drugs:
In lichaam gemaakt vs van buiten het lichaam in het lichaam gebracht
Type hormonen:
• homeostase hormonen
• sex hormonen
• glucocorticoid (stress) hormonen
Hormonen vs neurotransmitters:
In het bloed vs in de synaps of neuron zelf
Entry and action:
Snelste → langzaamste
• Injecteren in de hersenen → injecteren in bloed/
spieren → longen → huid opname → oral innemen
Psycho activedrugs: stoffen die mood, gedachte en gedrag
veranderen ook gebruikt om neuropsychologische ziektes te
bedwingen. Maar wordt ook vaak als recreatie gebruikt
Bloed/brein barrière
• cellen om ieder bloedvat → endothelia cellen
• Alleen stoffen die erdoor horen te gaan / gemaakt zijn om erdoor te gaan
kunnen erdoor (barrière is vettig dus vettige stoffen kunnen erdoor)
3 plekken wear green bloed/brein barrier is:
1) pineal gland : releasing hormonen ( day/night cycle)
2) pituitary gland : releasing hormones (sex hormonen)
3) area postrema : meten van stoffen in het bloed (toxic)
Drugs act on all stages :
, Tolerantie: vermindering in reactie op drug in loop van de tijd
• metabolische tolerantie: enzymen nemen toe, waardoor
stoffen zoals alcohol sneller verteerd en uit het bloed
• Cellulaire tolerantie: hersencellen reageren minder heftig
op hoge bloedalchohol levels, waardoor gedragskenmerken
minder zijn.
• Geleerde tolerantie: mensen leren omgaan met het gevoel
van onder invloed zijn
Sensatie: een proces waarbij het toedienen van de stimulus resulterend in de progressive versterking
• drug therapieën zoals bij mentale stoornissen (schizophrenia)
• in relatie met de ontwikkeling van een substance abuse disorder
• levens ervaringen kunnen door sensatie zorgen
Zoopharmacognosy: gedrag waarin niet menselijke dieren self-medicate
Systemen
Dopamine → beweging /reward
• amphetamine /cocain: blokeren van reuptake van dopamine →
agonist (psychomotor activation)
• amphetamine: promoten afgifte van dopamine → agonist
(attention, wakefulness)
• chlorpromazine: bezet de dopamine plek op de d2 receptor,
voorkomt receptor activatie → antagonist (anti-psychotic)
• Levodopa : motor disorders
* medicijn dat gegevens wordt → Bloem voor Cake
* cocaïne / meth
Serotonine → vertraagd effect, sensitation nodig
• Mao - inhibitor: inhibits de afbraak, zodat meer serotonine
beschikbaar is → agonist
• selective serotonin receptive inhibitors/ tricyclics: blokkeert eiwit dat
serotonine opneemt zodat serotonine langer in de synaps blijft →
agonist
* anti-despressiva (SSRIs, tricyclics)
* release, trip, hallucinaties(LSD, ecstasy, peyote, magic mushrooms)
GABA →
• alcohol: relexatie, disinhibition → agonist
• Benzodiazepines: anti-anxiety → agonist
• Tiagabine: anti-epilepsie →??
Acetylcholine: spieren en hersenen
• nicotine: relax en focussen → agonist
• Organophosphates: pest-control