Biologie samenvatting - vertering VWO 6
Voedingsmiddelen: Alles wat je eet of drinkt
6 soorten voedingsstoffen:
- Eiwitten
- Koolhydraten
- Vetten
- Water
- Mineralen
- Vitaminen
Eiwitten
- Zijn ketens van aminozuren
- Eiwitmoleculen worden gesplitst tot afzonderlijke aminozuurmoleculen (worden
opgenomen in het bloed) → vervoert naar de lever en dan naar organen →
eiwitsynthese koppelt in de cellen de aminozuren tot eiwitmoleculen.
- Transaminering: in de lever worden de andere soorten aminozuren gemaakt die je
zelf niet genoeg hebt. Dit gebeurt door de overplaatsing van een aminogroep (NH2).
- Eiwitten zijn belangrijke bouwstoffen van cellen en weefsels, eiwitten kunnen ook
gebruikt worden als brandstof maar dan moeten ze eerst worden omgezet in
glucose.
- dissimilatie van eiwitten → ammoniak (omgezet in de lever tot ureum)
Koolhydraten
- Koolhydraten worden ook wel sachariden genoemd
- Het is een belangrijke bouwstof (DNA)
- Te veel koolhydraten → het hormoon insuline zet deze om in polysacharide
glycogeen (reserve stof opgeslagen in lever en spieren)
- omgezet in vet onder de huid of rondom organen
- Voedingsvezels (kunnen niet verteerd worden door enzymen) → bevorderen de
darmwerking
, Vetten
- Vetten worden ook wel lipiden genoemd
- Vetten worden gebruikt als bouwstoffen, onder andere voor bestanddeel van
membranen
- Veel vet moleculen zijn opgebouwd uit: een glycerolmolecuul en drie
vetzuurmoleculen.
- Vetten en oliën worden triglyceriden genoemd.
- Verzadigd: alle bindingsplaatsen van de C-atomen bezet door waterstofatomen
- Onverzadigd: heeft dubbele bindingen
- Cholesterol: een vet dat je voor een deel binnenkrijgt via je voeding (het meeste
aangemaakt door de lever)
Water
Het lichaam bestaat voor ongeveer 60% uit water.
Water is een :
- bouwstof voor je lichaamscellen
- oplosmiddel voor allerlei stoffen
- transportmiddel
- regeling van de lichaamstemperatuur
Mineralen
Mineralen worden ook wel zouten genoemd, het zijn anorganische stoffen die in de natuur
voorkomen en dus niet afkomstig zijn van planten of dieren.
Het lichaam kan zelf geen mineralen aanmaken, daarom moeten we deze uit onze voeding
halen.
- Voorbeelden van anorganische stoffen: fosfor, calcium en natrium
- Sommige mineralen worden gebruikt als bouwstoffen
- Spoorelementen: mineralen die je slechts in zeer kleine hoeveelheden nodig hebt.
Voedingsmiddelen: Alles wat je eet of drinkt
6 soorten voedingsstoffen:
- Eiwitten
- Koolhydraten
- Vetten
- Water
- Mineralen
- Vitaminen
Eiwitten
- Zijn ketens van aminozuren
- Eiwitmoleculen worden gesplitst tot afzonderlijke aminozuurmoleculen (worden
opgenomen in het bloed) → vervoert naar de lever en dan naar organen →
eiwitsynthese koppelt in de cellen de aminozuren tot eiwitmoleculen.
- Transaminering: in de lever worden de andere soorten aminozuren gemaakt die je
zelf niet genoeg hebt. Dit gebeurt door de overplaatsing van een aminogroep (NH2).
- Eiwitten zijn belangrijke bouwstoffen van cellen en weefsels, eiwitten kunnen ook
gebruikt worden als brandstof maar dan moeten ze eerst worden omgezet in
glucose.
- dissimilatie van eiwitten → ammoniak (omgezet in de lever tot ureum)
Koolhydraten
- Koolhydraten worden ook wel sachariden genoemd
- Het is een belangrijke bouwstof (DNA)
- Te veel koolhydraten → het hormoon insuline zet deze om in polysacharide
glycogeen (reserve stof opgeslagen in lever en spieren)
- omgezet in vet onder de huid of rondom organen
- Voedingsvezels (kunnen niet verteerd worden door enzymen) → bevorderen de
darmwerking
, Vetten
- Vetten worden ook wel lipiden genoemd
- Vetten worden gebruikt als bouwstoffen, onder andere voor bestanddeel van
membranen
- Veel vet moleculen zijn opgebouwd uit: een glycerolmolecuul en drie
vetzuurmoleculen.
- Vetten en oliën worden triglyceriden genoemd.
- Verzadigd: alle bindingsplaatsen van de C-atomen bezet door waterstofatomen
- Onverzadigd: heeft dubbele bindingen
- Cholesterol: een vet dat je voor een deel binnenkrijgt via je voeding (het meeste
aangemaakt door de lever)
Water
Het lichaam bestaat voor ongeveer 60% uit water.
Water is een :
- bouwstof voor je lichaamscellen
- oplosmiddel voor allerlei stoffen
- transportmiddel
- regeling van de lichaamstemperatuur
Mineralen
Mineralen worden ook wel zouten genoemd, het zijn anorganische stoffen die in de natuur
voorkomen en dus niet afkomstig zijn van planten of dieren.
Het lichaam kan zelf geen mineralen aanmaken, daarom moeten we deze uit onze voeding
halen.
- Voorbeelden van anorganische stoffen: fosfor, calcium en natrium
- Sommige mineralen worden gebruikt als bouwstoffen
- Spoorelementen: mineralen die je slechts in zeer kleine hoeveelheden nodig hebt.