100% satisfaction guarantee Immediately available after payment Both online and in PDF No strings attached 4.6 TrustPilot
logo-home
Summary

Samenvatting - Inleiding in de Rechtswetenschap (R_Inl.recht)

Rating
3.0
(1)
Sold
1
Pages
32
Uploaded on
31-01-2024
Written in
2023/2024

Samenvatting van alle hoorcollege + werkgroep stof, zelf een 7.7 gehaald voor het vak.

Institution
Course











Whoops! We can’t load your doc right now. Try again or contact support.

Written for

Institution
Study
Course

Document information

Uploaded on
January 31, 2024
Number of pages
32
Written in
2023/2024
Type
Summary

Subjects

Content preview

Hoorcollege week 2

Je kunt het positieve recht (recht dat nu in Nederland geldt) vinden in de rechtsbronnen.
De wet(tenbundels) zijn bijvoorbeeld belangrijke rechtsbronnen.
- Met behulp van rechtsbronnen kunnen we identificeren wat geldend recht is
- Kan geldend recht immoreel of onmenselijk zijn?
- De rechter kan niet toetsen aan de grondwet, wel aan het EVRM
- Voor de gelding van recht, maakt de inhoud van het recht niet uit > formeel karakter
- Als het een wet is die op een juiste manier tot stand is gekomen, doet de inhoud er
niet toe. Dit betekent dat ze een formeel karakter hebben. Het gaat om de vorm, niet
de inhoud.

Erkende rechtsbronnen:
- Wet: normatieve moment
- Rechtspraak/jurisprudentie: normatieve moment
- Internationaal verdrag: normatieve moment
- Gewoonte: actuele moment. Deze komt tot stand door de manier waarop mensen
met elkaar omgaan > verwachtingen kunnen ontstaan door herhaald gedrag
- Rechtsbeginselen (nog ter discussie): ideële moment

De wet als rechtsbron
Voorbeeld: Codex Hammurabi (ca. 1780 v Chr.) - Midden-Oosten
Hammurabi regeerde over een rijk in het Midden-Oosten
Hierin zijn allerlei wetten gegraveerd, met allerlei bepalingen die betrekking hebben op wat
we nog steeds doen.
Functie: rechtszekerheid > heeft een soort eeuwigheidsbelofte voor de gelding van de wet
Tegenwoordige tijd: Grondwet kan niet zomaar worden gewijzigd, lange procedure > geeft
ook rechtszekerheid

Wet in formele zin: alle wetten die afkomstig zijn van de regering en het parlement (volgens
art. 81 GW). Wet in geen formele zin: niet volgens de regering en het parlement, maar
bijvoorbeeld van een gemeente. Als er in de grondwet wordt verwezen naar een ‘wet’, is dat
altijd een wet in formele zin.
Wet in materiële zin: richten zich tot een onbepaalde groep personen. Deze wetten hebben
een open karakter. Wet niet in materiële zin > wel geldend recht, maar dan voor 1 specifiek
persoon. (1 persoon tegenover de inwoners van gemeente Amsterdam bijvoorbeeld)

Een plaatselijk verbod in de gemeente De Bilt om als straatmuzikant op te treden is een
voorbeeld van een wet in materiële zin.

Kaderwetten/raamwetten: een wet die veel te regelen overlaat aan lagere instanties
(minister/gemeente). De regels/acties van de lagere instanties zijn terug te herleiden naar
deze wet.

,Grondrechten mogen per wet worden ingeperkt, maar dan wel een wet in formele zin.
In de coronaperiode was er geen wettelijke basis voor de maatregelen van de overheid,
hiervoor was een tijdelijke noodwet nodig.
Inmiddels heeft de minister een wettelijke basis voor zulke eventuele
maatregelen/beperkingen tijdens een crisis/pandemie: pandemiewet, onder Wet publieke
gezondheid (Wpg).



Rechtspraak/jurisprudentie als rechtsbron
Montesquieu is de grondlegger van de trias politica. Hij zegt dat rechters geen invloed
kunnen hebben/beoordelen van de inhoud van de wetten. Zij voeren alleen de rechtspraak
uit, en mogen geen invloed hebben op de kracht of de strengheid. Niets aan
toevoegen/afdoen.

In artikel 11 van de Wet algemene bepalingen staat ook dat de rechter alleen volgens de wet
mag rechtspreken, hij mag de inhoud of waarde van de wet niet beoordelen. Hier beroepen
rechters zich nog steeds op. (Rechters die niet ingaan op de redelijkheid van de wet)

Wij erkennen rechtspraak wel als een rechtsbron, maar niet op zichzelf staand.
- Een wetgever kan niet alles voorzien
- De rechter vult de wet aan door middel van interpretatie, zijn hiermee wel
voorzichtiger in bijvoorbeeld strafrecht (moet niet in de knel komen met het
legaliteitsbeginsel bijvoorbeeld)
- Rechter toetst wetten in formele zin aan hoger recht, zoals mensenrechten
(EVRM, zijn direct wettelijke bepalingen, staat op een hoger niveau dan nationale
wetgeving) en aan rechtsbeginselen (kan niet toetsen aan de grondwet)
- Lagere rechters zijn geneigd uitspraken van hogere rechters in vergelijkbare gevallen
te volgen. Advocaten kunnen namelijk in hoger beroep, en daarna evt. in cassatie >
dan kom je weer bij de HR uit. Lagere rechters zijn hier niet toe verplicht.
(Precedentwerking)
- Soms gaat een hogere rechter ‘om’, de rechters gaan dan anders denken over
bepalingen, ze kunnen ook wat soepeler worden. Dit heet dan omgaan.

Art. 6:248 lid 2 BW; de rechter kan ingrijpen in een overeenkomst tussen 2 partijen, wanneer
het in de gegevens omstandigheden naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid
onaanvaardbaar is.
Lindenbaum/Cohen: belangrijk arrest uit 1919 over oneigenlijke concurrentie (omkoping).
Onrechtmatig werd destijds geïnterpreteerd als ‘onwetmatig/tegen de wet in’. HR heeft hier
een andere interpretatie van gemaakt, heeft ook onzorgvuldigheid/onbehoorlijk hieraan
toegevoegd.
Art. 6:162 lid 2 BW; hierin is het arrest van Lindenbaum/Cohen verwerkt




Constitutionele rechtspraak
Rechters mogen wetten (in formele zin) niet toetsen aan de Grondwet.

,Constitutionele toetsing= toetsen aan de grondwet.
Wetten niet in formele zin, en bepalingen uit internationale verdragen, kunnen wel worden
getoetst aan de Grondwet.

Art. 120 GW: De rechter treedt niet in de beoordeling van de grondwettigheid van wetten en
verdragen.
Er is wel steeds meer politiek en maatschappelijk draagvlak om het toetsingsverbod op te
heffen.

Gewoonte als rechtsbron
Verlichtingsfilosofen uit 18e eeuw wouden af van gewoonterecht, het zou te onoverzichtelijk
en misschien wel oneerlijk zijn. In de plaats daarvoor moest er heldere wetgeving komen.

Art. 6:248 lid 1 BW; Een overeenkomst heeft niet alleen door de partijen overeengekomen
rechtsgevolgen, maar ook die welke, naar de aard van de overeenkomst, uit de wet, de
gewoonte of de eisen van de redelijkheid en billijkheid voortvloeien.
Rechters worden af en toe gevraagd om rekening te houden met de gewoonte.

Wat is er nodig voor gewoonterecht?
Usus: Langdurig herhaald gedrag in gelijksoortige omstandigheden. Herhaling van feiten.
Opinio necessitatis: binnen de groep die het gebruik toepast, moet de (onomstreden)
opvatting bestaan dat een dergelijk gedrag ook behoort plaats te vinden. Overtuiging binnen
een bepaalde groep dat het op die manier hoort te gebeuren.

Het verdrag als rechtsbron
Europees Verdrag van de Rechten van de Mens.
Art. 3 EVRM: folterverbod (je mag mensen niet martelen)
Ius cogens: Volkenrechtelijke term die verwijst naar ongeschreven regels die wel nageleefd
moeten worden - Internationale dwingende normen
- normen waar bij het internationale recht wordt geacht dat alle betrokken staten zich
hier aan houden; gaan om hele ernstige situaties
Levenslange gevangenisstraf valt wel onder het folterverbod. Zodra er geen 1
mogelijkheid meer is om vrij te komen, wordt dat gezien onder het folterverbod.
Als er een deels voorwaardelijke straf wordt gegeven, dan is het geen foltering.
Nederland heeft een monistisch stelsel: als we een verdrag aangaan met een andere
staat, geldt dat verdrag meteen als recht. Internationale verdragen staan boven Nederlands
recht.
Duitsland doet dat bijvoorbeeld niet zo, zij hebben een dualistisch stelsel.

Art. 93 GW: bepalingen van verdragen en besluiten van volkenrechtelijke organisaties die
naar haar inhoud een ieder kunnen verbinden, hebben verbindende kracht nadat zij zijn
bekendgemaakt – deze hebben direct werking, is geen Nederlandse wet voor nodig
Art. 94 GW: internationale wettelijke bepalingen staan hoger dan het nationale recht.
Hiermee wordt art. 120 GW gerelativeerd – rechter mag niet toetsen aan de Grondwet,
maar wel aan de grondwettelijke bepaling dat de internationale verdragen boven het
nationale recht gaan. Het toetsingsverbod van art. 120 GW geldt ook voor verdragen –
internationale verdragen mogen niet worden getoetst aan de Grondwet.

, Hoorcollege week 3
Rechtsstaat en democratie
Kenbronnen en rechtsvinding
Kenbronnen zijn geen rechtsbronnen, maar je kunt er wel kennis uit halen.

Rechtsvinding: de rechter moet de rechtregels niet alleen maar vinden, maar ze ook
kunnen toepassen op de huidige situatie. (Art. 11 Wet algemene bepalingen)

Heteronome rechtsvinding:
- strikte machtenscheiding
- rechter is de ‘spreekbuis van de wet’
- rechter blijft steeds dicht bij de letter van de wet – hiermee is de rechtspraak niet een
belangrijke rechtsbron, omdat de uitspraken van rechters niet veel zullen toevoegen
aan de letter van de wet
- grammaticale, wetshistorische en systematische interpretatie

Autonome rechtsvinding:
- machtsevenwicht: checks & balances
- meer recht dan wettenrecht
- rechter is intelligente wetstoepasser
- teleologische interpretatie (volgens doel of strekking)
- rechter toetst ook aan open normen, rechtsbeginselen, bepalingen uit internationale
verdragen (internationale verdragen gaan boven Nederlands recht)
- rechtspraak is ook een rechtsbron
- internationalisering is toegenomen

de interpretatiemethoden die dicht
bij de letter van de wet blijven –
normatieve moment

interpretatiemethoden die meer op
zoek zijn naar het achterliggende
doel van een wetsbepaling – ideële
moment (meer autonoom)

rechtssociologisch – actuele
moment




Europees Hof voor de Rechten van de Mens is een orgaan van de Raad van Europa.
Bij de Raad van Europa zijn meer landen betrokken dan bij de Europese Unie.
- Als je geen gelijk krijgt van een Nederlandse rechter, maar je meent wel dat je
mensenrechten geschonden zijn, dan kunnen ze een klacht indienen bij het
Europese Hof voor de Rechten van de Mens – eerst alle nationale mogelijkheden
uitputten (Individueel klachtrecht = art. 34 EVRM)

Reviews from verified buyers

Showing all reviews
5 months ago

3.0

1 reviews

5
0
4
0
3
1
2
0
1
0
Trustworthy reviews on Stuvia

All reviews are made by real Stuvia users after verified purchases.

Get to know the seller

Seller avatar
Reputation scores are based on the amount of documents a seller has sold for a fee and the reviews they have received for those documents. There are three levels: Bronze, Silver and Gold. The better the reputation, the more your can rely on the quality of the sellers work.
hedwigluten Vrije Universiteit Amsterdam
Follow You need to be logged in order to follow users or courses
Sold
83
Member since
2 year
Number of followers
12
Documents
39
Last sold
2 days ago

2.9

9 reviews

5
1
4
1
3
5
2
0
1
2

Recently viewed by you

Why students choose Stuvia

Created by fellow students, verified by reviews

Quality you can trust: written by students who passed their tests and reviewed by others who've used these notes.

Didn't get what you expected? Choose another document

No worries! You can instantly pick a different document that better fits what you're looking for.

Pay as you like, start learning right away

No subscription, no commitments. Pay the way you're used to via credit card and download your PDF document instantly.

Student with book image

“Bought, downloaded, and aced it. It really can be that simple.”

Alisha Student

Frequently asked questions